Eva Decaesstecker, Filip Tielens & Mats Van Herreweghe

Leestijd 16 — 19 minuten

Verlies verkopen als winst

Minister Sven Gatz berooft de kunstensector van zuurstof en slagkracht.  

De recente subsidieronde van cultuurminister Sven Gatz (Open VLD) liet een heleboel organisaties in de kou staan. Een positieve beoordeling bleek geen garantie op structurele overheidssteun. Enkele tientallen organisaties met een goed rapport werden zonder pardon op droog zaad gezet. Maar ook organisaties die er volgens de minister stevig op vooruitgaan, hebben weinig reden tot juichen. Vrijwel niemand kreeg het bedrag dat geadviseerd werd door de beoordelingscommissies. Veel spelers die al op hun tandvlees zaten, krijgen het nu nog moeilijker om hun toekomstplannen waar te maken. Zeven organisaties verheffen hun stem: Platform-K, rekto:verso, Tristero, Hiros, Ensemble Leporello, Toneelhuis en Voetvolk.

 

PLATFORM-K

‘Waar moeten onze dansers nu naartoe?’

Inge Lattré is artistiek coördinator van Platform-K, een organisatie die dansers met een beperking een opleiding biedt. Via residenties en voorstellingen helpt Platform-K hen doorstromen naar het professionele kunstencircuit.

Advies voldoende/voldoende

Aangevraagd bedrag: 256.000 euro

Geadviseerd bedrag: 180.000 euro

Verdict: 0 euro

Wat betekent het voor Platform-K om geen subsidies toegekend te krijgen?

‘Platform-K heeft een aantal trajecten lopen die een groep dansers met een beperking op een duurzame en continue manier begeleidt. Zonder structurele middelen wordt het moeilijk om die in stand te houden, al wil ik dat op dit moment nog niet gezegd hebben. In Vlaanderen zijn wij de enige organisatie die zich bezighoudt met inclusieve dans. Als wij wegvallen, kunnen onze dansers nergens meer terecht.

‘Een aantal van hen is al drie jaar bij ons aan het werk. De vooruitgang die zij gemaakt hebben, dreigt volledig voor niets te zijn geweest. We zijn momenteel aan het bekijken of we via andere fondsen, zoals het participatiedecreet, kunnen blijven investeren in hun opleidingstraject. Om onze voorstellingen te produceren, waarin onze dansers idealiter doorstromen, zullen we zoals zovelen regelmatig projectsubsidies moeten aanvragen en vissen in een nu al overbeviste vijver.’

Kunnen jullie je vinden in de manier waarop er beoordeeld werd?

‘Nee, en zelfs in die mate dat we overwegen om naar de Raad van State te stappen. Voor de duidelijkheid: het is heel juist dat participatie niet langer als discipline wordt gedefinieerd maar als functie die geen patent is van de sociaal-artistieke sector. Wij willen in de eerste plaats worden geëvalueerd op onze artistieke werking en niet op de doelgroep waarmee we werken. Tegelijkertijd vinden we dat er binnen de commissies mensen moeten zetelen met een aanwijsbare expertise in de verschillende functies. Wij stellen ons de vraag of de criteria om te zetelen in een commissie wel transparant genoeg zijn en of ze van hogerhand voldoende werden bewaakt.

‘Bovendien weten wij ook niet zeker of elke commissie dezelfde maatstaven heeft gebruikt. Als wij de inhoudelijke beoordeling van ons dossier lezen, dan zien wij vooral dat de commissie ons verhaal volgt en enthousiast is over onze werking. Toch worden wij beoordeeld met slechts een “voldoende”. Welke parameters zijn gehanteerd om een dergelijk belangrijk label aan een dossier te hangen? En delen de verschillende commissies deze labels wel op eenzelfde manier uit? En waarom wordt de ene organisatie met dubbel voldoende wel gehonoreerd en de andere niet? Dat we als kleine speler minder toegang hebben tot de lobby heeft ons in dit laatste geval wellicht parten gespeeld.’

Wat zegt deze beslissing over het beleid van minister Gatz?

‘Ik denk dat er één opvallende conclusie te trekken valt. De minister wilde in 2017 de zogenaamde versnippering tegengaan. Dat is helaas verworden tot het betere hak- en snijwerk, dat de diversiteit van het kunstenlandschap tenietdoet, nochtans een van de speerpunten van Gatz’ beleid. Drie van de vier kunstenorganisaties (Platform-K, Tartaar en Kunsthuis Yellow Art; Wit.h werd wel nog gehonoreerd, red.) die zich specifiek bezighouden met mensen met een fysieke beperking of psychische kwetsbaarheid, zijn geschrapt. Dat is niet alleen een drama voor de betrokkenen zelf, die hun artistieke droom uit elkaar zien spatten, maar ook voor het bredere landschap.

‘Onze dansers zijn vaak net door hun beperking een belangrijke inspiratiebron. Wat wij hen aanreiken, resulteert veelal in ongeziene artistieke vormen die ons verwonderen en die het medium dans verrijken. Vanaf 2017 worden vooral de grotere organisaties en huizen belast met de druk om diversiteit en vernieuwing te initiëren, maar ik ben er niet van overtuigd dat zij over de juiste methodieken beschikken om een participatieve werking op te zetten. Bovendien betwijfel ik of de doelgroep van mensen met een beperking wel een plek heeft in hun participatieplannen, en dat is erg jammer. Mensen met een beperking verdienen een plaats in ons kunstenlandschap, en die plaats wordt hen in het nieuwe kunstendecreet grotendeels ontnomen.’

door Mats Van Herreweghe

———————————————–

REKTO:VERSO

‘Een verdubbeling van de projectsubsidies moet nu ons doel zijn’

Wouter Hillaert is freelancecultuurjournalist en kernredacteur van rekto:verso, een magazine voor cultuur en maatschappij.

Advies: zeer goed/zeer goed

Aangevraagd budget: 197,345 euro

Geadviseerd budget: 197,000 euro

Het verdict: 108,900 euro

Jullie kregen tweemaal een ‘zeer goed’-beoordeling, en toch werd maar de helft van jullie gevraagde budget toegekend. Had je dit zien aankomen?

‘Volgens een tabel van Kunstenpunt kwam rekto:verso als grote “winnaar” uit de adviesronde: van de organisaties die het dichtst eindigden bij hun gevraagde bedrag, bleken wij de sterkste stijger. Dan weet je dat je heel kwetsbaar bent voor alle mogelijke rekenoefeningen die elders gaten moeten dichtrijden. Daar hebben we dus altijd rekening mee gehouden, maar ik had nooit verwacht dat het verschil zo groot zou zijn. Concreet wordt ons huidige subsidiebedrag verdubbeld, maar zijn onze ambities gehalveerd. Moet je daar dan gelukkig of ongelukkig over zijn?

‘Het perverse van deze ronde is dat je blij moet zijn omdat je niet nog méér afgeschraapt of doodgewoon geschrapt bent. Dat is vandaag het basisgevoel van onze hele maatschappij: wie er het minst op achteruitgaat, heet nu een winnaar. De referentie is wie onder jou op de ladder staat, niet waar we samen naar streven om het goed te hebben. Alleen kan niemand echt tevreden zijn met de uitkomst: noch wie geschrapt is, noch wie wel subsidies krijgt of er zelfs redelijk sterk op vooruitgaat, zoals wij. Niemand ziet zijn plannen bekroond met de overeenkomstige middelen. Of nog erger: iedereen wordt nu gedwongen om voor zijn eigen werking mee te gaan in de besparingsmodus van de regering.’

Moeten zij die toch subsidies hebben gekregen, zich daar dan bij neerleggen?

‘Het is hét moment om collectief actie te voeren. Als constructief strijdpunt stel ik voor: minstens een verdubbeling van de projectsubsidies. Een jaar geleden hebben individuele kunstenaars precies hetzelfde meegemaakt. Toen kreeg slechts 40 procent van de positief geadviseerde kunstenaars en organisaties een – vaak afgeslankte – projectsubsidie toegekend. Met de grote structurele subsidieronde in het verschiet schroomden de structurele werkingen om dat protest toen mee te ondersteunen.

‘Maar in deze onverdachte tijden is zo’n verdubbeling een helder streefdoel dat je samen kunt verdedigen met een publieke campagne à la ‘Ik kies voor kunst’. Ook de grote instellingen moeten die actie mee ondersteunen, al is het maar voor zichzelf.

‘Het gaat niet om een onredelijke eis, toch? Meer projectmiddelen is bijna de logica van het decreet zelf, én wat het beleid ook ooit beloofde. Zowel de geschrapte structurele werkingen als al die individuele artiesten hebben nu één kans op vijf om überhaupt iets van projectsubsidies te krijgen. Dat is nadelig voor het hele veld.’

Hoe zie je deze beslissing in verhouding tot het nieuwe beoordelingssysteem?

‘Ik denk dat het nieuwe Kunstendecreet beter gewerkt heeft dan we vooraf vreesden. Ik was vooral bang dat je uiteindelijk niet zou kunnen uitmaken of de beslissingen te wijten waren aan de nieuwe beoordeling of aan de verruimde beslissingsmacht van de minister. Dat vind ik nu wel vrij helder. De kwaliteit van de adviezen lag gemiddeld ook hoger dan de vorige ronde.

‘Dat sluit echter niet uit dat er nog een aantal perikelen zijn die opgelost moeten worden. Wat maakt je bijvoorbeeld tot een expert voor de poel van de disciplines en functies die je zelf hebt aangeduid? Vooral in de eerste ronde wogen sommige commissies te licht, zoals de commissie Dans en de theatercommissie met de zware dossiers. Organisaties zoals Jeugd en Muziek mogen naar mijn inschatting terecht klagen over de afgeleverde adviezen.’

Hoe kunnen we volgens jou het beoordelingssysteem efficiënter maken?

‘In plaats van alleen wat vijzen te verdraaien, zouden we de beoordeling diepgaander moeten herdenken. Ik denk aan een extra mondelinge toelichting bij de volgende ronde, of een extra landschapsbeoordeling over de commissies heen. Of neem een tussentijdse evaluatie waar niet direct consequenties aan vasthangen. Ik zou zelf ook durven pleiten voor functiegerichte commissies in plaats van disciplinaire commissies. Een moeilijke oefening, waar niet veel draagvlak voor is in het veld, omdat we nog steeds disciplinair blijven denken. Toch zijn functiegerichte commissies veel logischer bij de opbouw van een decreet, waarin organisaties worden opgedeeld naar de functies presentatie, reflectie, ontwikkeling, creatie en/of participatie.

‘Hoe dan ook is dit een zoveelste wake-upcall om zelf veel meer voorstellen te doen. We moeten het als sector veel politieker en maatschappelijker spelen. Om te beginnen roept deze situatie om een groot parlement van de Vlaamse kunstorganisaties én de kunstenaars. In mijn dromen dient de sector de volgende keer gewoon één dossier in voor 150 miljoen.’

door Eva Decaesstecker

———————————————–

TRISTERO

‘Er is beoordeeld op perceptie en prestige. Niet op kwaliteit’

Aan tafel bij het Brusselse gezelschap Tristero zaten twee leden van de artistieke kern, Kristien De Proost en Youri Dirkx, en zakelijk leider Manu Devriendt.

Advies: voldoende/goed
Aangevraagde bedrag: 450.000 euro
Geadviseerde bedrag: 280.000 euro
Het verdict: 0 euro

Hoe kwam de beslissing bij jullie binnen?

‘Wij waren vooral geschokt door het preadvies. Onze beoordeling bij vorige commissies is altijd heel positief geweest. Het verschil met deze beoordeling is enorm qua motivatie en toon. Het lijkt wel over twee verschillende gezelschappen te gaan! Het gekke was dat onze artistieke beoordeling ging over cijfers en verkoopcijfers, terwijl we dat in de repliek ook met cijfers hebben kunnen weerleggen: vanaf het moment dat we meer geld krijgen zoals in 2010 en 2013, stijgt het aantal voorstellingen, speelplekken en landen.

‘Wij zijn heel lang noodgedwongen een projectgezelschap geweest. In 2006 en 2008 liepen we al twee structurele rondes mis, ondanks positieve adviezen, zowel artistiek als zakelijk. Tijdens onze structurele periode zijn we echt vooruitgegaan en dat kunnen we bewijzen.

‘We hebben waarschijnlijk vooral pech gehad met de commissie, wat toont dat er een probleem is met het hele beoordelingssysteem. De commissies zoals ze nu georganiseerd zijn, hebben in het algemeen een minder goede evaluatie gemaakt voor het gehele veld. Een commissie van zeven leden is om te beginnen te beperkt. De intersubjectieve objectiviteit valt zo weg, terwijl het net de bedoeling was die te versterken. Daarbij volgen de leden het parcours van de gezelschappen die ze beoordelen niet voldoende op, wat doet vermoeden dat er beoordeeld is op perceptie en prestige in plaats van op artistieke kwaliteit.’

Welke stappen gaan jullie nu ondernemen?

‘Voor 2017 willen we rekenen op onze partners Kaaitheater, Bronks en KVS. Die hebben natuurlijk zelf ook minder gekregen dan gepland en zitten ook te cijferen, waardoor de solidariteit mank loopt. Zij moeten hun eigen plannen aanpassen en dan nog eens kijken of ze gezelschappen kunnen opvangen.

‘Wat we veel te horen krijgen, is de dubbele vraag: “Wat gaan jullie doen en gaan jullie nu opnieuw projectsubsidie aanvragen?” Dat laatste vinden we op dit moment echt geen optie. Het zou niet kloppen: als er vijftig organisaties uit de structurele pot verdwijnen, kunnen die niet gewoon opgevangen worden door de projectenpot. Die is daar niet op voorzien.

‘Wat ook een mogelijkheid is, is alsnog beroep aantekenen bij de Raad van State. We zijn ongelijk behandeld, omdat sommige gezelschappen met een slechtere beoordeling wel zijn meegenomen door de minister. Maar zowel projectsubsidies aanvragen als naar de Raad van State gaan, zijn slechts kortetermijnoplossingen, vanuit een ieder-voor-zich-mentaliteit. Daarmee lossen we niets structureels op.’

Wat moet er dan wel gebeuren?

‘We willen de beslissing aangrijpen om aan het systeem te sleutelen. Het is duidelijk dat dit beoordelingssysteem niet werkt. Voor niemand, want ook zij die subsidies kregen moeten het met minder doen dan ze gevraagd hadden. Alleen de grote instellingen van de Vlaamse Gemeenschap zijn aan de individuele beoordeling ontsnapt en hebben meer middelen gekregen. Het algemene ongenoegen dat er nu heerst, moeten we kunnen gebruiken om het systeem te veranderen en dat moeten we samendoen. Als we dit toelaten, kunnen we er zeker van zijn dat het bij de volgende ronde nog schrijnender wordt.

‘Tot nu toe blijft het zeer rustig in de sector, maar we hopen dat momenten als Theater Aan Zee of het Theaterfestival zullen worden aangegrepen om hier actie rond te voeren. Als verliezer is het niet aan ons om dat te doen, wij zouden in de publieke opinie alleen maar “klagen”. Het is vooral aan hen die wel geld gekregen hebben om actie te ondernemen en op te komen voor hun collega’s. Het zou een ijzersterk statement zijn als de culturele sector, die zich graag als “anders” en “alternatief” profileert, zelf een solidariteitsactie op poten zou zetten.’

door Eva Decaesstecker

———————————————–

HIROS

‘Ze begrijpen niet wat wij allemaal doen’

Helga Baert is coördinator van Hiros, een productie- en managementbureau voor individuele kunstenaars.

Advies: voldoende/zeer goed

Aangevraagd bedrag: 335.000 euro

Geadviseerd bedrag: 335.000,00 euro

Het verdict: 222.200 euro

Hoe kwam de beslissing aan?

‘Ons subsidiedossier werd artistiek “voldoende” en zakelijk “zeer goed” beoordeeld, maar belandde daardoor wel in categorie acht, waardoor het onzeker was of we nog subsidies zouden ontvangen. Uiteindelijk werden we opgevist, maar kregen we slechts twee derde van het geadviseerde bedrag. Bovendien verliezen we 70.000 euro ten opzichte van ons huidige bedrag, een kleine 295.000 euro: ontegensprekelijk een achteruitgang dus.

‘Concreet zullen we twee van onze zes vaste medewerkers moeten ontslaan. Omdat we moeilijk kunnen besparen op onze corebusiness, namelijk productie, trajectbegeleiding en spreiding, moeten we snoeien op het vlak van administratie en communicatie – hoewel we nu al amper overheadkosten maken. Al onze medewerkers zitten aan de limiet van hun takenpakket, dus we kunnen niet evenveel doen met minder geld.

‘Een ander gevolg is ook dat een aantal artiesten zal moeten afvloeien. Momenteel ondersteunen we nog vijftien kunstenaars, maar in 2018 zullen dat er nog slechts tien zijn: vijf artiesten met wie we een structurele samenwerking op lange termijn uitbouwen en vijf kunstenaars met wie we op projectbasis werken. Er zijn wel pistes om in de toekomst Europese subsidies aan te vragen, maar in het schrijven van zo’n Europees dossier kruipt ook veel tijd en geld, wat we ons op dit moment niet kunnen veroorloven.’

Organisaties die samensmolten, zoals Vrijstaat O/De Werf en Het Nieuwstedelijk, kregen een fusiebonus. Waarom jullie niet? Hiros is toch een fusie tussen de alternatieve managementbureaus Margarita en Mokum?

‘In 2013 sloten we een samenwerkingsakkoord tussen Margarita en Mokum, om een meer stabiele en slagkrachtige organisatie te vormen die een stevigere ruggengraat kon bieden voor individuele artiesten. De uiteindelijke fusie zou om subsidie-technische redenen pas voor 2017 zijn, maar we hanteren wel al sinds 2013 de naam Hiros. Toch is het vreemd dat de minister in zijn beslissing hoegenaamd geen rekening houdt met onze fusie.

‘Het nieuwe bedrag dat we vanaf 2018 ontvangen, wordt zelfs verkocht als een stijging ten opzichte van het huidige bedrag, omdat alleen het budget van Margarita Production als referentiepunt werd gebruikt. Mokum is dus helemaal verdampt, alsof onze fusie nooit heeft plaatsgevonden. Los van het feit dat we geen fusiebonus ontvangen, vind ik het vooral aanstootgevend dat onze fusie blijkbaar niet eens vermeld en erkend wordt.’

Worden ondersteunende structuren, zoals managementbureaus, financieel benadeeld ten opzichte van creërende structuren, zoals gezelschappen?

‘Dat denk ik niet. Het is wel zo dat beoordelingscommissies duidelijk wensen dat managementbureaus kleine structuren blijven. Zelf vind ik ook dat we geen mastodont moeten worden, daarom vroegen we slechts geld aan voor een half personeelslid extra. Ik merk wel dat commissies niet echt grip krijgen op wat we juist doen en wat het begrip ‘productie’ juist betekent.

‘De productionele ondersteuning van Monty wordt evenwaardig beschouwd aan die van Caravan Production of Hiros, terwijl wij heel wat meer ondersteunings- en professionaliseringsmaatregelen aanbieden: productieleiding, het oprichten van vzw’s, contacten met sociaal secretariaat en verzekeraars… Bovendien zijn onze medewerkers ook een heel jaar lang beschikbaar voor onze artiesten. Dat maakt een managementbureau sowieso goedkoper en efficiënter dan een eigen productieleider voor iedere artiest per project. Het is dan ook bijzonder wrang dat er zo sterk bespaard wordt op Hiros.’

door Filip Tielens

———————————————–

ENSEMBLE LEPORELLO

‘Vandaag lijkt de truc te zijn: doe eerder aan marketing dan aan kunst’

Dirk Opstaele is artistiek directeur van het Brusselse repertoiregezelschap Ensemble Leporello.

Advies: voldoende/voldoende

Aangevraagd bedrag: 551.628 euro

Geadviseerd bedrag: 400.000 euro

Het verdict: 0 euro

Hoe kwam de beslissing over jullie subsidies aan?

‘Zoals iedereen waren we op onze hoede na de onheilspellende geruchten. Zelf vond ik dat we een sterk dossier hadden ingediend, dus we koesterden hoop. De laatste jaren waren we vitaal en actief bezig. Onze producties werden goed ontvangen in de pers, we hadden lange speellijsten, concrete toekomstplannen en dito partners in Vlaanderen, Wallonië en het buitenland. We begrijpen dan ook niet goed hoe het kan dat we zo mager beoordeeld werden. De beoordeling lijkt heel onrechtvaardig en dus ook onverwacht.

Welke argumenten gaf de commissie aan?

‘Ik vermoed dat de commissie het dossier niet grondig gelezen had en al helemaal niet vertrouwd was met ons werk. Zo zeiden ze bijvoorbeeld dat er geen concrete speelkansen waren voor onze producties. Op dat moment was het februari. De speellijst van seizoen 2016-2017 liep toen inderdaad nog niet op tot de tweehonderd voorstellingen die we nu hebben, maar wel al tot honderdvijftig. Hier hebben we meteen op gereageerd, bijna onthutst, omdat het letterlijk in het dossier staat.

‘Ik heb de indruk dat ons dossier niet zo belangrijk is. Dat er andere criteria worden vooropgesteld. Prestige misschien, of een bepaalde modieuze, hedendaagse tendens? Wij zijn een zogenoemd ambachtelijk repertoiregezelschap. De vraag of Shakespeare vandaag nog relevant is, is een terechte vraag, maar zowat elke voorstelling van Leporello wordt zowel door professionelen als door het publiek hoog ingeschat. Als er een gezelschap is dat repertoire naar bijvoorbeeld probleemwijken kan brengen, dan is dat Leporello wel.

‘We hebben altijd al een beetje in de marge van de grote kleppers gestaan, maar dat maakt ons niet minder aanwezig in het veld: we spelen niet minder en we maken ook niet minder.’

Wat gaat er nu gebeuren met Leporello?

‘We zijn een groot gezelschap, dus is het een zware klap om plots al onze subsidies te verliezen. Ik ben artistiek leider, maar in de eerste plaats een artiest. Louter uit artistieke overwegingen vind ik dus dat onze voorstellingen gespeeld moeten blijven worden. Hoe, dat weten we nog niet. We zijn nog volop aan het brainstormen en aan het rekenen hoeveel kan worden opgevangen door de uitkoopsommen, coproducties en inkomsten van workshops en coaching.

‘We hebben geen eigen zaal, geen decors en geen vrachtwagen. We huren een kantoorruimte in Molenbeek en we betalen één voltijdse administratieve werkkracht. We hebben een minimum aan overhead: er zijn er weinig die het ons nadoen. We zullen misschien een aantal medewerkers moeten laten afvloeien en nog sterker inzetten op coproducties. Het enige Nederlandstalige gezelschap dat nog overblijft in Brussel is de KVS. We hebben al eerder coproducties gehad met de KVS, dus dat zou een optie zijn. Maar de KVS kan niet elke gedupeerde in Brussel oppikken.

‘Dat werk van lobbyen, schooien en zoeken naar partners is helaas ook het werk van een theatermaker. Met deze beslissing zal daar alleen nog maar meer aandacht naar toegaan.’

Gaan jullie ook elders financiering zoeken?

‘Ik ben niet tegen alternatieve financiering, maar die mogelijkheden uitpluizen is niet mijn sterkste kant. Sponsors zoeken is een job op zich en daarin hebben organisaties met een structurele subsidie nu een voordeel. Het is een sneeuwbaleffect: als je subsidies hebt, kun je een kantoor met een sterke administratie onderhouden en op een professionele manier subsidies aanvragen.

‘Ik heb de groeiende wanverhouding van het artistieke werk ten opzichte van bureaucratie altijd betreurd. Ik vind dat subsidies moeten gaan naar de artistieke praktijk en dat er een rem van overheidswege zou moeten staan op hoeveel subsidies je mag besteden aan het aanvragen van subsidies. Een dossier zou minder mogen doorwegen dan de artistieke praktijk. Door de groeiende aandacht voor de bureaucratie (netwerking, public relations, promotie, dossierkunde, acte de présence in de ‘salons’, de colloquia, de hogescholen, de conferenties en recepties ‘allerhande’) is het vandaag beter om minder artiesten te werk te stellen en meer mensen die zich bezighouden met netwerken en dossiers opstellen op alle vlak: stad, regio en Europa. Ik denk dat ik deze frustratie deel met heel wat collega-theatermakers in het veld. Misschien is deze wedstrijd om subsidies daarom door ons nu ook verloren?

‘Vandaag lijkt de truc te zijn: doe eerder aan marketing dan aan kunst. Ook al wordt het artistieke in sommige gevallen dan bijna een alibi.

door Eva Decaesstecker

———————————————–

TONEELHUIS

‘Grote huizen zijn niet de grote winnaars van deze subsidieronde’

Guy Cassiers is artistiek leider van het Toneelhuis in Antwerpen.

Advies: goed/goed

Gevraagd bedrag: 3.920.000,00 euro

Geadviseerd bedrag: 3.300.000,00 euro

Het verdict: 3.185.500 euro

Jullie krijgen ongeveer hetzelfde subsidiebedrag als in 2016, maar dat is natuurlijk een verlies. Hoe voelt dat?

‘Als je met subsidiërende overheden spreekt, krijg je telkens het gevoel dat je goed bezig bent. Maar die gesprekken staan in schril contrast met hun financiële ondersteuning. In de tien jaar dat ik nu bij Toneelhuis werk, heb ik onze middelen er stelselmatig op zien achteruitgaan.

‘Wij worden zowel gesubsidieerd door de stad, de provincie als Vlaanderen. Als je al die subsidies samentelt, gaan we er in totaal 900.000 euro op achteruit tegenover 2009. Wanneer je de lonen zou indexeren, bedraagt het verlies zelfs al 1,7 miljoen euro. Aan het exploiteren van de Bourla alleen al spenderen we jaarlijks 1,5 miljoen. De afgelopen jaren hebben we waar mogelijk al bezuinigd op overheadkosten. Vorig seizoen zijn we zelfs een maand later begonnen dan normaal, maar we kunnen het natuurlijk niet maken om de Bourlaschouwburg nog langer leeg te laten staan. Dus zit er nu niets anders op dan ook in het artistieke te snoeien.’

Betekent dit dat Toneelhuis minder makers zal ondersteunen of minder creaties kan produceren?

‘Met Toneelhuis zetten we in op een grote verscheidenheid aan artiesten en makers. Een huis met vele kamers dus. Maar ondertussen zijn we op het punt gekomen waarop we ons moeten afvragen hoeveel kamers we nog kunnen openhouden in ons huis. Omdat we subsidies aangevraagd hebben in naam van vele verschillende artiesten, zou het nu niet eerlijk zijn om tegen sommigen te zeggen dat ze moeten afvloeien.

‘We gaan ook gewoon door met P.U.L.S., het traject waarbij we enkele jonge makers vier jaar lang in dienst nemen en hen begeleiden om werk te maken voor de grote zaal. We zullen dus eerder op het aantal producties en in de werkingsmiddelen per creatie moeten besparen.

‘Ik maak nog liever zelf een voorstelling minder dan dat we werk moeten schrappen van andere artiesten. Het is te vroeg om nu al grote conclusies te trekken, maar misschien moet er over enkele jaren maar een nieuwe artistiek leider komen die met deze budgetten zijn of haar plannen helemaal kan realiseren, want momenteel zijn de middelen te beperkt om al onze ambities te realiseren.’

Toch leeft de perceptie dat vooral de grote huizen erop vooruitgaan in deze subsidieronde.

‘Daar ben ik het niet mee eens. Ik vind net dat alles naar het centrum aan het groeien is: de kleintjes vallen er tussenuit en de grote huizen stagneren. Het betekent op termijn de doodsteek voor het Vlaamse theater als er niet op verschillende schalen gewerkt kan worden.

‘Ik vind dat de drie grote stadstheaters Toneelhuis, KVS en NTGent een speciaal statuut zouden moeten krijgen. Nu worden we uit dezelfde pot gesubsidieerd als MartHa!tentatief, terwijl we eerder op het niveau van grote Vlaamse kunstinstellingen zoals Vooruit of Concertgebouw zouden moeten meespelen. Tegelijk is de mentale kloof tussen groot en klein nu minder diep dan vroeger: dertig jaar geleden was er amper communicatie, nu is er veel meer dialoog tussen iedereen.’

Iedereen lijkt teleurgesteld na deze subsidieronde. Waar is het volgens jou misgegaan?

‘In de mismatch tussen de visienota van minister Gatz en wat de commissies beslist hebben. De spagaat tussen beide was veel te groot, waardoor de minister in een patstelling kwam te staan en er uiteindelijk te weinig echte keuzes werden gemaakt. Bij de laatste subsidieronde van het Fonds Podiumkunsten in Nederland gebeurde dat wel: ofwel kreeg je het volledige aangevraagde bedrag, ofwel niets. Enkele gevestigde waarden zoals Dood Paard en Maatschappij Discordia vielen daardoor uit de boot, maar heel wat nieuwe organisaties konden instromen. In Vlaanderen is iedereen ongelukkig omdat nauwelijks iemand kreeg wat men vroeg.’

door Filip Tielens

———————————————–

VOETVOLK

‘Het advies van de commissies is een maat voor niets’

Maarten Van Cauwenberghe is zakelijk leider van Voetvolk, de structuur rond choreografe Lisbeth Gruwez.

Advies: zeer goed/zeer goed

Aangevraagde bedrag: 237.000 euro

Geadviseerde bedrag: 237.000 euro

Het verdict: 163.400 euro 

Hoe kwam de beslissing bij je aan?

Ik was kwaad en teleurgesteld. Het is natuurlijk een triest verhaal dat minister Gatz er niet in geslaagd
is om extra budget te vinden. Met Voetvolk kregen we zowel artistiek als zakelijk een “zeer goed” op ons dossier, waardoor we verwachtten dat we ons geadviseerde bedrag zeker zouden binnenhalen. Maar wat blijkt nu? Het geld wordt toch pas aan de meet uitgereikt, alsof het werk van de commissies eigen- lijk niets uitmaakte.

Ik was ook kwaad op mezelf omdat ik te eerlijk ben geweest in onze aanvraag. Eigenlijk had ik veel ruimer moeten begroten, omdat ik onderschatte wat Lisbeth Gruwez en ik nu allemaal nog zelf doen.

Zo ben ik niet alleen zakelijk leider, maar maak ik ook de muziek voor de voorstellingen, doe ik de geluidstech- niek, verkoop ik onze voorstellingen enzovoort. Ik doe al die zaken graag, maar het is niet evident om ze in de toekomst te blijven combineren. Het momentum was er nochtans voor Voetvolk om een verdubbeling aan te vragen, omdat we de laatste jaren veel succes kenden en zowel toerden langs cultuurcentra, kunstencentra, stadstheaters als festivals wereldwijd. We gaan er 44 procent op vooruit, waardoor het lijkt alsof we sterk stijgen, maar als je kijkt naar de reële groei gaat het om peanuts. De vraag is wat we nu moeten doen. Kan ik naar de KVS stappen en vragen om ons beloofde copro- ductiebudget te verdubbelen? Of moet ik extra geld aanvragen via projectsubsidies, wetende dat die middelen nu al ontoereikend zijn voor het aantal aanvragers?

Wat zijn de concrete gevolgen voor jullie toekomstplannen?

We hebben een voorstelling die we in 2017 zouden maken al minstens een jaar uitgesteld, zodat we eerst nog meer kunnen toeren met onze huidige voorstellingen en dus geld kunnen sparen om die productie alsnog te realiseren. Met onze nieuwe subsidie is het onmogelijk om dit project, met twaalf dansers en drie livemuzikanten, al volgend jaar te realiseren. Erg jammer, wetende dat ik hiervoor al 90.000 euro copro- ductiebudget–bijzonder veel in deze tijd–had bijeengesprokkeld. Dat bedrag nog verdubbelen is onbegonnen werk, omdat buitenlandse coproducties vooral verbonden zijn aan premièreplekken en het per land dus amper mogelijk is om meerdere partners te vinden. Choreografe Lisbeth Gruwez wil liever geen artistieke compromissen maken, door bijvoorbeeld met minder dansers te werken, en die beslissing respecteer ik. Daarom dus minstens een jaartje uitstel.

Je won onlangs de Vlaamse Cultuurprijs voor Cultureel Ondernemerschap. Als er iemand in kan slagen om geld binnen te halen uit de markt, ben jij het wel.

Ik wil gerust proberen om extra middelen te zoeken, maar ik maak me weinig illusies dat die alle gaten kunnen dichtrijden. Ik steek liever tijd en moeite in het zoeken van extra speelplekken voor onze voorstellingen, want daar haal ik sneller geld mee op dan in het zoeken naar private investeerders. Grote huizen kunnen misschien personeel vrijmaken om zich daarmee bezig te houden, maar dat is in een kleine organisatie zoals Voetvolk veel moeilijker.

Als binnenkort de tax shelter-regeling voor de podiumkunsten in werking treedt, wil ik me daar in de mate van het mogelijke gerust in verdiepen.

Al vrees ik wel dat sponsors en mecenassen toch vooral zullen willen investeren in grote huizen en bekende namen. Daarom denk ik dat het de taak is van een overkoe- pelende organisatie om fondsen te werven uit de privésector en die te verdelen over de hele kunstensector, want anders worden we toch weer concurrenten van elkaar. Maar hoe je zo’n budget dan moet verdelen, is een andere kwestie.

door Filip Tielens

interview
Leestijd 16 — 19 minuten

#146

15.09.2016

14.12.2016

Eva Decaesstecker, Filip Tielens & Mats Van Herreweghe

interview