Jasper Delbecke

Leestijd 3 — 6 minuten

Timeau de Keyser & Tibaldus – Yvonne, Prinses van Bourgondië

Tijdens Love at First Sight, het kersverse theaterfestival dat midden september door een tijdelijke alliantie van de Arenberg, DE Studio, d e t h e a t e r m a k e r, Monty, Toneelhuis, Troubleyn / Jan Fabre en Zuidpool in de stijgers werd gezet, lieten KASK-alumni Simon De Winne, Timeau De Keyser en Hans Mortelmans van Tibaldus hun Yvonne, Prinses van Bourgondië op de wereld los.

Witold Gombrowicz’ Yvonne (1935) brengt het relaas van een koninklijke familie en haar hofhouding die de pedalen verliezen bij de plotse verloving van prins Filip met Yvonne. In tegenstelling tot haar collega-prinsessen is Yvonne een slons. Een weerzinwekkend schepsel dat door iedereen wordt behandeld als een schotelvod. Yvonne wordt overgoten met bagger en is het ideale slachtoffer van macabere grappen. Bourgondiës “mooiste” ondergaat het hele gebeuren stoïcijns en blijft ondanks alles ijzig volharden in zwijgzaamheid.

Haar passieve voorkomen confronteert de hovelingen met hun zelfgenoegzame bestaan en dreigt de deksels van wel zeer onwelriekende putjes te rukken. De decadentie en vergrijpen uit het verleden dreigen door Yvonne onthuld te worden. Dat besef sluipt binnen bij elke hoveling en maakt elke confrontatie met Yvonne als een gevecht met een boksbal: hoe hard de toegediende tik ook is, de bal veert altijd terug recht. De onmacht en het onbehagelijke gevoel doet het hele hof wegglijden in beestachtigheid, losbandigheid en domheid.

De cirkelopstelling op de scène van de Bourla zorgt ervoor dat de toeschouwer de boksmatch van dichtbij mee maakt. Het podium wordt de arena waarin verbale uppercuts worden uitgedeeld en de tegenstander in het defensief wordt gedwongen. Het enige middel om te strijden is de taal. De verbeelding haalt het van de rekwisieten. De fantasie van het decor.

Tibaldus gaat een gelijkaardig gevecht aan met het medium theater en het gegeven ‘representatie’ dat daar onlosmakelijk mee verbonden is. Net zoals bij eerdere Tibaldus-projecten, doet Yvonne de toeschouwer vermoeden dat hij op een repetitie is beland. Wat verschilt met eerdere voorstellingen is het ontbreken van bevreemdende maar fascinerende beelden zoals in Persona (2103) of Paard: een Opera (2010). Van een decor en rekwisieten is er geen sprake. Acteurs zijn zichzelf en lopen gekleed zoals alleen jonge kunstenaars dat kunnen.

Diezelfde ongedwongenheid trekken de Tibaldus-leden door in de manier waarop ze theater spelen en maken. Het personage Yvonne heeft hetzelfde flegmatieke voorkomen als de militairen die de wacht optrekken voor de poorten van Buckingham Palace. Koel ondergaan ze de grappen en grollen die met hen worden uitgehaald. Aldus ook Yvonne, die zonder enige vorm van protest de stront over zich laat kappen. Ze communiceert louter via geheimzinnige blikken en starre bewegingen. Yvonne wijst door haar loutere aanwezigheid op de krampachtige pogingen van de hovelingen om hun fouten te maskeren en de verdachtmakingen van de anderen in de wind te slaan. Wat ze op hun kerfstok hebben komen we nooit te weten maar de existentiële crisis die aan de mogelijke onthulling van hun geheimen vooraf gaat, [CD1]vertelt ons genoeg.

Diezelfde clash tussen Yvonne en de hovelingen is er ook tussen de spelers en de tekst. Wat de figuur van Yvonne is voor de hofhouding, is Gombrowicz’ Yvonne voor Tibaldus. Gombrowicz dwingt tot een spel dat de eigen positie als acteur problematiseert tegenover de medespelers en het publiek. Het uitbrengen van de eigen gedachten verloopt stroef en het communiceren met anderen is houterig. De beperkingen van de taal worden plots duidelijk. Het spervuur aan verbaal geweld combineert Tibaldus met kleine maar slimme gebaren die het spel denaturaliseren. De majestueuze buiging van de kamerheer of Margeretha’s ‘Kate-Bush-in-Wuthering-Hights’-achtige danspasjes waarmee ze haar eigen poëzie uitbeeldt: het zijn maar een aantal voorbeelden van hoe Tibaldus woorden en gebaren inzet als een strategie waardoor Gombrowicz’ tekst verteerbaar wordt.

Tibaldus meet zich een manier van spelen aan die ze zelf omschrijven als het ‘actualiseren van de tekst’. De letterlijke tekst is wat dient gerealiseerd te worden. Het is de tekst die aanzet tot handelen, die zorgt voor een woede-uitbarsting of een schaterlach. Dit levert een spelvorm op die de gangbare ideeën over theatraliteit onder druk zet. Tibaldus slaagt er met hun gewrongen archaïsche spel in de toeschouwer mee te nemen in hun liefde voor het theater en het metier van acteur. Gombrowicz’ woorden zijn munitie voor de absurde dialogen die de topcast met verve weet te brengen. Hun lijf en leden tonen de sporen van de strijd die ze voeren met Gombrowicz’ tekst. Een doodstrijd van de acteur met de taal. De combinatie van Gombrowicz Yvonne met de poëtica van Tibaldus is een match made in heaven. Zowel voor de spelers als de toeschouwers. Een gedroomd huwelijk tussen de absurditeit van Gombrowicz en de speellust van Tibaldus.

Bij momenten is Tibaldus’ Yvonne een gekke mix van dezelfde niet-dogmatische kijk op theater die we ook in het vroege werk van TG Stan en FC Bergman zagen. Met De Koe deelt Tibaldus dan weer de collectieve schepping van een poëtica waarin de worsteling met representatie en communicatie van en met de acteurs te voelen is in de tekst, het spel, de vorm, de inhoud en de dramaturgie. Tibaldus bewijst met Yvonne, Prinses van Bourgondië opnieuw dat ze als jong theatercollectief fascinerend theater op de planken kunnen brengen: theater gemaakt door een collectief, gestuwd door een intens verlangen om te vertellen, barstend van het spelplezier, humor en fantasie.

Gezien op Love at First Sight, Bourla Antwerpen op 17 september 2016

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#146

15.09.2016

14.12.2016

Jasper Delbecke

Jasper Delbecke is theaterwetenschapper en dramaturg. Hij werkt als onderzoeker aan de vakgroep kunstwetenschappen van de UGent, waar hij zich toelegt op zijn proefschrift over hoe de vorm van het essay vandaag terug te vinden is in de podiumkunsten.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!