‘Carmen’ – HETPALEIS / Joep Lennarts

Roel Verniers

Leestijd 4 — 7 minuten

Plaatjes bij praatjes?

Het wankele evenwicht tussen woord en beeld

Theaterfotografie geeft niet het theater weer maar het ‘leven’ waarnaar het theater zo amechtig klauwt. Een column van Roel Verniers.

De theaterfoto. Zij verschijnt meestal in kranten. Soms naast een artikel dat ik over de voorstelling heb geschreven. Het is altijd weer schrikken. Want op de cultuurpagina schrijft alleen de lay-out voor dat woord en beeld broederlijk in een kader verenigd staan.

Woord en beeld. Het is een wankel evenwicht. Niet het minst omdat de broodheren van de recensent en de fotograaf verschillen. Die brengen beiden verslag uit. Maar met een andere inzet. De één vertrekt voor het schrijven van het artikel van zichzelf, de interpretatiekaders waarmee hij de voorstelling poogt te duiden en de specifieke kijkervaring van de voorstelling/première. Opgeteld levert dat in het beste geval een tekst op waarin beschrijving, kritiek en reflexie elkaar ontmoeten. Ook de fotograaf vertrekt van zichzelf en de manier waarop hij door zijn zoeker naar het theater kijkt. Maar anders dan in een recensie plaatst de fotograaf zijn kijkervaring in functie van het gezelschap dat hem inhuurt. En dat wil de voorstelling zo positief mogelijk naar de buitenwereld communiceren. ‘Foto’s en affiches (…) bepalen in grote mate het imago van een toneelcultuur’, schrijft Klaas Tindemans in zijn voorwoord bij de publicatie van de Herman Teirlinckprijs – theaterfoto 1999. Theaterfotografie bepaalt het imago van de diverse actoren in het theaterveld. Dat resulteert vaak in een aantrekkelijke foto die de kwaliteit van de fotograaf als fotograaf kan aangeven maar nergens een moment van kritiek of reflexie integreert. Imago staat dat in de weg.

In regel ontvangt de recensent een theaterfoto samen met de persmap. Zoals de perstekst summier de krachtlijnen van de voorstelling voorkauwt, zo zet ook de theaterfoto bakens uit waarlangs de lezer van een krant de voorstelling dient te ontrafelen. Van de recensent wordt verwacht dat hij de suggesties in de persmap links laat liggen. Maar op de impact van het zorgvuldig uitgekozen beeld op de lezer van de cultuurpagina, heeft de recensent geen vat.

Zoals een pakje oxo-poeder onmiddellijk in soep verandert als je er kokend water aan toevoegt, zo krijgt ook een foto betekenis van zodra de blik erover glijdt. Instant-communicatie. Een kwaliteit die je het geschreven woord amper kan toedichten. Om evenwel de verschillende niveaus te begrijpen waarop betekenis zich in het fotografische beeld aandient, moet de blik zich als een kurkentrekker in de afbeelding boren. Maar door welke bril dien je die blik dan wel te jagen? De theaterfoto heeft zich allang losgeweekt van elke journalistieke intentie. En als de theaterfoto geen reflexief moment inbouwt, welk statuut vervult zij dan op die cultuurpagina? Dat van glijmiddel om het artikel alsnog te lezen? De redacteur die de foto plaatst, wil het graag geloven. Theaterfoto’s hebben alvast dat streepje op de recensie voor dat ze de kijker in beweging willen zetten. Om verder te lezen, denkt de redacteur. Om naar het theater te komen, hoopt het gezelschap. Hoe werkt dat?

Elke foto isoleert een bijzonder moment in de tijd. Ook de theaterfoto. Een afzonderlijk – een waar moment. Een vingerafdruk van de zich in de voorstelling voltrekkende verandering. Een fractie – een beeld dat staat voor het geheel. Een theaterfoto transformeert. Maakt ook mooier. Liegt. Theaterfoto’s willen charmeren en verleiden. Beelden waarin de geloofwaardigheid van een voorstelling op het spel staat, slagen daarin het best. De foto wekt dan de indruk dat hij als het ware op de actie zit. Het beeld toont een zelfstandig en gepersonaliseerd ‘shot’ uit de voorstelling. Een techniek die komt overwaaien uit de reportagefotografie en daardoor ook het theatrale schijnbaar wil opheffen tot ‘realiteit’. Alsof de foto de lezer influistert dat het er ‘echt’ aan toe gaat, daar op het podium, en zo de authenticiteit van het gebeuren wil onderstrepen. Theater heeft immers de naam van over ‘het leven’ te gaan. Dus geeft de theaterfotografie niet het theater weer, maar dat ‘leven’ waarnaar het theater zo amechtig klauwt. Woord en beeld vallen op de cultuurpagina dan alsnog samen omdat ze de marginale bestaansreden van het theater leven blijven inblazen. Al is de inzet verschillend, de halsstarrigheid waarmee zowel woord als beeld de toneelcultuur beademt, neigt naar het heroïsche.

Theaterfoto’s zijn mooi. Toch verlenen vooral de visuele facetten van de theaterruimte zélf aan de theaterfoto zijn esthetische kwaliteit. Het onheilspellende zwart dat loert vanuit de diepte van de scène. De oplichtende lichamen van acteurs onder de spots. Noodgedwongen valt de fotograaf terug op technische middelen die deze weinig aanlokkelijke werkomstandigheden de baas kunnen. Grove korrel, lichtgevoelige film, langere sluitertijden. In vergelijking met het veel beter toegeruste oog kunnen de gebreken van de fotografische lens in de confrontatie met het schemerduister waarin het gros van de voorstellingen zich situeert, uitgroeien tot een wapen. Het contrast tussen de donkere omlijsting en de heldere vlakken waarin de actie zich afspeelt, levert een compositie op die de dramatische actie onderstreept. Bovendien plaatst de doorwinterde theaterfotograaf de actie vaak centraal in zijn compositie, waardoor de vluchtlijnen van het fotografische beeld de blik van de kijker naar het hart van de actie lijken te lokken. Daar waar het leven klopt. Een ideale kruiwagen vol esthetiek die de kijker verleidt. Theaterfoto’s schetsen objecten van verlangens. Omdat ze een ‘extra’ willen aanprijzen. Een voorstelling willen voorzien van een toegevoegde waarde. Het product brandmerken. Zoals ook reclamecampagnes dat doen. Ook daar gaat het niet over het feit of een bank al dan niet zijn werk goed doet. Maar over mensen, over liefde.

Alternatieven?

In de Blauw Vier-productie Peep and Eat zaten de gasten in groepjes van vijf in hokjes rond de keuken. Die draaide gestaag rond: het principe van de paardjesmolen met omgekeerde werking. Een peepshow. Via zorgvuldig geplaatste camera’s en ingenieuze kijkgaten kreeg je uitzicht op de activiteiten van drie koks. De papillaire verwennerij die daarop volgde, maakte van Peep en Eat een delicaat huwelijk tussen tafelen en theater en een ritueel dat initiatiefnemer Peter De Bie als geen ander wist in te zegenen. Eén van de vele gags waarop de acteurs van Blauw Vier de genodigden intussen vergastten, betrof het schieten van een polaroid. De volgende keer dat de open keuken gestaag voorbij zoefde, kon je die bekijken. Op zo’n momenten betrap je jezelf. Iedereen met een tandpasta-smile om de mond, leunend op een overvolle tafel. Een vrouw die lachend naar haar jongste spruit loert en ondertussen de arm om haar dochter slaagt. Daartussenin zit ikzelf, recensent van dienst. Een beetje voorover geleund. Een glimlach op het gelaat. Het notablokje dat ik normaal altijd volkrabbel tijdens voorstellingen zit al geruime tijd weggeborgen.

Als ik nu naar die foto kijk, zie ik mezelf genieten. Ik zie mezelf zoals ik me zelden zie. In het moment van die concrete ervaring. De blik waarmee ik me over de polaroid buig, roept die ervaring weer op. Een foto met het effect van een madeleine-koekje. Toeschouwers zouden zichzelf moeten kunnen fotograferen tijdens een voorstelling.

 

column
Leestijd 4 — 7 minuten

#70

15.12.1999

14.03.2000

Roel Verniers

Roel Verniers (1973-2011) was een Vlaamse auteur en columnist. Ondermeer in De Standaard publiceerde hij een aantal jaar lang toneelrecensies.

column