#42
15.06 — 14.09.1993

download pdf

Van Gogh

Theater Zuidpool

Over de gekte of de waanzin van Van Gogh is sinds de dood van de schilder al heel wat geschreven. Opvallend is dat er daarbij vaak (impliciet) de vraag gesteld wordt wie er nu eigenlijk gek is/was: Van Gogh of de maatschappij. Zo bijvoorbeeld in het volgende gedicht van J. A. Deelder: De zonnebloemen / van Van Gogh / / zijn voor zestig / miljoen verkocht / / Alstie al niet / gek was / / werdtie het / alsnog. (Lijf- en andere gedichten, 1991). Het scherpst werd de ‘waanzin-vraag’ waarschijnlijk gesteld in Van Gogh, le suicidé de la société van Antonin Artaud. Theater Zuidpool bewerkte onder de titel Van Gogh, de zelfmoordenaar door de maatschappij dit essay tot een monoloog, gebracht door Marc Steemans. De publiekstribune in Zuidpool is in de lengte van de zaal opgesteld, zodat de scène tamelijk breed en ruim is. Bij het begin van de voorstelling is die scène bovendien helemaal leeg. Marc Steemans komt op met een stoel, en dat zal het enige decorstuk blijven. Gedurende heel het stuk is hij als het ware aan die stoel vastgekluisterd. Wat er aan actie en theatraliteit in de voorstelling zit moet dus helemaal uit de tekst en de zegging komen. En dat is niet zo vanzelfsprekend bij deze tekst. Want Van Gogh, de zelfmoordenaar door de maatschappij is eigenlijk een essay dat Antonin Artaud in 1947 schreef als reactie op een artikel waarin Van Gogh als een krankzinnige werd afgeschilderd. Artaud, die zelf gedurende negen jaar geïnterneerd is geweest, wendt in zijn tekst alle mogelijke middelen aan om aan te tonen dat Van Gogh niet waanzinnig was, maar dat het de maatschappij was die hem ofwel de waanzin indreef, of hem omwille van zijn eigenzinnigheid als waan-zinnig bestempelde. In uiterst vurige bewoordingen probeert Artaud eerst aan te tonen dat ook andere grote figuren die door hun omgeving voor gek werden versleten, van de Franse dichter Gérard de Nervaltot de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche, eigenlijk hoegenaamd niet waanzinnig waren. Vervolgens tracht hij aan de hand van enkele schilderijen van Van Gogh duidelijk te maken dat die helemaal niet gek was. Anders had hij immers niet zulke meesterwerken kunnen schilderen. Voor Artaud is Van Gogh eerder een genie, een bezetene in positieve zin, een gedrevene. Het is de psychiatrie, voor Van Gogh in de persoon van dokter Gachet, die niet tegen genieën kan en hen daarom als waanzinnigen beschouwt. Marc Steemans speelt Artaud die zijn essay als een monoloog uitspreekt. Monoloog heeft hier een dubbele betekenis: Artaud is helemaal alleen, hij spreekt dus voor zichzelf, en hij is uiteraard ook de enige die iets zegt. Steemans is daarbij als personage helemaal in zichzelf gekeerd, en dat maakt de communicatie naar het publiek toe nogal moeilijk. Slechts op het einde kijkt hij het publiek rechtstreeks aan, alsof het personage pas doorheen zijn monoloog de kracht heeft gevonden om de confrontatie aan te kunnen. Steemans zet Artaud neer als een bezetene, als een gepassioneerd iemand die bij momenten — voor ons als toeschouwer — waanzinnig lijkt. Artaud lijkt trouwens in een soort isoleercel te zitten: op een drietal momenten gedurende de voorstelling vliegt er achteraan een deur open en worden er achtereenvolgens aardappelen, lege verftubes en keien de scène op gegooid. Dat Martine Boni in haar regie Artaud afschildert als een totaal in zichzelf gekeerde waanzinnige is betwistbaar. Het is zelfs een beetje vreemd dat de persoon die een tekst zegt waarin hij probeert aan te tonen dat een andere kunstenaar niet waanzinnig was, zelf naar het publiek toe als waanzinnig gekarakteriseerd wordt. Anderzijds moet gezegd worden dat de manier waarop Steemans Artaud gestalte geeft, wel erg doet denken aan de manier waarop Artaud zelf acteerde. Wie ooit foto’ s of films zag van Artaud, zal zonder moeite in het personage van Steemans de ‘bezeten’, geconcentreerde en roes-achtige speelstijl van Artaud herkennen. Het is echter niet (alleen) door die typering dat de prestatie van Steemans bijzonder genoemd kan worden. Het is eerder door de geweldig knappe nuanceringen die hij in zijn zegging weet aan te brengen. Door die verschillende registers te bespelen, brengt hij niet alleen een gelaagdheid aan in de tekst, maar geeft hij zijn woordenstroom ook een muzikale kwaliteit mee. Het is deze kwaliteit, resultaat van een enorm knappe stemtechniek, die ervoor zorgt dat Steemans gedurende bijna twee uur, ondanks enkele mindere momenten, telkens weer de aandacht weet te trekken. De combinatie van de inhoudelijk én vormelijk sterke, poëtische tekst van Artaud met de gevarieerde en bijzonder intense zegging van Marc Steemans maakt van Van Gogh, de zelfmoordenaar door de maatschappij dan ook een bepaald niet hapklaar verteerbare, maar bijzonder voedzame brok theater.

recensies