#118
01.09 — 30.11.2009

bekijk op issuu

Adams appels

Olympique Dramatique & Dominique Pauwels (Toneelhuis/ lod)

Al tien jaar lang maakt het Antwerpse spelerscollectief Olympique Dramatique theater – zoniet volgens een formule, dan toch met een aanpak. Het uitgangspunt is nagenoeg altijd een groep mensen, samengebracht in de ruimte en in de tijd, waarbinnen een conflict ontstaat. Dat conflict is ‘oud’ en ‘echt’: het vindt aansluiting bij de grote verhalen van de twintigste eeuw, eerder dan bij de dagelijks veranderende probleempjes van de vroege eenentwintigste eeuw. De Krippel en The Lieutenant of Inishmore bijvoorbeeld gingen over de Ierse zaak, de strijd van de IRA en het ermee gepaard gaande geweld. In hun bewerking van De Geruchten van Hugo Claus werd de breuk van een jongeman met een Vlaamse dorpsgemeenschap geënsceneerd. En ook in de televisiereeksen De Parelvissers en Van vlees en bloed, waaraan slechts enkele acteurs van Olympique Dramatique meewerkten maar die in een gelijkaardige sfeer baadden, stond het contrast tussen oude waarden, zwijgzaamheid en beroepseer, en jonge vrijheid, ironie en relativisme centraal. Olympique Dramatique recycleert dus harde kernen uit de geschiedenis, en maakt er snelle, jeugdige en – zoals dat dan heet – hilarische voorstellingen mee. Ze gieten een even bijtend als in het oog springend zuur over een huis clos-situatie, en kijken dan samen met het publiek naar wat er overblijft – naar wat niet weg te werken valt en naar wat niet om mee te lachen is. Geldt dat ook voor hun laatste voorstelling? Wat rest er na hun bewerking van Adams appels, de film van de Deense regisseur Anders Thomas Jensen uit 2005?

recensies

Altijd willen weten

Kroniek

Altijd Willen Weten is het afstudeerproject van Alexander Nieuwenhuis. Deze masterstudent Woordkunst aan het Herman Teirlinck Instituut voerde een onderzoek naar de begrippen ‘vakmanschap’ en ‘duurzaamheid’, dat zijn neerslag vond in zes openbare interviews plus een voorstelling. De reeks vond plaats op een onwerkelijke locatie: in het kerkje van Oosterweel, het enige wat is overgebleven van het ondergespoten polderdorp. Het gebouw bevindt zich in een klein bos dat een zestal meter in de grond verzonken ligt, pal naast een gigantisch industriepark. Nieuwenhuis trad er achtereenvolgens in gesprek met twee filosofen (André Klukhun en Jan-Hendrik Bakker), twee kokkinnen (Lut de Clerq en Mieke Vervecken-Pieters), twee handwerkers (Dre Wapenaar en Jeroen Besems), een theatermaker (Jan Joris Lamers), een imker (Laurent Ignoul) en ten slotte een bioloog (Gauthier Chappele). In de voorstelling worden deze conversaties verknipt en gecombineerd tot een nieuw geheel dat het ganse project mooi afzoomt. Altijd Willen Weten is de ontroerende zoektocht van een jonge maker naar een zinvolle invulling van het kunstenaarschap en van het als-mens-in-de-wereld-staan. In zijn visie zijn leven en werk, ethische en esthetische keuzes onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als Nieuwenhuis bij aanvang van zijn voorstelling zegt: ‘We gaan eraan beginnen’, dan slaat die zin niet enkel op het begin van de voorstelling, maar ook op het punt waar de kunstenaar zich vandaag in zijn leven bevindt: aan het eind van zijn opleiding en aan het begin van… ja, van wat precies?