ZOO/Thomas Hauert – Inaudible

Off-Hauert brengt Off-Gershwin

In zijn nieuwste groepsvoorstelling Inaudible neemt Thomas Hauert het op tegen de gedoodverfde klanken van Amerikaans componist Gershwin, en voor zijn minder gekende complexe stijl- en ritmeschakeringen. Meteen een aanzet voor de dansers van ZOO om zelf choreografische genres te remixen. Met virtuositeit en humor

Het is zowat een politiek statement: in de highbrow dansscène van vandaag een componist binnenhalen die zijn pluimen verdiende in de lichte Broadway Musical. Niet dat we ook maar iets van Rhapsody in Blue te horen krijgen. Maar je herkent de muziek meteen – en ziet er vanzelf de Brooklyn Bridge bij. Ook bij de dansers ontwaar je onmiskenbaar de klassieke dans- en jazzpassen én de two-steps à la Fred Astaire. Maar nooit voluit, nooit uitgewerkt tot een af samenspel. Het Piano Concerto in F (1925)van George Gershwin dat Hauert hier opvoert bestaat in drie versies: een voor twee piano’s , een voor groot orkest en piano (beide door Gershwin gecomponeerd) en een voor kleiner orkest (door arrangeur Ferde Grofé bewerkt). Van elke bewerking horen we dan weer verschillende interpretaties, versneden en door elkaar gespeeld, die de dansers en choreograaf op hun beurt interpreteren.

Inaudible begint ‘averechts’, met in de proloog het Ludus de Morte Regis van hedendaags componist Mauro Lanza. Een schurende en gedrongen compositie waarop de zes dansers (vijf mannen, één vrouw) op de donkere voorscène even gebald en krom aan elkaars lijven pulken. Maar het feest barst los als even later de dansers in rij opkomen op jubeltonen, en zich klaarzetten voor the grand opening. Kleurige en inventieve pakjes hebben ze aan. Om beurten of per twee of drie starten ze een improvisatie, die meteen weer stopt als de muziek na een paar maten stilvalt. Waarna een nieuwe interpretatie van dezelfde muzikale lijn volgt, en andere of dezelfde dansers hun individuele improvisatie herbeginnen. De uitvoerders lijken op speelgoedfiguurtjes die met elastiek zijn gemonteerd en waar armen, benen en lijf van knikken als je onder het voetje je duim induwt.

Er zit iets systematisch in de uitwerking, maar de choreografie zelf valt niet te voorspellen: de performers springen over de scène, zwieren en draaien met opvallend soepele lichamen. Alle stijlen door elkaar. Ze spatten in het rond zoals Sam Francis met zijn kleurspetters ooit een kunstwerk op het plafond van de Brusselse Muntschouwburg kladde (nog steeds te zien in de inkomhal): uitbundig en met aanstekelijke energie. Tussendoor wordt er geswingd, smachtend theatraal gegesticuleerd en ontpoppen duetten zich tot komische duellen.

De performers zijn in topconditie. Thomas Hauert en Mat Voorter, allebei gevormd aan de Rotterdamse Dansacademie (Codarts), behoren tot de oudere garde, maar geven niet af. De andere dansers – Liz Kinoshita, Fabian Barba, Albert Quesada en Gabriel Schenker – zijn pur sang P.A.R.T.S. Ze beheersen het klassieke dansvocabularium evengoed als alle andere genres, en deinzen niet terug voor de zware fysieke uitdaging. Dat is meteen het sterkst aan de voorstelling: hun ongebreidelde verbeelding en bravoure. Je weet niet waar eerst kijken. Geen enkele beweging ligt vast, er is geen strak georchestreerde choreografie en veel ruimte voor improvisatie. Daarbij dansen ze dus zelden unisono. Precies daardoor krijg je te zien wat onhoorbaar is (‘inaudible’): door de verrassende stijlsprongen van de dansers wordt je meteen ook de ontelbare nuances van de muziek gewaar. In de bewegingen worden melodie en ritme opengebroken en gefragmenteerd.

Hauert beseft dat groepsformaties hier minder werken: in zijn deconstructie ontwijkt hij het zweverige samenspel (al stuurt de muziek er telkens op aan). Als het dromerige te fel doorzet gaan de dansers er bij liggen. Bij een overdreven romantische passage verlaten ze zelfs de bühne. De muziek zorgt zelf wel voor de show. Even dansen ze de muziek zonder geluid erbij. Alles om ervoor te zorgen dat we te zien krijgen wat te stil bleef: de onorthodoxe en tomeloze stijlvermengingen van de Joods/New-Yorkse muziekvirtuoos. Tussendoor breekt het stuk van Lanza weer door en verstoort het lichte spel met ratels, gekwaak van plastic eenden en speelgoedtoeters, scheten en oprispingen. Om het contrast te tonen met Gershwins harmonieën? Zoals een kromme lijn dat doet met een rechte. In elk geval ook omdat Thomas Hauert niet geïnteresseerd is in rechtlijnig en klassiek dansen. Een ostentatief off, daar doet hij het voor. Hauert houdt van tegenwerk. En de rest is puur feest.

Gezien op 25 mei in La Raffinerie / Charleroi Danses in Brussel in het kader van het Kunstenfestivaldesarts

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Mia Vaerman