Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

Wunderbaum & De Warme Winkel - Privacy

Wunderbaum & De Warme Winkel - Privacy

Frank Keizer

Wunderbaum & De Warme Winkel

Privacy

 

 

Sharing is caring

 

Op de rij achter mij noemde iemand de voorstelling na afloop heel herkenbaar. Opvallend voor een stuk dat zo met rollen en identiteiten speelt. Niet dat ik vies ben van herkenning overigens: het kan enorm bekrachtigend zijn. Maar vaak wordt een kunstwerk pas echt interessant als je jezelf juist niet meer terugziet in wat op de scène gebeurt. Daardoor ontstaat ruimte voor een ander beeld van jezelf, misschien zelfs van een ander leven. Naar de voorstelling Privacy van Wunderbaum en De Warme Winkel kun je op beide manieren kijken.

 

Privacy is het resultaat van een samenwerking – een 'theatraal huwelijk' noemen ze het zelf –  tussen deze twee acteurscollectieven, die theater maken dat bekendstaat om zijn geëngageerde, conceptuele inslag. Metatheater eigenlijk, waarin de spelers zichzelf en hun leven onderdeel maken van hun spel. De protagonisten van dit stuk, Wine Dierickx (Wunderbaum) en Ward Weemhoff (De Warme Winkel), zijn in het echte leven een stel maar werkten daarvoor ook al professioneel samen. In Privacy, een zoektocht naar intimiteit en echtheid, spelen ze deze spanning uit en onderzoeken ze hoe ver ze kunnen gaan in het blootgeven van zichzelf op het podium. Voortdurend laveren ze daarbij tussen persoonlijke exhibitie en de afstand van de dramatische vorm.

 

In het eerste deel van het stuk worden aan de hand van drie iconisch geworden performances uit de geschiedenis van de beeldende kunst de grenzen tussen privé en publiek verkend: de bed-in van Yoko Ono en John Lennon in het Hilton, Jeff Koons en La Cicciolina's pornografisch getinte kunstfoto's en Tracy Emins beruchte besmeurde post-break-upbed uit 1997. Dat doen Dierickx en Weemhoff in een rommelige slaapkamer, een zwarte, half transparante, halfdonkere box die als een soort theater-binnen-het-theater op de scène staat. Dubbelzinniger kan het decor bijna niet zijn. Bovendien krijgt het publiek de beelden van de nagespeelde performances alleen via camerabeelden te zien, dus via een omweg. Niet de authenticiteit maar het geënsceneerde karakter van de publiekelijk beleefde liefde van deze kunstenaars wordt zo benadrukt.

 

Wat is er terechtgekomen van de hoop dat de uitstalling van het intieme grenzen kan doorbreken? De schaduwzijde van totale openheid is schaamteloze exploitatie. Het protest van Yoko Ono en John Lennon was een zorgvuldig geregisseerde mediagebeurtenis, de foto's van Jeff Koons waarin hij seks heeft met La Cicciolina komen neer op een pornoficatie van de kunst en het bed van Tracy Emin leverde bij een veiling in Sotheby's in 2014 ruim twee miljoen op. Werk en leven zijn nu hopeloos verstrengeld, en politiek en erotiek zijn onderkoeld geraakt.

Die ontnuchtering komt terug in het spel en in de enscenering, die kaler worden naarmate de voorstelling vordert. Als 'Ward' en 'Wine' komen de spelers uit de veiligheid van de zwarte box en stappen ze de kwetsbaarheid van het podium op. Ze vertellen intieme details uit hun relatie – hun kinderwens, de verminderde vruchtbaarheid van Ward – maar van het iconische is niets meer over. De relatie van Wine en Ward kenmerkt zich eerder door ongemak, een ongemak dat sterk contrasteert met de heroïek en grenzeloosheid die Yoko Ono en John Lennon uitstraalden. Geen seks meer tegen oorlog, geen seks meer tegen het kapitalisme maar, heel gewoon, seks om een kind te maken.

 

Met die ‘gewoonheid’ en burgerlijkheid wordt echter ook gespeeld, want het is niet zo dat Privacy taboes schuwt. Een belangrijk deel van de voorstelling gaat juist over hedendaagse taboes. Zo spreken Ward en Wine openlijk over onvruchtbaarheid en anale seks. Onderwerpen die met schaamte omgeven zijn: impotent zijn is onmannelijk en anale seks wordt zo sterk geassocieerd met homoseksualiteit dat heteromannen niet graag toegeven dat ze into anaal zijn. De acteurs dagen zo zichzelf en het publiek uit hun barrières te doorbreken en hun opvatting over wat privé en wat publiek is te herzien. Toch fluiten ze zichzelf halverwege het stuk ook terug, door zich af te vragen of ze hier geen 'intimiteitsporno' bedrijven. Hier lijkt het onderzoek te stokken. Niet alle intimiteiten worden immers in gelijke mate aanvaard in de openbaarheid. Sommige worden gestigmatiseerd, of erger, gecriminaliseerd, omdat ze buiten de (publieke) norm vallen. Het kan schadelijk zijn om de manifestatie daarvan als exhibitionistisch weg te zetten, zoals in de achtergrondinformatie bij de voorstelling gebeurt. Daarin wordt Richard Sennett aangehaald, die spreekt van de 'the tyranny of intimacy'. Privacy blijkt dan een conservatieve waarde, een machtsmiddel waarmee sommige vormen van intimiteit uit de publieke ruimte kunnen worden geweerd. De vraag is dan ook niet zozeer of we eigenlijk wel onze persoonlijke levens op straat moeten gooien, maar wat we daarbij precies zouden kunnen winnen. Bevestigen we de norm of breken we haar open?

 

Het persoonlijke is nog steeds politiek. Ook Privacy maakt dat duidelijk, niet door een hang naar uitgebluste transgressie, maar door de toeschouwer deelgenoot te maken van alledaags ongemak. Ward en Wine halen hun problemen uit de slaapkamer en maken ze zichtbaar voor iedereen. En dan blijkt dat het intieme eigenlijk altijd al verknoopt was met het publieke.

 

 

Privacy speelt op 5 en 6 augustus op Theater aan Zee in Oostende (Belgische première)