© Fred De Brock

To Name Herstory – Florian Fischer / NTGent

Het mag pijn doen

Florian Fischers nieuwe productie To Name Herstory is gebaseerd op de roman Don Quixote, which was a dream (1986) van de Amerikaanse schrijfster Kathy Acker. De schrijfster staat erom bekend de taal en het romangenre te verminken en teksten te creëren met een apart idioom en een experimentele schriftuur. Acker eigende zich canonieke teksten toe, die ze transformeerde door er – bijvoorbeeld – autobiografisch materiaal mee te vermengen. In Ackers Don Quixote besluit een vrouwelijk personage na een abortus door het leven te gaan als Don Quixote, de figuur die door Miguel de Cervantes vereeuwigd werd als een Spaanse edelman die teveel ridderromans las, daardoor in de waan verkeerde zelf een ridder te zijn en op queeste vertrok om zijn geïdealiseerde geliefde Dulcinea te vinden.

Ackers/Fischers Don Quixote vertrekt op een soortgelijk avontuur: ‘When she was finally crazy because she was about to have an abortion, she conceived of the most insane idea that any women can think of. Which is to love.’ De dood van het ongeboren kind staat voor een nieuw begin: het startpunt van een zoektocht naar de mogelijkheid voor een vrouw om niet alleen het object van mannelijke liefde, maar ook een liefhebbend subject te kunnen zijn. De vrouw heeft voor die queeste een andere naam nodig (‘she had to name herself’). Ze kiest voor een mannennaam, want ze moet deels man zijn om een volwaardig subject te worden. Haar naam wordt dus Don Quichote/Quixote, die eropuit trekt om de wereld te redden van het kwaad.

Een van de ‘evil enchanters’ in Ackers Don Quixote is de toenmalige president van de VS, Ronald Reagan. Acker laat haar aandacht uitgaan naar diens beleid, naar de uitwassen van het kapitalisme, de klassenongelijkheid. Fischer kiest er echter voor om Ackers sociale en economische kritiek minder aan bod te laten komen in het stuk. Waar Acker in Don Quixote toont dat feministische en marxistische kritiek een en ondeelbaar zijn, worden die bij Fischer grotendeels ontkoppeld: een gemiste kans om Ackers radicale kritiek uit de jaren tachtig te vertalen naar het huidige politieke klimaat, waarin Reagans slogans super hot zijn. Fischer laat in plaats daarvan de radicaliteit van Ackers ‘verknipte’ schriftuur achterwege en knipt de Don Quixote-passages uit de roman om er een coherent en af en toe wat belegen verhaal mee te vertellen over de zoektocht naar de ideale liefde.

Waarmee niet gezegd is dat de regisseur onkritisch is, integendeel. Op het institutionele niveau dwingt Fischer wel degelijk iets af met To Name Herstory. De keuze om een experimenteel werk van een feministische schrijfster te vertalen naar het podium van een van de grootste instituten in de Vlaamse podiumkunstensector is een lovenswaardig kritisch statement op zichzelf. Fischers verzetsdaad loopt in die zin parallel aan die van Acker. Zij grijpt met haar schrijfpraktijk in in de literaire ‘history’, terwijl hij aan de definitie van repertoire morrelt door een tekst van Acker op de planken van een repertoiretheater te brengen. Zij en hij (her)schrijven elk op hun eigen manier ‘herstory’.

“De keuze om een experimenteel werk van een feministische schrijfster te vertalen naar het podium van een van de grootste instituten in de Vlaamse podiumkunstensector is een lovenswaardig kritisch statement op zichzelf.”

Fischers Don Quichote wordt gespeeld door Lien Wildemeersch, die zich in waanzinnige avonturen stort met Risto Kübar, haar eigenste cowboy-sidekick, straathond en geliefde Saint-Simeon. Eigenlijk gebeurt er in de loop van het stuk niet erg veel op de scène; Don Quichotes emancipatorische strijd is in dit geval dan ook eerder symbolisch van aard: ze voltrekt zich vooral in de taal. De twee acteurs lopen vertwijfeld, dan weer strijdvaardig rond op de scène terwijl ze hun tekst brengen. Daarbij spreken ze zowel in eerste als in derde persoon over hun personages. Het verhaal van Don Quichote wordt dus afwisselend en gelijktijdig benoemd (‘To Name Herstory’) en belichaamd. Fischer wijkt hiermee, zoals Acker, bewust af van de logica van de representatie en voert het publiek mee in een logica van de droom en de waanzin. Don Quichote is dan ook een “night’s knight”: ze eigent zich de nachtelijke waanzin toe als een subversieve kracht, die haar in staat stelt haar dromen en idealen bewaarheid te zien.

De waanzinnige verbeelding is hier een strijdmiddel om bepaalde begrenzingen en structuren onder druk te zetten. Samen verjagen de ridder en haar sidekick bijvoorbeeld de patriarchen (het publiek) door er met een doek naar te  wapperen. Nadien proberen ze in de vorm van een rollenspel zowel de vrouwelijke als mannelijke kanten in hun personages afwisselend te benaderen of te deconstrueren. Ook verkennen Don Quichote en Saint-Simeon mogelijke machtsrelaties tussen man en vrouw en verschillende vormen van overgave en controle. In de voorlaatste scène wordt tijdelijk een ideale toestand bereikt, wanneer de acteurs zich aan een BDSM-spel wagen en elkaar pijnigen met heet kaarsvet en zweepslagen. Beurtelings is de een meester, de ander slaaf. Macht en gelijkwaardigheid lijken elkaar niet uit te sluiten, zolang beide partijen elkaar vertrouwen en beiden de pijn ondergaan, die een intrinsiek deel is van menselijke relaties. Na deze verlangens en pijn gedeeld te hebben, vallen Don Quichote en Saint-Simeon elkaar in de armen en vinden man en vrouw een gemeenschappelijk lichaam en een gemeenschappelijke taal. In de laatste scène wordt nog geprobeerd de toeschouwers deelachtig te maken van deze gemeenschappelijke vorm door een man en vrouw weg te leiden achter te coulissen, maar daar dreigen Fischer en co zich te verliezen in overbodige symboliek.

Door de fysieke pijngrenzen te overschrijden, wordt de theatrale illusie aan het einde echter stevig doorprikt. De twee acteurs breken namelijk ook even uit hun rollen om te controleren of de ander de pijn kan verdragen. De symbolische orde (de droom, de waanzin en de taal) is volledig verstoord. Fischers/Ackers/Don Quichots feministische strijd is er een waarbij lichamen pijn lijden op het strijdtoneel om grenzen en taboes te kunnen doorbreken. Theater wordt een transformatieve performance: Fischer brengt eerst een tekstueel universum tot stand op de scène, dat daarna gedeconstrueerd wordt door de subversieve kracht van lichamelijke pijn en dat leidt tot een synthese van de seksen. Wat Fischer doet, is in elk geval meer dan verfrissend in de context van het Vlaamse theater, waar men soms lijkt te vergeten dat teksttheater niet noodzakelijk alleen maar representatief hoeft te zijn. Met To Name Herstory kijkt Fischer het zogenaamde ‘’niet-representeerbare” recht in de ogen: uit het vrouwelijke, uit de dood, de waanzin, het duister en de pijn puurt hij liefde. Een liefde die, wanneer ze uit haar symbolische hengsels wordt gelicht, toch krachtig weet over te slaan op de toeschouwerszijde.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Elke Huybrechts

Elke Huybrechts studeert aan de Universiteit Antwerpen en loopt stage bij Etcetera.