Theater Artemis en De Warme Winkel – De Meest Zwaarmoedige Voorstelling Ooit (waarvan het hele publiek moet huilen)

Ode aan de vriendschap

Theater Artemis en De Warme Winkel maakten met De Meest Zwaarmoedige Voorstelling Ooit (waarvan het hele publiek moet huilen) een voorstelling over de fictie van het lijden – en over hoe echt die fictie kan zijn. Daarmee vatten regisseur Jetse Batelaan en de ploeg op een hilarische maar ‘serieuze’ manier het wezen van de meest onbegrijpelijke variant onder de mensen: de puber.

Tristan gaat gekleed als wandelende doodskist, Arthur is een biker in een rolstoel. Josh heet eigenlijk Josefien maar kleedt en gedraagt zich als een jongen. Er is een engelachtig meisje dat met ‘Whisper’ wil worden aangesproken en een frêle jongen die Joy heet. Met vijf zijn ze, vijf vrienden die voor elkaar door het vuur zouden gaan. Wie er niét bij is is Tracy, de zesde van het stel – en dat heeft zo zijn verhaal.

De vijf vrienden hebben een missie: de zwaarmoedigheid opwaarderen, het in ere herstellen van de treurnis die een taboe is geworden in onze glitter ‘n glamour-samenleving. Dat doen ze door hun zwartgalligheid nadrukkelijk te installeren – met oog voor het gewenste effect, een beetje zoals ook Batelaan steevast de mechaniekjes achter de theaterillusie laat zien. Zo komt het engeltje (Anneke Sluiters) als eerste de scène opgeschuifeld, verstopt achter een groot kartonnen bord waaraan zakjes met water hangen. Daarmee verraadt ze de hele scène, want eens de pancarte met de titel van de voorstelling wordt omgedraaid en zij aan het snikken gaat, weten we waar de stromen water langs haar benen vandaan komen.

De Meest Zwaarmoedige Voorstelling Ooit is een revue van ongelukkige personages, melancholische beelden en sentimentele muziekjes. De invulling van ‘zwaarmoedigheid’ is uiterst romantisch – het cliché van de negentiende-eeuwse romantiek, maar doorspekt met absurde en persoonlijke interpretaties. Een voice-over beschrijft ‘droevige taferelen’ als ‘een lijkkoets in de stromende regen met een kreupel paard ervoor’ maar evengoed ‘het schoolplein van mijn oude basisschool’ of zelfs ‘een gondel met een buitenboordmotor’. Er is een zielig filmpje waarin een hertje wordt afgeschoten, er is een video-poem van een te zwaar opgemaakt meisje, er klinkt een vertraagde versie van Mozarts Lacrimosa… De sportzaal waarin De Meest Zwaarmoedige Voorstelling Ooit speelt staat vol kaarsen – op batterijen, weliswaar, wat de personages niet verhindert om ze af en toe theatraal uit te blazen.

De collagestructuur van de voorstelling en de evolutie van een lege scène naar chaotische volheid verraden de handtekening van De Warme Winkel – zo wordt in het slottableau een stilleven geïnstalleerd vol vanitasmotieven die zo uit een zeventiende-eeuws genretafereel lijken geplukt. Maar de emotionele inzet is duidelijk die van Batelaan. Net zoals in De dag dat de papegaai zelf iets wilde zeggen, ook voor 14+, materialiseert Batelaan abstracte emotionele begrippen: ‘zwarte gedachten’ of ‘donderwolken’ komen bijvoorbeeld in de gedaante van onhandig verklede spelers de scène opgelopen en cirkelen om het hoofd van hun ‘slachtoffer’. Voor het publiek is dat grappig, maar het zegt ook iets over de heftigheid, de ‘echtheid’, de ‘concreetheid’ van pubergevoelens; gevoelens die ‘tastbaar’ zijn en niet te relativeren. Ze gebruiken een dikke laag fictie – letterlijk ook: schmink, pruiken – om hun lijden naar buiten te brengen, maar het lijden is er niet minder echt om.

Net zoals in De dag dat de papegaai… schuilen de schoonheid en de geloofwaardigheid van deze productie in het feit dat Batelaan de puber serieus neemt, als een volwaardig, kwetsbaar wezen. Vruchteloos zit je als toeschouwer te wachten op het moment dat de vijf hun sentiment ontluisteren, op die knipoog van medeplichtigheid die zegt ‘wij weten zelf ook wel dat het over the top is’ – maar die turn komt niet. De personages houden de sentimentele enscenering tot het einde vol, zonder spoor van ironie. Daarmee geeft Batelaan, als volwassen man, te kennen dat hij de ernst van hun gevoelens respecteert. Natuurlijk toont hij ook hoeveel genot, hoeveel narcisme er schuilt in het drama, maar laat ons eerlijk zijn: hoe waren we zelf? De Tristan (Vincent Brons) die uit zijn dagboek voorleest hoe hem een gemengd gevoel van verdriet en geluk overvalt, omdat hij opeens beseft te léven  – ‘Ja, ik leef’ – die kennen we allemaal, die zijn we allemaal geweest.

Maar als De Meest Zwaarmoedige Voorstelling Ooit géén jolige ontluistering is van pubersentiment, wat is het dan wel? Wat zet de ploeg in de plaats van makkelijke ironie? Het antwoord komt wanneer het zaallicht aangaat – of eerder: het ongezellige neonlicht van de sportzaal – en daarmee ‘uit’ de enscenering van de pubers wordt gestapt voor een verhaal dat ‘echt’ is. Het tragikomische relaas (opnieuw: komisch enkel voor de toeschouwers) over hardloopster Tracy maakt duidelijk waarin hun hang naar zwaarmoedigheid geworteld is: in het verdriet om het verlies van een vriend. Tegelijkertijd is dat lijden de lijm tussen hen, het vormt de basis van hun onverbrekelijke pact. De vriendschap sleurt Josh (Mara van Vlijmen) door zijn/haar woedeaanvallen, helpt Arthur (Jeroen De Man) opnieuw op zijn benen te staan. Meer dan een verhaal over zwaarmoedigheid is De Meest Zwaarmoedige Voorstelling Ooit een ode aan de vriendschap, die wellicht nooit meer zo intens wordt beleefd als tijdens de puberjaren.

Dat de aanpak (doorheen de fictie naar een waarachtige kern) doel treft blijkt ook uit de reacties van sommige toeschouwers. Natuurlijk begrijpen de veertienjarigen in de zaal dat de personages op scène typetjes zijn, maar dat staat ook aan publiekszijde geen ware emotie in de weg. Op een gegeven moment gaan de spelers de tribune op, om aan de (echte) pubers te vragen wanneer en waarom ze voor het laatst gehuild hebben. Jeroen De Man raakt in gesprek met een jonge toeschouwer die langer dan gebruikelijk op zijn vragen ingaat. Na afloop van De Meest Zwaarmoedige Voorstelling Ooit blijft de jongen op zijn bankje zitten, tot lang nadat de rest van het publiek is buitengestroomd. Hij huilt.

Gezien op 29 april 2016 op locatie in Oostende

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.