Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

NTGent

(c) Yuri van der Hoeven
NieuwTG

Wat nu? NieuwTG, een groep van Gentse dramastudenten en jonge makers, kampeerde afgelopen week drie dagen lang in NTGent, naar aanleiding van de bestuurscrisis van de stadsschouwburg. Ze debatteerden er over de vraag hoe de werking van een kunstinstelling zoals deze er vandaag zou moeten uitzien. Aan media-aandacht geen gebrek. Het personeel en de bestuursleden van NTGent blonken dan weer uit in afwezigheid. Met deze slotspeech blikte NieuwTG kritisch terug op zijn ervaringen.

 

Dit artikel maakt deel uit van de reeks 'Quo vadis, NTGent', waarin negen uiteenlopende stemmen hun voorstel voor het Gentse stadstheater delen.

Tekening: Gerard Herman
Chokri Ben Chikha

'Middenin de stad, middenin de wereld’: dat was de wervende slogan die Johan Simons destijds introduceerde bij NTGent. Het blijft een boeiend vraagstuk: hoe kan juist een stadstheater in die wereld een verschil maken? Volgens mij ligt het antwoord in ‘spelen’, in de ruimste zin van het woord. Het gaat erom de speelbaarheid in de stad te vergroten. Dat kan op meerdere manieren.

 

Dit artikel maakt deel uit van de reeks 'Quo vadis, NTGent', waarin negen uiteenlopende stemmen hun voorstel voor het Gentse stadstheater delen. 

Tekening: Gerard Herman
Karlien Vanhoonacker

‘Huis van spelers’, ‘Midden in de stad, midden in de wereld’, NTG, Nederlands Toneel Gent, het Publiekstheater. De naam en de baseline van het theater in het centrum van Gent zijn de voorbije decennia behoorlijk vaak veranderd. Maar het DNA bleef zo goed als altijd hetzelfde: een klassiek ensemble. Is dat nog wel van deze tijd?

 

Dit artikel maakt deel uit van de reeks 'Quo vadis, NTGent', waarin negen uiteenlopende stemmen hun voorstel voor het Gentse stadstheater delen.

Tekening: Gerard Herman
Dirk Pauwels

Er staat een groot gebouw in het midden van de stad. Een gebouw bedacht om in te spelen, om in te tonen. Bestaan er voor de mensen veel schonere dingen dan dat? Het zou goed zijn dat de Gentse schouwburg van NTGent weer een vuurtoren wordt, en niet zozeer een broeinest van de meest uiteenlopende kunstenaars en initiatieven. Dit is dan ook een pleidooi vóór schotten.

 

Dit artikel maakt deel uit van de reeks 'Quo vadis, NTGent', waarin negen uiteenlopende stemmen hun voorstel voor het Gentse stadstheater delen. 

Tekening: Gerard Herman
Benny Claessens

Toen men mij vroeg om na te denken over hoe een stadstheater van de 21e eeuw er voor mij zou uitzien, dacht ik aan wat Johan Simons in de meeste interviews zegt over een stadstheater. Hij beschrijft het stadstheater als een schip met een bemanning, dat vervolgens de wereld rondvaart. Ik denk dat een stadstheater voor mij eerder een haven is. Een stilstand waar een allegaartje aan mensen aanmeert, op adem komt en dan weer vertrekt. En er anders vertrekt dan hoe men er aankwam.

 

Dit artikel maakt deel uit van de reeks 'Quo vadis, NTGent', waarin negen uiteenlopende stemmen hun voorstel voor het Gentse stadstheater delen. 

Tekening: Gerard Herman
Evelyne Coussens

Als u mij vraagt naar mijn voorstel voor het NTGent van de toekomst, dan zeg ik: geen huis van spelers, geen huis van de kunsten, geen huis midden in de wereld, maar – en het klinkt wat pathetisch, ik weet het – een huis van noodzaak. Zo droom ik meteen ook de andere stadstheaters: als een plek waar enkel dingen gebeuren die op dit moment, in deze tijd, door al wie er binnen en buiten wandelt, noodzakelijk worden bevonden.

 

Dit artikel maakt deel uit van de reeks 'Quo vadis, NTGent', waarin negen uiteenlopende stemmen hun voorstel voor het Gentse stadstheater delen. 

Tekening: Gerard Herman
Dominique Willaert

Het huidige publiek van NTGent is hoofdzakelijk blank en hoger opgeleid. Het weerspiegelt dus niet de stad, wel de eigen parochiale gemeenschap. Op zich is daar niets verkeerds aan, alleen laten we veel kansen liggen om een nieuw en gedeeld verhaal te creëren. Een stadstheater dat de gelaagde stedelijke realiteit tot onderwerp maakt van artistieke creatie, presentatie en publiekswerking, zal resulteren in zowel nieuw en gedurfd artistiek werk, als in een breder, heterogener publiek. Hoe?

 

Dit artikel maakt deel uit van de reeks 'Quo vadis, NTGent', waarin negen uiteenlopende stemmen hun voorstel voor het Gentse stadstheater delen. 

Tekening: Gerard Herman
NieuwTG

NTGent verkeert in woelig water. Ingeperkte subsidies en interne strubbelingen leidden niet alleen tot het vertrek van artistiek leider Johan Simons, maar ook tot een wezenlijke identiteitscrisis. Hoe het schip weer vlot krijgen? Maar vooral: voor welke bestemming dan? Podiumtijdschrift Etcetera en cultuurmagazine rekto:verso vroegen negen uiteenlopende stemmen om het publieke debat aan te zwengelen met een eigen wervend toekomstvoorstel. Vanaf 10 januari publiceren we de resultaten elke dag in duo op elk onze site. De rol van het Gentse stadstheater is te belangrijk om ze alleen maar over te laten aan de raad van bestuur...

 

Beginnen doen we onze reeks met het voorstel van NieuwTG, een groep van Gentse dramastudenten en jonge afgestudeerde theatermakers- en spelers, die van 12 tot 14 januari een Driedaagse organiseert in de schouwburg van NTGent: 'drie dagen die naar alle vrijheid worden ingevuld door NieuwTG met de uitnodiging aan iedereen om mee te komen luisteren, kijken, filosoferen en eten'. Bekijk hier de gelayoute versie van hun plan. 

Johanna Cockx

'Vereenzaamde man pas acht maanden na overlijden gevonden' luidt een krantenkop op 19 oktober in De Standaard. Diezelfde avond zit ik in Florian Fischers NTGent-debuut Kroniek of een man ligt dood in zijn appartement sinds 28 maanden. De actualiteit lijkt de fictie te hebben ingehaald. Ze zijn talrijker dan we denken: overledenen die maanden in vergetelheid verwijlen. Hun rekeningen worden doorbetaald, hun post geleverd, hun sociale mediaprofielen leven voort. De jonge Duitse regisseur Fischer neemt dit thema onder handen samen met twee vaste acteurs uit het NTGent-ensemble, Bert Luppes en Oscar Van Rompay, en danseres-choreografe Charlotte Vanden Eynde. 

Mia Vaerman

Benny Claessens brengt voor zijn tweede creatie bij NTGent vijf essentiële levensfases op scène. Learning how to walk, learning how to talk, learning how to touch, learning how to be alone, learning how to die: allemaal existentiële kwesties. Goed voor theater. Maar met de laatste twee stappen van het groeiproces is de regisseur zelf nog niet klaar, lijkt het. 

Evelyne Coussens

Wat is een regisseur, wat maakt iemand tot een goede regisseur, een grootse regisseur? Of zelfs: een kunstenaar? Moeilijke vragen die om de zoveel tijd opnieuw oppoppen, meestal in deeldiscussies rond termen als ambacht of noodzaak, die op hun beurt vaak voorgesteld worden als twee elkaar uitsluitende begrippen – alsof teveel ambacht de noodzaak zou doden, en een brandende drive zich niet zou laten vertalen in een wellmade play. Op een gegeven moment stelt zich ook altijd weer hetzelfde epistemologische probleem: hoe ziet noodzaak eruit? Over ambacht zijn critici het meestal sneller eens, maar waaraan herken je noodzaak, hoe kan bewezen worden dat die er is, of niet is, zonder in het hoofd en het hart van de regisseur te kruipen? En hoe arrogant is het om als criticus daarover iets te willen zeggen?