©Tim Theo Deceuninck

Stil(l) – Tim Taveirne & Loes Swaenepoel

A Song of Innocence

Deze zomer brachten Tim Taveirne en Loes Swaenepoel hun afstudeerproject Stil(l) op Theater Aan Zee, waar hun voorstelling deel was van de jaarlijks terugkerende opzet om  jong werk in de kijker te zetten. Ook op de tweede editie van Love at First Sight, het Antwerpse theaterfestival voor nieuwe makers, tekenden de  KASK-studenten present.  Hoewel het label ‘jonge maker’ niet altijd eerbiedwaardig is voor de makers in kwestie, weerklinkt aan het begin van Stil(l) – bijna als een poëticaal statement – uit de speakers: “Hold on, though we may be too young  to know this ride we’re on”. Swaenepoel en Taveirne maken van de jeugdige onschuld een waarmerk.

Taveirne en Swaenepoel, beiden gekleed in pastelkleurig katoen en felle sokken, zitten bij aanvang van de voorstelling naast elkaar op zwarte stoelen, uitkijkend op een lege scene, terwijl ze verwachtingsvol het toestromende publiek gadeslaan. Zodra het publiek heeft plaatsgenomen op de tribune, begint Swaenepoel  te dansen op Ben Howards Depth over distance, waarin een ‘ik’ weeklaagt over de onbereikbaarheid van de ander en tegelijk dus oproept om niet op te geven: een spreeksituatie die ook de rest van de voorstelling tekent.

Na haar dans richt Swaenepoel zich tot de tribune en zegt: “ik ben er”. Wat volgt is een verkenning van aan- en afwezigheid.  In lyrische bewoordingen tracht het duo de aanwezigheid van de ander te vatten. Een melancholische toon beheerst de voorstelling: eerst spreken de performers naast elkaar, dan vinden ze elkaar kortstondig, om vervolgens weer te stuiten op de onmogelijkheid om de ander langer dan een ogenblik vast te houden. Meestal eindigen de pogingen om een gesprek te beginnen in een ontgoochelende stilte.

In Stil(l) wordt niet alleen getreurd om wat onbereikbaar is, er wordt ook gezocht naar een nieuwe taal en een nieuw begin. Door telkens met overtuiging opnieuw te beginnen, opent zich een verbeeldingswereld  en worden mogelijkheden ontsloten. Er wordt geprobeerd om “iets te verzinnen wat nog niet was” en om elkaars ritme te vinden. Ondanks de mislukte pogingen om bij elkaar te komen, hervindt het duo al spelend telkens zijn enthousiasme en onschuld. Swaenepoel is een krak in net dát zichtbaar te maken. Zij toont zich over de gehele lijn als een onevenaarbaar performer. In haar gezicht en gestes tekenen zich telkens subtiele, rijkgeschakeerde veranderingen af die biologeren.

“Meestal eindigen de pogingen om een gesprek te beginnen in een ontgoochelende stilte.”

Swaenepoel en ook Taveirne acteren en dansen  beiden op een vrij expressieve manier en ook met de muziek lijken ze een verhaal te willen bieden, maar die intentie botst op het hermetisme van de poëtische tekst. De toeschouwer moet met Taveirnes dichterlijke bouwpakket van associaties aan de slag gaan, maar het is niet vanzelfsprekend om een houvast te vinden. Het scenische gedicht blijft voor het grootste deel een in zichzelf besloten stuk, dat op sommige momenten te weinig communiceert. Het heeft de verhalende (en bijwijlen sentimentele) teksten van de muziek hard nodig om begrijpelijk te zijn en zodoende overeind te blijven. Dat is jammer, want Taveirnes schrijven belooft meer dan dat.

Verstilling is een begrip dat vaak geassocieerd wordt met de inwerking van poëzie op de lezer. Poëzie lezen veronderstelt immers een verhevigde aandachtmodus, het kristalliseert de tijd. Luisteren en kijken naar Taveirnes lyrische poëzie brengt een waardevolle verstilling. De lege scène wordt een bijna kinderlijke verbeeldingsruimte, waarin gezocht wordt naar verbinding met de ander op scène en met het publiek, maar waarin het contact met die laatste zwakker is. Als toeschouwer wil je graag deel gemaakt worden van de taalcocon, die Swaenepoel en Taveirne voor zichzelf bouwen, maar dat verlangen wordt niet helemaal bevredigd. Deze spelende makers hebben onmiskenbaar sterke kwaliteiten, Swaenepoel als verhalende speler en Taveirne als lyriekschrijver, de in Stil(l) aanwezige sterke instrumenten komen evenwel nog niet tot een symfonisch geheel.

Drama-studenten Tim Taveirne & Loes Swaenepoel met Stil(l), gezien 16 september op LAFS (Bourla schouwburg).

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Elke Huybrechts

Elke Huybrechts studeert aan de Universiteit Antwerpen en loopt stage bij Etcetera.