Stand Down – Bloet & Black Box Revelation

Richtingloze sit-downcomedy

Na de slapstick, politieke capriolen, eigenzinnige updates van Shakespeare en Müller nu de kale, hyperpersoonlijke vertelling? Als we de aankondiging moeten geloven, breekt Jan Decorte in Stand Down met zijn eerdere werk. Maar hoe radicaal is zo’n breuk als je andermaal jezelf opvoert en realisme nauwelijks van gemakzucht onderscheidt?  

Misschien was een breuk wel wat Jan Decorte nodig had. Zijn werk wordt al jaren bekritiseerd om zijn schijnbare willekeur en simplisme. Typerend is de polemiek in rekto:verso van theatercriticus Wouter Hillaert, die de gewezen punkprofeet na Much Dance uit 2014 aanmaande om ermee te stoppen. ‘Kunst is aan jezelf ontstijgen, niet jezelf opvoeren.’

De bewuste breuk in Stand Down ziet er alvast allesbehalve revolutionair uit. Jan Decorte gaat zitten waar hij zo vaak gaat zitten, links vooraan op de scène. Als een trouwe stamgast. Met een verzoek: ‘Ik wil dat u mijn vriend wordt.’ In ruil voor een ticket zal Decorte groothartig citeren uit eigen leven, niet tegengehouden door gêne of schuldgevoel. Naast hem in Johan Daenens abstracte decor houdt zijn eega Sigrid Vinks als vanouds de wacht; rechts kampeert de tweekoppige rockband Black Box Revelation. Ze zullen om beurten hun momentum krijgen in deze triptiek van vertelling, dans en muziek, groots georkestreerd rond de persona van Decorte, die terugblikt, loslaat en zich blootgeeft, eerlijk en zonder pointe. Stand Down als antipode voor stand-upcomedy.

Decortes verhalen zijn pijnlijk biografisch: in een dramatische crescendo schetsen ze zijn ontluikende seksualiteit, zijn puberale verzet tegen de katholieke moraal, zijn overdosis slaappillen als huiskunstenaar bij Toneelhuis tot zelfs de openlijke masturbatiepartijen op het Muntplein. De lijn: in de groeiende subversiviteit van Decorte moeten zijn wil om te scheppen en gezien te worden, bloot komen te liggen. Zo kan zijn verlangen om naar buiten te treden uitmonden in een kunstenaarschap waarin psychoses, zelfmoordgedachten en een ongeremde creativiteit elkaar mogelijk maken.

Althans, dat lezen sommigen in de talloze puberale erecties, seksuele uitspattingen en huiselijk geweld waarover Decorte in geuren en kleuren verhaalt. De goed menende recensent prijst die uitweidingen als rauw en ongekunsteld, met minder goodwill zie je een weinig zelfkritische, nauwelijks voorbereide vertelling die iets te vaak teruggrijpt naar schunnige grappen. Ongekunsteld is het enfant terrible trouwens allesbehalve: zijn verhalen heeft hij soms in vergelijkbare bewoordingen verteld in Tis of tisni, het Decorte-boek dat bij de première van Stand Down werd voorgesteld.

Onderscheiden de seksverhalen in Stand Down zich eigenlijk wel van stand-upcomedy? Als Decorte doelt op het geginnegap van een doorsneejurylid in De slimste mens ter wereld of de podiumkomiek van een-mopje-per-tien-seconden, kan zijn goudeerlijke vertelling zich op de borst kloppen: gemakkelijke overwinning. Maar echt pointeloos kun je zijn gezellige gezapigheid niet noemen. Neem nu het verhaal waarin de piepjonge Jan van de nonnen een rok aan moest omdat hij via zijn broekzakken aan zijn geslacht zat te peuteren. De pointe: in zo’n rokje kon hij er nog makkelijker bij. Over Studio Herman Teirlinck, waar de zus van Sigrid studeerde, zegt Decorte: ‘Ze vond de opleiding te onnozel, wat ze ook was.’ De pointe: ‘Ik gaf er dan ook les.’ Het is matige sit-downcomedy die afleidt van waar het werkelijk over zou kunnen gaan in Stand Down: het onverwerkte verleden en de ontwikkeling van een kunstenaarsziel.

Dancing Queen

‘En dan nu een streepje muziek.’ Decorte stelt Black Box Revelation voor alsof hij een reclameblok aankondigt. Het belooft weinig goeds voor de cement waarmee vertelling en muziek zullen samenhangen. Dat Jan Paternoster en Dries Van Dijck oerdegelijk kunnen rocken wisten we al, maar aan het grotere geheel voegen de jongens weinig dynamiek toe. De songtitels van Black Box Revelation – ‘Love Affair’, ‘Youthful Charm’, ‘Low’, ‘Ain’t No Other Way’ – kun je dan wel losjes terugkoppelen naar Decortes narratieve opbouw; om die te versterken of, interessanter, te contrasteren, zijn de teksten te vrijblijvend.

De danspassen van Sigrid Vinks dan maar. Die voert ze naakt en in stilte uit, tastend maar zelfbewust, alsof ze haar lichaam opmeet. Lange tijd blijven ze vrij doelloos en abstract, die halve, wentelende turnoefeningen, maar dat verandert in het derde intermezzo, wanneer Vinks kwetsbaar en haast kinderlijk ABBA’s ‘Dancing Queen’ ten berde brengt. Niet toevallig, die liedkeuze: ‘Dancing Queen’ mag dan bekendstaan als onverwoestbare dansklassieker, in de tekst schuilt een diepere laag, die raakt aan de thematische ondergrond van Stand Down. De tragedie ligt bij de verteller. Niet de dancing queen zelf zingt het lied, maar een buitenstaander. ‘You are the dancing queen, young and sweet, only seventeen.’ Maar zij is het zelf niet.

Ooit moet ze zelf zeventien zijn geweest, zorgeloos bij de illusie van de oneindige jeugd. Nu bekijkt ze de balzalen van weleer slechts van de zijkant, nostalgisch zingend over nieuwe helden. ‘Dancing Queen’ gaat over wat voorbij is. Vinks’ oudere vrouwenlichaam fluistert een stil protest tegen de tijd en een tijdgeest die resoluut de kant van de jeugd opkijkt. Maar ‘Dancing Queen’ herinnert ook aan haar eigen jonge jaren, aan de meid die door de oudere Decorte gespot en gestalkt werd, en daarna nooit meer losgelaten. Terwijl hij die problematische passages opdist, lees je bij Vinks berusting: het is goed zo, laat het zijn. Het mooiste moment uit Stand Down.

Leven/kunst

Bij vlagen slaagt Vinks erin om de voorstelling te doen kantelen. Dan heb je even de indruk dat hier iets wezenlijks verteld wordt, iets wat de anekdote of biografie overstijgt. Het is Vinks die bij haar slotdans veelbetekenend een vleesmes in de handen klemt, een mes dat ze daarna overhandigt aan Decorte, de man die haar er ooit mee bedreigde. Hun liefde als een tweesnijdend gebaar.

Vrij van extremen is de twee-eenheid Decorte-Vinks dan ook niet geweest. ‘Ofwel vogelen we de ganse nacht. Ofwel is het over’, stelde hij haar ooit voor een dilemma, waarna zij het eerste koos. Decortes uitspattingen zouden vandaag wellicht breed uitgesmeerd worden op sociale media. Nu staat de anekdote in functie van een open, eerlijke inborst. Zelfkritiek? Nee, kunstenaarsziel. Zullen we Harvey Weinstein ook prijzen als hij een goudeerlijke film inblikt over zijn grensoverschrijdend gedrag?

In feite smoort Decorte met zijn radicale eenheid van leven en kunst elke mogelijke kritiek in de kiem. Mist de structuur van Stand Down strakheid? Het leven is niet anders, meneer. Ontbreekt elke richting? Idem dito. Je kunt ze als innemende rauwheid lezen, die knulligheid waarmee Decorte zijn tekst zoekt, de spontaniteit waarmee hij er plots uitflapt dat hij geen borstenliefhebber is. Je kunt die kale eilandjes van theater, dans en muziek als proeve van puurheid beschouwen, de kunst herleid tot haar essentie. Maar wat die essentie ook mag zijn: de kunstenaar die uitsluitend en kritiekloos zichzelf opvoert, houdt ze alleen kunstmatig in leven.

‘Van al die recensenten hoor je niets meer, ze zijn verdwenen in de mist van de tijd’, zegt Vinks trots in Tis of tisni. Inderdaad, het kunstenaarskoppel heeft zijn meeste critici overleefd. En dat mag het gerust blijven doen, als Decortes exhibitionisme naast betaalde therapie nog eens uitdagend en doordacht theater oplevert. Als Stand Down echter representatief is voor de nieuwe (lees: oude) koers die Decorte zal varen, mogen zijn ongeïnspireerde ererondjes stilaan plaatsmaken voor jonge, meer prikkelende stemmen.

 

Bloet & Black Box Revelation
Nog tot 15/12 op tournee

Tis of tisni. Over Jan Decorte
Te koop via www.t-boeken.be

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

Gilles Michiels

Gilles Michiels is schrijver en cultuurjournalist. Hij publiceerde onder meer in Rekto:verso, DW B en Dans.Magazine en is momenteel theaterrecensent bij De Standaard.