So it goes

So it goes – Freek Vielen/De Tijd

Met So it goes voegt Vielen een juweel van een tekst toe aan zijn pogingen om taal te geven aan wat zich onder het oppervlak van de evidenties roert. Hij brengt zelf zijn eigen monoloog en het klinkt eerlijk, intelligent en doorvoeld. Het ritme van de tekst ontvouwt zich als een bezwering, zonder echter het gapende gat waarrond de woorden cirkelen, te dichten. Maar waar Vielens eigen stem helder hoorbaar is in zijn schrijven en spelen, kan de regie absoluut frisser en meer eigen.

Een verplichte dans met de dood

In de nacht van 13 op 14 februari 1945 wordt de Duitse stad Dresden –het Florence aan de Elbe- kapotgemaakt door tapijtbombardementen van de Engelsen en de Amerikanen. Er vallen die nacht, net voor het einde van de Tweede Wereldoorlog, tussen de 25 000 en 135 000 slachtoffers, bijna allemaal burgers. Volgens nazipropaganda worden er die nacht 200 000 mensen gedood. Dresden wordt na de oorlog ingelijfd achter het communistische Ijzeren Gordijn en het is pas in 1989, na de Val van de Muur, dat het dossier Dresden heropend wordt. Tot op vandaag is het bombardement op de Duitse barokstad een controversieel gegeven, niet in het minst omdat de jaarlijkse herdenking ervan door neonazi’s gebruikt wordt om de genocidemisdaden van Hitlers regime te relativeren.

De Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut was erbij, toen in Dresden, en overleefde het bombardement. Hij verbleef destijds als krijgsgevangene in een leegstaand slachthuis, waarvan de koelcellen dienst deden als bunkers tijdens de bombardementen. Terug in Amerika probeerde Vonnegut een boek te schrijven over wat hij in Dresden had gezien en meegemaakt. De woorden lieten echter vierentwintig jaar op zich wachten. In 1969 publiceerde Vonnegut Slaughterhouse 5, volgens hemzelf een mislukking, door critici gelauwerd als een complexe vertelling en een klassiek voorbeeld van meta-fictie. In het eerste hoofdstuk neemt Vonnegut immers zichzelf en het verhaal van de vele schrijfpogingen mee die aan het boek voorafgingen. Hij geeft aan dat wat volgt “allemaal min of meer waar gebeurd” is. Centraal staat het verhaal van de tijdsspasticus en opticien Billy Pilgrim, die heen en weer lijkt te reizen tussen het heden, de toekomst en het verleden van zijn eigen leven en dood. Pilgrim komt als assistent aalmoezenier in de Slag om de Ardennen terecht, wordt gevangen genomen en belandt zo in het slachthuis in Dresden. Een van de vreemdste reizen waarop Billy ‘losraakt van de tijd’ is zijn ontvoering naar de planeet Tralfamadore, waar de bewoners de tijd niet ervaren als een lijn van voorbijgaande, opeenvolgende momenten, maar vanuit een vierde dimensie en vanuit het bewustzijn dat de gebeurtenissen die moeten gebeuren, ook zullen gebeuren, “omdat elk moment zo is gestructureerd.”

Veel meer dan een reconstructie van de feiten in Dresden, of een episch scenario voor een potentiële Hollywood-verfilming “met Frank Sinatra en John Wayne in de hoofdrollen”, is Slaughterhouse 5 een poging om te peilen naar het waarom van dergelijke slachtingen en de gevolgen ervan voor het individu. Conclusie, en tegelijk titel van de theatrale bewerking van Freek Vielen/De Tijd: “so it goes”. Zo gaan die dingen. Het leven is een verplichte dans met de dood.

Het waarom van de dingen

“Kurt Vonnegut is dood. Zo gaat het.” Zo begint de nieuwste voorstelling van Freek Vielen/De Tijd. Vielen zei onlangs in Bar du Matin op Radio 1 dat het schrijven vanelk stuk een zo eerlijk mogelijke poging is om zichzelf te zijn en te veruiterlijken. “Ik ben iemand die vaak nadenkt over later en over hoe ik zal terugkijken op dit leven, over wat dat is, dit leven, en hoe je dat doet. Wanneer heeft het zin gehad? Straks als je dood bent en je geen herinneringen meer hebt aan dit ogenblik, heeft dit eigenste ogenblik, op dit moment, dan wel zin?” Zo was Dracula, waarvoor Vielen de Taalunie Toneelschrijfprijs ontving, een stoet van leeggezogen personages in het leven van een man op de rand van een burn-out. Maar ook Dorstig (Hof Van Eede) en Heimat, waar Vielen aan meeschreef, peilen naar hetzelfde diepe waarom van de dingen.

Met So it goes voegt Vielen een juweel van een tekst toe aan zijn pogingen om taal te geven aan wat zich onder het oppervlak van de evidenties roert. Hij brengt zelf zijn eigen monoloog en het klinkt eerlijk, intelligent en doorvoeld. Het ritme van de tekst ontvouwt zich als een bezwering, zonder echter het gapende gat waarrond de woorden cirkelen, te dichten. Net zoals Vonnegut zichzelf inschrijft in zijn roman, doorspekt ook Vielen zijn getrouwe weergave van het boek met fragmenten en overpeinzingen uit zijn eigen leven. Zo zijn er de gesprekken met zijn dramaturge en ex-geliefde. Of het verbale gevecht met een kunstenaar in het Stedelijk museum over hoe en waarom de kunst politiek kan of moet zijn. Wat zo mooi is aan Vielens schrijven is dat de poëtische draagkracht van zijn woorden bijdragen aan de nuance en helderheid van zijn denken. Wat verschijnt is een zoekende en voorzichtige dertiger, die zich er tegelijkertijd niet van weerhoudt om uitspraken te doen over zijn ervaring van de wereld en de tijd. Zo creëert Vielen een ruimte waarin de toeschouwer zich aangesproken weet, mee denkt en voorzichtig deelachtig wordt van de doortastende vertwijfeling van deze ‘jonge maker’.

Eigen signatuur

Vielen, in sjofel-kunstzinnig pak aan een staande microfoon en met de tekst bij de hand, wordt bijgestaan door de muzikanten van het free jazz kwartet The Ambush Party (Natalio Sued op tenor sax, Oscar Jan Hoogland op piano, Harald Austbø op cello en Marcos Baggiani op drums). Deze Amsterdamse band schreef twee composities voor So it goes, waarmee ze vervolgens aan het improviseren gaan tijdens de voorstelling. Ook al bestaat The Ambush Party uit stuk voor stuk bijzonder getalenteerde muzikanten, het waarom van hun samengaan met Vielens tekst blijft duister. De ‘licht-chaotische sfeer’ van de tekst die springt tussen tijd, ruimte en vertelperspectief, wordt inderdaad versterkt door de impro free jazz. Maar daar blijft het dan ook bij. Niets tegenkleur, noch enscenering of extra betekenislaag. Het blijft een letterlijke vertaling van de sfeer van de tekst, wat er voor zorgt dat het samengaan van tekst en muziek vrij willekeurig aandoet.

So it goes is duidelijk een voorstelling die met veel liefde voor de literatuur werd gemaakt. Anderzijds klinkt in de vertaling van die liefde de stem van De Tijd te luid door: een man en een microfoon, een tekst en vier muzikanten, verder niets. Daar waar Vielens eigen stem helder hoorbaar is in zijn schrijven en spelen, kan de regie absoluut frisser en meer eigen. Dat maakt van het twee uur durende So it goes net geen enscenering met volwaardige eigen signatuur.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Bauke Lievens

Bauke Lievens is dramaturge en circusmaker. Tevens is ze verbonden als docent en onderzoeker aan de Opleiding Drama van KASK School of Arts en is ze
 lid van de grote redactie van Etcetera.