Silla Revisited © Walpurgis

Evelyne Coussens

Leestijd 5 — 8 minuten

Silla Revisited – Walpurgis & Lucio Silla – De Munt

Het begin van alle leren is: iets meemaken. Niet: iets verteld krijgen. Als het goed zit is een les een bijzondere ervaring, in het beste geval is het het begin van een ontluikende liefde. De librettolezing Silla Revisited van WALPURGIS bewijst dat artistieke kwaliteit en educatieve bijvangst elkaar niet uitsluiten. Meer nog: bij deze analytische ‘les’ in wat opera kan zijn steekt de volledig geënsceneerde versie van Lucio Silla van De Munt bleekjes af.

Voor spelers heb ik in alle omstandigheden groot respect, maar er zijn momenten waarop dat respect net iets sterker binnenkomt. Zoals wanneer op een doorsnee dinsdagmiddag een zaal vol pubers zijn opwachting maakt voor een librettolezing van Mozarts vroege opera Lucio Silla. Een wat-lezing? En wie heeft die opera geschreven? #OMG! Deze Silla Revisited, in recordtempo klaargestoomd door een ploeg zangers en acteurs onder leiding van Judith Vindevogel, beleeft die middag zijn vuurproef. Het concept: WALPURGIS neemt een operaklassieker, scheidt tekst en muziek van elkaar en zet het libretto, met minimale opsmuk, in scène. Enkele zangers – in dit geval: twee sopranen uit de MM Academy onder begeleiding van pianiste Veronika Iltchenko – kruiden de voorstelling af met muzikale fragmenten, zodat het nog duidelijker wordt wat de impact is van een libretto zonder en met muziek, hoe tekst en muziek afzonderlijk functioneren en wat er gebeurt wanneer ze samen komen. Silla Revisited is voor jonge operaleken op die manier een introducerende ‘workshop’, een voorproefje van wat het medium opera in zijn volle, getoonzette en geënsceneerde kracht vermag – niet lang na Silla Revisited gaat in De Munt ook de ‘grote’ opera in regie van Tobias Kratzer in première.

De scenografie van Stef Depover is sober maar treffend: een klein halfrondje, als een parlement, want het is tegenover het ‘volk’ – de zaal – dat Silla uiteindelijk zijn bocht van 180 graden zal maken, van nietsontziende dictator naar clemente vorst. Dat dat gebeurt is geen spoiler, want de acteurs doen nog voor aanvang de plot uit de doeken tegenover hun jonge publiek: de wrede Silla houdt de edele Giunia gevangen, verloofde van de verbannen senator Cecilio, omdat hij hevig op haar verliefd is en met haar wil trouwen. De intrigant Cinna en Cecilio beramen een plan om Silla uit de weg te ruimen, maar het plan mislukt en Cecilio en Giunia lijken verloren – tot de meedogenloze heerser als door de hand gods geslagen besluit om hen vrij te laten en afstand te doen van zijn liefde én van zijn macht. De actualiteit rond de ‘absolute vorsten’ van vandaag krijgt een zijdelingse opmerking – waar bij Kratzer de referentie aan Poetin en Erdogan expliciet wordt – en in de bewerking van het libretto door Vindevogel sluipen termen als ‘terroriste’ en ‘clandestine’, maar het is Vindevogel en haar ploeg niet te doen om een opera-actualisering van het dagelijkse nieuws, wel om het ‘levend maken’ van een bepaald medium en zijn verhalende kracht, om het actualiseren van de operavorm.

De lezing gaat geanimeerd van start, op een manier die sinds de jaren 1980 in Vlaanderen zo vertrouwd is geraakt: de acteurs gaan naast hun rol staan, beschouwen die met humor en scepsis, doorbreken regelmatig elkaars spel en maken melding van de regie-aanwijzingen. Ze moeten spelen, spreken, zingen en lezen tegelijk – geen geringe opdracht. Dat de tekstbundels in de hand blijven is in dat opzicht meer dan een praktische vereiste (deze Silla Revisited werd op slechts vier dagen tijd gecreëerd), het is ook een signaal: dit is een spel, waarbij de complicité tussen publiek en spelers schuilt in het gezamenlijke spelen, niet in de psychologische inleving in de personages. Er wordt actief naar de zaal toe gesproken en het tempo ligt verschroeiend hoog. Die aanpak werkt – de jongeren zijn mee, kijken hun ogen uit, worden op bepaalde momenten ook actief deelgenoot gemaakt van het gebeuren. Zo mag een jongen uit het publiek senaatsvoorzitter zijn en wanneer in het laatste bedrijf de mening van de senaat wordt gevraagd omtrent het huwelijk van Silla en Giunia reageert de zaal ad rem. Dat het centrale liefdespaar dan ook nog eens een travestierol is (met de frêle Benoit Piret als Giunia) zorgt voor opgewonden hilariteit – twee jongens die elkaar omhelzen in een komisch-klungelige seksscène blijkt nog steeds te volstaan om een groep pubers aan het gillen te brengen.

Een uitstekende Ivan Peçnik – uitstekend als speler, uitstekend ook als niet-professionele operazanger – slaagt erin de nogal schetsmatige bruut uit het libretto van Giovanni de Gamerra toch enige nuance mee te geven. Hij zet een Silla neer verscheurd tussen zijn ego en zijn menselijkheid, tussen woede en liefde: zijn lichaamstaal weerspreekt wat er in de tekst over hem gezegd wordt. Dit is de kracht van postdramatisch spelen: de topzware ‘waarheid’ uit de tekst, met name die rond Silla’s ingebakken slechtheid, krijgt tegenkleur door de manier waarop Pecnik hem lijf geeft – dat lijf geeft een inkijk in de ziel van het personage. Er moet ook iets gezegd worden over de bewonderenswaardige tekstbewerking door Judith Vindevogel: het libretto is zonder de minste poging tot krampachtige hipheid herwerkt tot een snedige, vlotte tekst die desondanks de poëzie van het origineel weet te bewaren.

“Het is wonderlijk welk een schizofrene kijkervaring die boedelscheiding tussen tekst en muziek oplevert: van het postmoderne deconstructivistische kijken naar het spel – Wat gebeurt hier? Wat wordt er gezegd, moeten we dit wel geloven? – worden we in de muzikale passages toegezogen naar een romantisch meevoelen waarbinnen geen ruimte is voor reflectie.”

Maar essentieel is vooral de manier waarop de sopranen (Raphaële Green en Ellen Vanherck) fungeren als ‘dubbelfiguren’ naast de acteurs die Cecilio (Jean-Baptist Szezot) en Giunia spelen. Die ver- of ontdubbeling leidt tot het inzicht waar het deze Silla Revisited om te doen is: de manier waarop opera als ‘totaalmedium’ functioneert, en de muzikale en theatrale component elkaar versterken. Het inlassen van de Italiaanse aria’s gebeurt tactisch: soms vertaalt de acteur zin per zin de betekenis van wat de sopraan zingt, op andere momenten wordt er niet vertaald, zoals wanneer Giunia bij de tombe van haar vader haar ellende uitzingt (Fuor di queste urne dolente) – de muziek drukt haar wanhoop uit met een intensiteit die elke toelichting overbodig maakt. Het is wonderlijk welk een schizofrene kijkervaring die boedelscheiding tussen tekst en muziek oplevert: van het postmoderne deconstructivistische kijken naar het spel – Wat gebeurt hier? Wat wordt er gezegd, moeten we dit wel geloven? – worden we in de muzikale passages toegezogen naar een romantisch meevoelen waarbinnen geen ruimte is voor reflectie. Dit beroezende, verslavende effect is wat Mozarts muziek vermag.

Silla Revisited is niet opgezet als educatief project, het is een volwaardig artistiek product, waarin achteraf gezien zelfs een grotere gelaagdheid schuilt dan in de ‘grote’ Lucio Silla in regie van Kratzer. Op het eerste gezicht kan het verbazen dat een ‘gestripte’ librettoversie meer betekenis genereert dan een opera in zijn volle glorie met alles erop en eraan: muziek, scenografie, kostumering, belichting… Toch is de ‘arme’ bewerking van WALPURGIS rijker dan die van Kratzer, en dat is te danken aan de betekenislagen die de deconstructie zelf toevoegt. Het libretto van de Gamera blijft een beetje een raar beestje, met dat psychologisch moeilijk verklaarbare feit dat de bad guy van het verhaal zo zonder voorafwijzing transformeert in een weldoener. Kratzer blijft in dat schetsmatige schema gevangen zitten: zijn Silla kent geen dubbelheid, het is een eenzijdige figuur, moeilijk te geloven als mens. De hyperrealistische opsmuk van Kratzers enscenering – met hier en daar een horrortoets – zorgt voor een overvol, ingevuld beeld, dat evenwel leeg aan betekenis blijft. Op menselijk niveau gebeurt er weinig tot niets.

Vindevogels aanpak tackelt net het probleem van geloofwaardigheid, en wel op verschillende niveaus. Aan het eind van de opera bediscussiëren de acteurs in een metatheatrale passage letterlijk de onwaarschijnlijkheid van de plottwist. Op het niveau van het spel levert het brechtiaanse spelen als vanzelf een relativering op van de absolute opdeling van personages in een ‘goed’ en een ‘slecht’ kamp – zie de reeds besproken ambiguïteit van Silla. En tenslotte levert Vindevogel met de keuze voor dit concept als geheel een vrolijke relativering van het medium zelf: Mozarts opera seria wordt in haar handen een lichte, overwegend komische oefening. Dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat deze Silla Revisited geestiger, spitser, interessanter en meer levend is dan Lucio Silla en bovendien een ervaring oplevert die voor eender welke toeschouwer, jonge leek of ervaren operakijker, een eye-opener kan zijn.

 

 

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie