Een fantastische toekomst

Redactioneel Etcetera 148

Midden februari organiseerde het Kortrijkse kunstencentrum BUDA het symposium The Fantastic Institution. Artistiek leider Agnes Quackels bracht een heleboel interessante kunstenaars en kunst- werkers samen, die het publiek hun visie gaven op wat een kunstin- stituut moet zijn, of zou kunnen zijn. Ook Kunstencentrum Vooruit denkt na over zijn toekomst, nu het een ‘Vlaamse kunstinstelling’ wil worden. Tijdens het festival Blauwdruk wil het stilstaan bij zijn nieuwe status en vragen stellen over zijn verantwoordelijkheden als ‘grote instelling’.

 

De vraag hoe een instituut er in de 21ste eeuw moet uitzien, wordt niet alleen behandeld op symposia: sommige organisaties maken een serieuze transitie door. Denk aan het stadstheater NTGent, waar er zwaar weer is sinds artistiek leider Johan Simons de deur achter zich dichtdeed. Een nieuwe leider is nog niet gekozen, en ondanks de reeks voorstellen die verschillende kunstenaars en kunstwerkers uitschreven op vraag van Rekto:verso en Etcetera (zie de onlinereeks: Quo vadis, NTGent), stelde de vacature teleur. Veel ruimte voor een nieuwe, uitgesproken, radicale visie is er niet in te bekennen.

Verder van huis is er veel hetze over het legendarische stadsthe- ater Volksbühne in Berlijn. Vanaf volgend seizoen zwaait curator Chris Dercon (voorheen directeur van Tate Modern) er de plak. Zijn kosmopolitische figuur symboliseert voor velen de vernietigende impact van het globalisme op lokale culturen en diversiteit. Jeroen Coppens analyseert in dit nummer het protest tegen Dercon. Wat betekent het om niet langer een intendant aan het hoofd te hebben, maar een curator?

Lara Staal gaat dieper in op die vraag. Wat zijn de mogelijkheden van het begrip ‘curator’ (vooral gebruikt binnen de beeldende kunsten) voor het domein van de podiumkunsten? We kennen wel programmators, artistieke directeurs en consorten. Maar schuilen er in het begrip ‘curator’ geen mogelijkheden voor een inhoudelijke verdieping van de programmatorsrol?

Naast de kunstorganisaties staat ook het instituut ‘de acteur’ onder druk. Zo houdt Willem de Wolf verderop in dit nummer een pleidooi voor opleidingen die het beroep ‘acteren’ niet conserveren, maar juist uitdagen, herdenken, veranderen. Hoe ziet de toekomst van de acteur er dan mogelijk uit? Michiel Vandevelde zag The Re’Search van de Münchner Kammerspiele waar de acteurs het digitale spelen, zodanig dat het acteren digitaal wordt. Een interessante casus, die resoneert met het pleidooi van de Wolf.

De vraag naar het institutionele en zijn mogelijke (ideale) inrich- tingen, die duikt om de zoveel tijd op. Elke keer even prangend als de vorige. Maar hoe vertalen de ideeën die op symposia en festivals of in tijdschriften worden gedeeld zich uiteindelijk naar de realiteit van een instituut, of breder, het kunstenveld?

Dat is een vraag voor de toekomst.

opinie
Leestijd 2 — 5 minuten

De kleine redactie