Barbara Van Lindt

Leestijd 3 — 6 minuten

Recht van antwoord: brief retour aan Jan Lauwers

Dank voor het aanbod, maar ik maak geen aanspraak op een bevoorrechte plek in het theater, omdat ik hoofd ben van “het geweldige DAS Theatre” – dat laatste klopt, dààr doe ik niets vanaf 🙂 Hoeveel keer hebt u mijn bijdrage gelezen, alvorens in de pen te kruipen? Hoeveel keer uw eigen open brief herlezen? Misschien is het een teleurstelling, maar mijn bijdrage voor de beeldrubriek van het lentenummer van Etcetera, gaat eigenlijk niet over de voorstelling Oorlog en Terpentijn, laat staan over het oeuvre van Needcompany. Mijn bijdrage gaat vooral over mijzelf. Het ontvouwt mijn ervaring, mijn perspectief.

De opdracht van Etcetera luidde: vertrek vanuit één beeld of scène uit een recente voorstelling, die “een stereotype of seksistische visie oplevert op mannelijkheid en vrouwelijkheid”. Ik antwoordde dat ik geen zin had om – op basis van één scène – te gaan beschuldigen, dat is me te absoluut. Natuurlijk, ik vertrok van die éne gedanste oorlogsgevechtsscène uit Oorlog en Terpentijn, die ik een week eerder zag.

Nu ik mijn tekst ook opnieuw gelezen heb, besef ik hoe goed die scène paste bij de insteek die ik voor ogen had: terloops seksisme, het seksisme in de bijzin, niet in de boodschap. Het onbewust, ingesleten seksisme zonder slechte bedoelingen. Deze ene scène representeerde niet een ganse voorstelling. In mijn ervaring stond ze er juist los van. Ik kon de dansante worstelscène in die kostuums niet rijmen met de rest van de voorstelling, daarom was het voor mij al een geïsoleerd beeld. Het stond op zich. Een beeld dat in de voorstelling geslopen was, niet noodzakelijk voor de vertelling, een decoratief detail.

Ik koos ervoor om subjectief te zijn, om in te zoomen op mijn respons. De kettingreactie van gedachten, die deze scène voortbracht, staat model voor een patroon dat ik herken in de samenleving. Enerzijds de aanwezigheid van genormaliseerd, alledaags seksisme, anderzijds het gevoel dat erop reageren futiel gevonden wordt, geen woorden waardig. En zo houdt het een het ander in stand. Ook omdat vrouwen zich vaak te afhankelijk maken van een geïnternaliseerde behaagdwang.

Uit uw brief blijkt uw feilloze regisseursintuïtie: die kostuums “trokken nogal wat aandacht”. Maar wat betekent dat eigenlijk, nogal wat aandacht trekken? Wellicht dat de verhoudingen niet meer kloppen. Zou het kunnen dat die kostuums – voor de vrouwen tenminste – iets binnenbrengen dat niet spoort of resoneert met de grotere vertelling?

De mannelijke ontblote bovenlichamen creëren juist een sprekend contrast tussen een waanbeeld van heroïsche oorlogsviriliteit en de bittere, existentiële ellende van de loopgraven, waar de vertelling naar verwijst.

Daar waar ik mijn tekst begon bij terloops seksisme, richtte ik mij in het laatste deel van mijn bijdrage op “het podium als plek van seksuele sensibilisering.” Daar omarm ik juist voorstellingen die op een bewuste, transparante en ook gedurfde manier met beeldvorming en seksualiteit omgaan. Niet door mij alleen maar ethisch waterdichte, ondubbelzinnige rolmodellen voor te schotelen. Ik word als kijker graag geactiveerd.

Daarom voel ik me hoegenaamd niet aangesproken wanneer u lamenteert over reactionaire moraalridders die de verbeelding van uw kinderen aan banden dreigen te leggen. Laat staan dat ik behoor tot de voorhoede van de dystopie die u zo sprekend beschrijft: een wereld waar dogma’s de vrijheid hebben verdreven.

Maar wat zìjn we met dergelijke totalitaire angstvisioenen? Weinig, in mijn ogen, tenzij men wil polariseren, of dramatiseren. De artistieke vrijheid waar u zich op beroept, mag niet zélf ook dogmatisch worden! De wereld vandaag kent gelukkig een meerstemmigheid die lang onmogelijk was; vrouwen, mensen van kleur, en andere minderheden laten van zich horen, brengen hun perspectief binnen. Kunstenaars hebben de opdracht zich bewust te bewegen in die steeds veranderende wereld.

In de 3000 tekens die ik ter beschikking had, heb ik – zo vat ik het nu samen – de artistieke vrijheid een aantal attributen toegewenst: zowel ethische fijngevoeligheid als activerend lef.

Nu is mijn tekst onderdeel geworden van een Etcetera-rubriek met meerdere bijdragen. Daardoor kan de indruk ontstaan dat hier sprake is van een vooringenomen plan om de witte mannelijke succesregisseur te viseren. Wel, ook voor die kar zou ik mij niet laten spannen.

Met beste groet,

Barbara Van Lindt

open brief
Leestijd 3 — 6 minuten

Barbara Van Lindt

Barbara Van Lindt richtte zich de voorbije jaren zowel op de begeleiding en ontwikkeling van jonge makers, als op de praktijk van internationaal werken in de podiumkunsten. Dat deed ze als artistiek leider van werkplaatsen (Gasthuis Amsterdam, wp Zimmer), als programmator bij Kunstenfestivaldesarts en sinds 2009 als hoofd van DAS Theatre.

open brief