PETER VERHELST: PARSIFAL

Voor Richard Wagner stond het benoemen van een werk gelijk aan het herdefiniëren van de regels van het genre. Na het voltooien van zijn theoretisch traktaat Oper und Drama, zag hij volledig af van de term ‘opera’. Tristan und Isolde omschreef hij als een ‘Handlung’; Die Meistersinger von Nürnberg als een ‘muziekdrama’ en ‘Der Ring des Nibelungen als een ‘Bühnenfestspiel’ (omdat deze cyclus het podium van zijn Festspielhaus in Bayreuth opende). Maar de meest enigmatische formule die Wagner bedacht was die voor zijn laatste opera Parsifal: ‘Bühnenweihfestspiel’.

In het programmaboekje van Parsifal, de voorstelling die Peter Verhelst voor NTGent maakte, wordt die term vrij vertaald als ‘muzikaal inwijdingsritueel’. Deze opera ensceneren, betekent dan ook zoveel als het metamorfoseren van het theater tot een gewijde, sacrale plek. Het opvoeren van Parsifal is niet anders dan een rituele handeling. Theater als religie dus.

Peter Verhelst heeft als schrijver een voorliefde voor al wat zich niet laat rationaliseren. Het ritualistische, symbolenrijke karakter van Parsifal moet hem geweldig hebben aangesproken. Zijn bewerking, sluitstuk van een muziektheatertrilogie over de houdbaarheid van optimisme in onze eeuw, lijkt te vertrekken van het feit dat onze samenleving niet langer religieus is en daarom geen kern heeft. De sobere, hyperreflexieve tableaus die hij op het toneel brengt, zijn dan ook alle doordrenkt van onmacht. Een onvermogen dat terug te voeren is op Verhelsts manifeste twijfel aan de heilsboodschap die Wagner zijn ‘Bühnenweihfestspiel’ meegaf. Want terwijl Wagners opera eindigt met een verlossingsmoment, waarbij een ‘reine dwaas’ de riddergemeenschap uit haar verdoving doet ontwaken, gelooft Verhelst niet zomaar in een heroïsche Messias.

Hoewel het zijn bedoeling is om Wagner te zuiveren van utopische schimmigheid, om een ‘anti-Parsifal’ op te trekken dus, blijft deze voorstelling trouw aan het origineel. Net als daar valt Verhelsts bewerking uiteen in drie momenten. Van het eerste bedrijf bewaart hij de plotloze, rituele ceremonieën van de graalridders, die bijeentroepen om hun geliefde symbool (en bestaansreden) in ere te houden. Verhelst vertaalt dit in stil staand theater, waarbij acteurs en zangers ongenadig lang voor zich uit staren. Eerst kringelt het volledige voorspel uit de bak, daarna is het de beurt aan de fameuze ‘Verwandlungsmusik’, waarvan de vallende kwarten uitentreuren worden herhaald. In hun handen houden de acteurs weliswaar de veertjes van de zwaan die door Parsifal is neergeschoten, de verlosser zelf laat eindeloos op zich wachten – als hij al niet is weggevlucht voor de walm van moedeloosheid die over de scène hangt. Verhelsts stationair draaiende tafereel wil de reddeloosheid oproepen van een gemeenschap die wel uitkijkt, maar niets ziet. Er is zelfs een blind meisje bijgehaald om die beeldspraak te verstevigen. Zo’n metaforiek kan goed werken op papier, maar levert zelden sterk theater op. De hopeloosheid die Verhelst ten tonele voert, is vooral hopeloos saai.

In het tweede ‘bedrijf’ draait de container op scène een kwartslag, en weerklinkt de zwart rammelende muziek die in de opera toebehoort aan de gevallen graalridder Klingsor. Uit de kieren van de container sijpelt water, de atmosfeer is somber en bedroefd. Waarom, is bij gebrek aan vijandbeeld of conflictstof niet duidelijk. Een weelderige bloemenruiker aan de kant herinnert aan de bloemenmeisjes uit Klingsors tovertuin, maar ook de sensuele dreiging die daarmee gepaard gaat, is afwezig. Hoe dan ook is dit luik het emotionele hart van deze voorstelling. ‘Emotioneel’, omdat Verhelst hier inzoomt op Parsifals identiteitscomplex, dat een aanvang neemt met de dood van zijn moeder. Frank Focketyn herinnert zich het heengaan van zijn moeder, Els Dottermans vraagt zich angstig af in welke mate ze lijkt op de hare. Andere acteurs diepen confidenties op omtrent hun (vaak illusoire) toekomstverwach-tingen. En passant wint ook een andere figuur aan betekenis. Louis van Beek, over het toneel dolend als een oude, demente vrouw, staat voor het gradueel uitdoven van zulke levensverwachtingen. Conclusie: het afsterven van dromen en verlangens is de enige zekerheid die ons gegeven is. Voor al het overige geldt: ‘Das weiss ich nicht.’

Via een lief sprookje trekt Verhelst de voorstelling opnieuw op een collectief spoor, al wordt de idee van een uniforme samenleving daarin ontmaskerd als een kwakkel: de mooiste leugen, dat zijn wij. Zoiets strookt alvast met de ondersteunende muziek, ontleend aan de passage waarin de graal-gemeenschap haar eenheid verliest onder een tanend leiderschap. Daarmee zou de voorstelling perfect kunnen eindigen, maar dan volgt er nog een ietwat overbodig derde bedrijf waarin alsnog een bovenmenselijke (uiteraard machteloze) afgodsfiguur tevoorschijn wordt gehaald. Het inpassen van de voorstelling in het narratief van de optimismetrilogie gebeurt aan het einde, waarin het blinde meisje een bijna utopisch geloof in de verbeeldingskracht uitspreekt. Hoe ze over de bloemen spreekt, is een anticlimax van jewelste: ‘Zolang ik ze zie, zijn ze er.’

Wat wil deze bewerking exact bereiken? Das weiss ich nicht. Het contrast tussen onuitgesproken verlangens en kale berusting voelt hol aan en werkt de kijkervaring nogal tegen. Een ritualiserende theaterervaring of indringend ‘Bühnenweihfestspiel’ is deze Parsifal in elk geval niet geworden. Als het de bedoeling was, luidens het programmaboekje, ‘om in onszelf te kijken, in sereniteit afscheid te nemen van onze oude mechanismen en letterlijk plaats te maken’, dan lijkt dat opzet niet geslaagd. Het voelt aan alsof de makers in hun snoeiwoede iets teveel Wagner hebben weggeknipt. De originele Parsifal bevat immers een prachtfiguur, waaraan precies die kwesties rijkelijk kunnen worden afgetoetst: Amfortas. De gepijnigde graalkoning, naar Wagners eigen oordeel de eigenlijke sleutelrol van de opera, vertelt ons alles over hoe we (kunnen) omgaan met onze illusies. Dat er voor hem geen vastomlijnde plaats was in Verhelsts bewerking, is buitengewoon jammer.

 

Parsifal van Peter Verhelst en NTGent, gezien op 08/03. Nog tot 29/03. Meer info: www.ntgent.be

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Tom Janssens