© Koen Cobbaert

Ciska Hoet

Leestijd 5 — 8 minuten

Paradise Now (1968-2018) – Michiel Vandevelde / fABULEUS

De radicale hoop van vruchteloos protest

Hoe moet je je verhouden tot een wereld die soms reddeloos verloren lijkt? Michiel Vandevelde zoekt samen met een groep jongeren naar antwoorden vanuit de erfenis van mei ’68. Paradise Now (1968-2018) schippert voortdurend tussen machteloosheid en volharding.  

De ongelijkheid blijft wereldwijd groeien, we maken ons milieu kapot, gestoorde despoten raken democratisch verkozen en intussen kijken we toe hoe de meest gruwelijke brandhaarden op verschillende plaatsen in de wereld dagelijks slachtoffers maken. Waar soortgelijke ingrediënten eind jaren zestig van de vorige eeuw nog aanleiding gaven tot een revolutionair élan, lijkt vandaag de moedeloosheid te overheersen. De jonge choreograaf en theatermaker Michiel Vandevelde grijpt samen met Fabuleus de legendarische voorstelling Paradise Now van het Amerikaanse collectief The Living Theatre uit 1968 aan om met die thematiek aan de slag te gaan. Dat mondt uit in een bijwijlen ronduit ontroerend stuk waarin dertien jongeren tussen 14 en 23 jaar het voortouw nemen. Transparant opgedeeld in drie op elkaar reagerende hoofdstukken geeft de groep vorm aan een aantal van de meest relevante vraagstukken van deze tijd.

Misschien is het eerste deel wel het indrukwekkendst. In vijftig opeenvolgende tableaus tellen de jongeren terug van 2018 naar 1968. Voor elk jaar werd een iconische foto gekozen die mooi geregisseerd en expressief op scène wordt gebracht. Soms dient een jaartal, een plaats of een naam als geheugensteuntje in de boventitels, dan weer spreekt het beeld voor zich. Onder meer de aangespoelde kleuter Aylan passeert de revue, net als het protest in Istanbul, de eerste Iphone, de Golfoorlog, Jane Fonda’s aerobics, Sabra en Shatila, John Travolta, Soweto en de staatsgreep in Chili.

Het publiek krijgt op die manier zowel een blik op de populaire Westerse cultuur als op een ontmoedigend uitputtende mondiale spiraal van geweld. Daarbij contrasteren de jonge lichamen in kleurige outfits mooi met de loodzware geschiedenis die wordt uitgebeeld. Hoewel het wellicht ietwat reductionistisch is om een jaar telkens in één beeld te vervatten, slaagt Vandevelde er dankzij deze beeldende catwalk in om weg te blijven van uitleggerigheid. Zowel subtiel als herkenbaar komt het eerste deel aan als een mokerslag. Eindigend in 1968 weten we weer dat de hoop die zo kenmerkend was voor de sixties geen betere wereld heeft opgeleverd. Integendeel zelfs.

Krachtiger kon Vandevelde de toon dan ook niet zetten voor het vervolg van de voorstelling. Bij wijze van antithese bestaat het tweede deel uit een ingekorte re-enactement van het oorspronkelijke Paradise Now. In deze – indertijd controversiële – protestproductie gingen de makers onder meer via transgressieve praktijken op zoek naar een manier om zowel zichzelf als het publiek te bevrijden van het maatschappelijk juk. Dat resulteerde in een weliswaar erg fysieke maar daarom niet altijd even interessante esthetiek. Vandaag voelt de aanpak alleszins enigszins voorbijgestreefd aan. Wie (beelden van) Paradise Now zag, herkent meteen de heftige en energieke manier waarop de jonge performers het podium bestormen, de zaal inlopen of over de stoelen en de toeschouwers kruipen. Ook het expliciete naakt van de oorspronkelijke versie krijgt een vertaling wanneer er in het heetst van de strijd een broek naar beneden gaat of er borsten getoond worden. Daarnaast roepen de jongeren de zaal net als in het origineel onder meer luid toe dat ze geen marihuana mogen roken en dat ze anarchie willen. Zonder het inleidende deel zou het allemaal wat vervelend en langdradig aandoen. Nu zet het je echter aan het denken over de waarde van wat in retrospect blijkbaar vooral loze gebaren waren. Wat is het potentieel van de erfenis van de zestiger jaren? En hoe kunnen we agency verwerven in een tijd waarin we geen grip lijken te hebben op het systeem?

In het laatste synthetisch deel biedt Paradise Now (1968-2018) een glimp van een antwoord. In een razendsnelle flashforward komen opnieuw de 50 beelden voorbij om uit te monden in een scène waarin de jongeren elkaar – schatplichtig aan het oorspronkelijke stuk – als één groot lichaam strelen, masseren, knuffelen en kussen. Wil Vandevelde met dit publieke beeld van collectieve intimiteit vertellen dat de verbinding met de ander een groot revolutionair potentieel heeft? Feit is alleszins dat hij dat verbindende karakter doortrekt wanneer het publiek vervolgens uitgenodigd wordt om mee op het podium te komen zitten. In het donker zeggen de jongeren teksten op die telkens een zoektocht thematiseren naar effectief protest, naar een verhouding tot deze tijd en naar een manier om zin te detecteren in het troebele antropoceen.

Typisch voor Vandevelde is dat er daarbij verwijzingen verwerkt worden naar zowel Snoop Dogg als Simone Weil en Giorgio Agamben. Samen met de slimme soundtrack en het eerdere citaat van Donna Haraway, thematiseren ze onze tijd: een complex era, verstoken van de ooit zo vanzelfsprekende hoop die de sixties kenmerkte. Onder meer aan de hand van die collage aan citaten vertelt Paradise Now (1968-2018) ons desondanks dat we die tijd niet zomaar apolitiek en ahistorisch mogen ondergaan. Het is te makkelijk om onze kop in het zand te steken op basis van de conclusie dat het protest van de jaren zestig een vergeefs gebaar was. Daarmee is Vandeveldes voorstelling een oproep om moed te vinden in hopeloosheid, om aan de slag te gaan met wanhoop en om duurzame verbanden met elkaar aan te gaan. Maar dan zonder de pretentie dat die aanpak zomaar zal resulteren in heldere oplossingen voor mondiale problematieken.

Het pleit voor Vandevelde dat hij een zoekende voorstelling durft neer te zetten en niet zomaar een sluitend systeem aanbiedt. Wel is het jammer dat hij in zijn onderzoek de soixante-huitards zelf over het hoofd ziet. Het is enigszins clichématig om te denken dat de revolutie de jeugd toebehoort. Vandevelde koos bewust om te werken met performers die nog een stuk jonger zijn dan de makers van Paradise Now in 1968. Het onbeschreven blad van de jeugd straalt uiteraard potentieel uit. Maar het is op een bepaalde manier ook veilig om deze thematiek te verwerken met mensen die nog geen verantwoordelijkheid meedragen. De groep jongeren van Fabuleus leverde zonder twijfel een schitterende en zelfs indrukwekkende prestatie. Maar wat zou het boeiend geweest zijn mocht er ook aan de slag gegaan zijn met de geleefde lichamen die de afgebeelde geschiedenis meedragen. Het had een bijzondere frictie kunnen opleveren met de schuldvraag die door het stuk verweven zit. Want veeleer dan van een breuk zijn die rebelse middenklassers van toen vooral de wegbereiders gebleken van een ultra-individualistisch neoliberaal model dat onze planeet opvreet. Aangezien de actoren van ’68 nog fluks rondlopen, zou het kortom niet onlogisch geweest zijn om ook met hun perspectief aan de slag te gaan binnen deze productie.

Daarnaast moet opgemerkt dat de voorstelling duidelijk de vertaling is van de blik van een witte middenklasser. Vandevelde gaat zijn eigen gesitueerdheid gelukkig niet uit de weg. Zo benoemt hij onder meer geamuseerd hoe in het werk van rapper Lil Dicky doorschemert dat hij weinig noemenswaardigs meemaakte in vergelijking met zijn zwarte collega’s uit arbeidersmilieus. Desondanks had in zo’n historische voorstelling misschien nog meer aan bod kunnen komen dat de sixties en hun erfenis in pakweg een black history heel anders geïnterpreteerd zouden worden. Het blijft kortom een erg westerse uitbeelding van de geschiedenis.

Al nemen die bedenkingen niet weg dat Paradise Now (1968-2018) een prachtige voorstelling is. Vandevelde en zijn ploeg creëerden samen één van de mooiste gebaren van het afgelopen podiumseizoen. Vergeefs of niet.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

Ciska Hoet

Theaterwetenschapper Ciska Hoet is directeur van RoSa. Doordat ze dit in een duo-baan doet, houdt ze tijd over voor cultuurjournalistiek.

recensie