‘Persistent Feebleness’ © Alexandra Pirici

Astrid Kaminski

Leestijd 8 — 11 minuten

De paling is evenwaardig aan de Mona Lisa

Een benadering van Alexandra Pirici via Aggregate, een landschap van lichamen

Bezoekers van een tentoonstelling
 hebben doorgaans een idee van wat 
ze kunnen verwachten: daar staan
 de tentoongestelde objecten, en hier 
ben ik. Wie in het Neuer Berliner
 Kunstverein (n.b.k.) Alexandra Pirici’s 
eerste individuele tentoonstelling Aggregate (2017) betreedt, voelt zich (ook de dag na de vernissage) eerder op een fuif. De twee ruimtes, door een opening met elkaar verbonden, maken een bomvolle indruk. Ik geef me over aan de stroming.

Een zekere ordening ontstaat pas nadat ik een eerste
keer door de ruimte werd gespoeld en op bepaalde plaatsen ben blijven hangen. Ik kan me wel oriënteren, maar daarom nog niet situeren: performers voeren in clusterachtige groepjes, als een soort mensenzwermen, scenario’s uit die met elkaar in verband staan en waarin telkens één simpel gebaar centraal staat – een lied waar op gedanst wordt of een vers dat gelezen wordt. Poses met ellebogen in kubistische hoeken naast heuprondingen, enigmatisch lachen en mensen op handen en voeten, zoals dieren. En plots is er een onomatopoëtische ‘plop’ te horen die de klank van een leeg zwembad oproept.

Daartussen lopen de bezoekers rond. Sommigen proberen aandachtig, met een blik van 360 graden, alles te scannen wat zich in de ruimte afspeelt. Anderen hebben zichzelf al verzekerd van een plaatsje tegen de muur, waar ze half zittend, half liggend, ontspannen in meditatiemodus gaan.

Alexandra Pirici is, naast Tino Sehgal en Maria Hassabi, een van de meest gevraagde choreografen die hun werk in eerste instantie presenteren als installaties en tentoonstellingen, en die minder te zien zijn in theaters dan in musea. In 2013 tekenden ze alle drie present op de 55ste Biënnale van Venetië. Tino Seghal won de Gouden Leeuw voor zijn bijdrage aan de hoofdtentoonstelling Il Palazzo Enciclopedico, en Maria Hassabi bespeelde het Cypriotisch-Litouwse paviljoen met Intermission. Alexandra Pirici gaf samen met Manuel Pelmu vorm aan An Immaterial Retrospective of the Venice Biennale voor het Roemeense paviljoen, waarbij ze iconografische werken uit de geschiedenis van de Biënnale liet uitbeelden.

‘Aggregate’, Amanda Pirici © n.b.k./Joseph Devitt Tremblay

Lenin in lijven

De internationaal tot dan toe weinig bekende Pirici beleefde in Venetië haar doorbraak. Dat was te danken aan de keuzes van curator Raluca Voinea, die ook nu weer verantwoordelijk is voor Aggregate. Voinea had het werk van de balletdanseres en choreografe leren kennen in Boekarest. Daar was Pirici in de belangstelling gekomen met onder andere een monument-enactment van de voormalige Roemeense koning Karl I (2011), die er sinds de jaren 1990 gevierd wordt als een symbool van patriottisme.

Om de ruimtes van het n.b.k. – in het vroegere oosten van Berlijn – te bespelen, heeft ze opnieuw een concept gevonden dat aandacht verzekert: de tachtig (!) performers (zowel professionelen als amateurs) voor Aggregate hebben een grote spektakelwaarde – het subsidiërende Roemeens Cultuurinstituut spendeerde er zijn hele jaarbudget aan. Toch beoogde Pirici veeleer een omkering in de relatie tussen de uitvoerder en de toeschouwer dan dat ze een spectaculair effect wilde genereren. Op geen enkel moment – dat werd aan de ingang goed in de gaten gehouden – mocht het aantal bezoekers overwegen. Omdat acties parallel werden uitgevoerd op verspreide ankerpunten en de focus dus niet op een centraal gebeuren lag, ontstond de indruk dat je door een bewegend landschap of een archief liep, in plaats van een opvoering bij te wonen.

Alexandra Pirici, die zeven jaar oud was toen de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu eind 1989 geëxecuteerd werd en Roemenië zichzelf moest heruitvinden, is gefascineerd door geschiedenis en archieven. Het lichaam is haar medium, waarmee ze diverse periodes, (geo)politieke systemen, natuur- en cultuurindicatoren van prehistorie tot internetmemes synchroniseert en
 aan elkaar spiegelt.

De centrale begrippen die ze daarbij gebruikt zijn enactment en embodiment. Het eerste begrip is duidelijker te vatten dan het tweede. Onder enactment verstaat Pirici de ‘transpositie van een object of historisch moment door het lichaam’ – zoals ze in augustus 2017 vertelde tijdens een gesprek in het Roemeens Cultuurinstituut
in Berlijn. In het kunstmagazine Monopol zei ze in een interview van 3 oktober 2017 dat enactment staat voor het ‘opwekken van een werkelijkheid door een handeling of van de representatie van iets, in een nieuw format’. Er zijn twee uitgangspunten terug te vinden in haar werk: de enactments in de publieke ruimte en die in musea, theaters of andere publieke instellingen (zoals in 2017 Leaking Territories in de Friedenssaal in Münster).

“Via het lichaam synchroniseert Pirici diverse periodes, (geo)politieke systemen, natuur- en cultuurindicatoren, van prehistorie tot internetmemes.”

Voor werken in de publieke ruimte neemt Pirici sculpturen en monumenten als basis. Zo heeft ze in het eerdergenoemde ruiterstandbeeld van Karl I het paard laten nabootsen door performers. ‘Hoe kan een monument een nieuwe vorm krijgen?’ Zo vatte Pirici haar vraagstelling samen in het Roemeens Cultuurinstituut. Ze gaf een antwoord door bijvoorbeeld te verwijzen naar het symboolgehalte van het paard, dat in ruiterstandbeelden steeds in een onderworpen pose wordt voorgesteld. Door de nabootsing met levende lichamen, wordt de gecontroleerde energie mogelijk in vraag gesteld. In Sint-Petersburg liet ze in 2014 dan weer een enorm standbeeld van Lenin uitbeelden door een piramideachtige constructie van performers. Ze gaf de levende sculptuur de programmatische (anti)titel Soft Power.

Zo stelt de choreografe naast de concrete politieke geste van de objecten die worden voorgesteld ook iets anders aan de orde: naar welk concept van de publieke ruimte verwijst een statisch monument of een sculptuur? Dat discours komt het duidelijkst tot uiting in haar enactment van Richard Serra’s controversiële stalen installatie Tilted Arc (1981), die voor het New Yorkse stadsdeel Manhattan gemaakt werd en na een juridische procedure moest worden weggehaald. Toen in 2014 meer dan dertig performers in Pirici’s reconstructie een boog van lichamen vormden, werd het aanvankelijke starre, stalen object overschreven door beweeglijkheid en flexibiliteit.

‘Persistent Feebleness’ ©Alexandra Pirici

(On)getrainde lichamen

Via Richard Serra kunnen we makkelijk de link leggen met de andere categorie van Pirici’s enactments. Serra werd in de jaren 1960 bekend, en wordt met veel van zijn werken beschouwd als vertegenwoordiger van de minimal art. Ook de museumensceneringen van de 44 jaar jongere Pirici zouden ondenkbaar zijn zonder de erfenis van de minimal art, in dit geval in hun uitdrukking door postmoderne dans.

“De museumensceneringen van Pirici zouden ondenkbaar zijn zonder de erfenis van Richard
 Serra en de minimal art.”

Zo bedient ze zich in Delicate Instruments of Engagement (première 2017, recent in 2018 in de Kunsthalle Wien bij de heropening van het Tanzquartier Wien) en in haar creatie Signals (2016) voor de Biënnale van Berlijn – net als in Aggregate – van een gelijkaardige postmoderne esthetica: de historische, artistieke, plantaardige of figuratieve voorbeelden van de enactments – die zonder achtergrondkennis slechts zelden herkenbaar zijn – worden geabstraheerd in een sterk vereenvoudigd gebaar, een pose, een opeenvolging van klanken of bewegingen. De performers dragen persoonlijke, doodgewone kleren en laten bij het uitvoeren van de eenvoudige posities lichamen zien die totaal verschillend getraind zijn. Ongeveer de helft lijkt zich te kunnen bedienen van professionele somatische of danstechnieken. Anderen brengen een zichtbare gespannenheid en beperkingen met zich mee.

De verschillen nivelleren de uitdrukking echter op haast geen enkel moment. Over het algemeen verlenen ze de formaties een soort van plastische textuur. Zo voeren ze het postmoderne streven naar (alledaagse) bewegingen, die niet alleen door professionele dansers maar door zoveel mogelijk mensen moeten worden uitgebeeld, op een volmaakte manier uit. Ook de improvisatorische bewegingsvrijheid tussen de situaties die worden uitgebeeld
en de manier waarop ze als groepsproces gecombineerd kunnen worden, perfectioneert deze esthetica.

Claudel en Rihanna

In vergelijking met Signals en Delicate Instruments of Engagement is Aggregate het meest choreografische werk. Niet beeld voor beeld wordt gepersonifieerd, maar je krijgt een caleidoscopisch patroon van in elkaar overvloeiende poses of fragmenten uit clips en songs. Die werken de ene keer abstract en de andere keer uitbeeldend, en ze worden aaneengeschakeld door (choreo-) grafische ordeningen in de ruimte. Losse rijen, opgesteld volgens lijnen die elkaar in verschillende hoeken snijden, (onnauwkeurige) puntspiegelingen, (in verschillende richten verlopende) richtingsdynamieken – zoals naar elkaar kijken en zich weer afwenden – die telkens weer uitmonden in groepen, drommen en clusters.

Dat post-ornamentale panorama van duidelijke geometrische vormen, in formaties die op ingenieuze wijze slechts vluchtig samenkomen, neemt met zijn eenvoudig aangename, onspectaculaire amusementswaarde ongeveer één van de vier uur tentoonstellingstijd in beslag. Daarna zijn de elementen van de compositie grotendeels bekend en worden de soorten combinaties zichtbaar herhaald.

‘If You Don’t Want Us, We Want You’, Alexandra Pirici © Tudor Borduz

Dat zich achter het atmosferische landschap van lichamen een discursief veld ontvouwt, is evengoed het sterke als het zwakke punt van Aggregate. De poses, die te concreet zijn om toevallig te zijn en tegelijkertijd vaak te abstract om goed begrepen te kunnen worden, vragen om meer uitleg. Zoals in andere werken van Pirici is er bij Aggregate dan ook een lijst waarop veertig concrete referenties staan aangeduid. In dit geval is de lijst niet ter plekke te raadplegen, maar alleen op de website van het n.b.k. Wie dus wil nagaan waarnaar de meanderende formatie op de grond verwijst – of de aan Joseph Beuys’ ‘vethoeken’ herinnerende wigvormige formatie van performerlichamen in de hoek van de ruimte, of
 de rug-aan-rug-duo’s met armen die als takken worden uitgestrekt, of de nauwkeurige omhelzingen – kan gaan kijken in de lijsten.

De formatie op de grond verwijst naar het begrip ‘palingkolonie’, en de omhelzingen naar Camille Claudels Sakuntala. Voor de tijgers en gorilla’s op de lijst zijn eveneens overeenkomsten te vinden, net als voor de ‘Skype-Login-Plop’, de handbewegingen van de Occupy- beweging of de ‘Hands of Mary Wigman’. En heel wat zaken spreken voor zich – zoals fragmenten uit Depeche Modes ‘Enjoy the Silence’ of Rihanna’s ‘Kiss It Better’. Andere zaken, zoals de ‘Grot der kristallen in Naica, Chihuahua, Mexico’ of de ‘welwitschia mirabilis-plant’ blijven onduidelijk – of de verwijzing komt pas na lang googelen boven water. Er ontstaan nog meer onopgeloste vragen door de arden orthodox gezang die een eigen compositie blijken te zijn van Pirici, maar die erg doen denken aan Tino Sehgals naar harmonie strevende choralen – ironisch bedoeld? – tussen sekte-spiritualiteit en gregoriaanse melodieën in. Zo is het nagaan van de lijst enerzijds een memoryspel van cultuur- en natuurgeschiedenis met kaartjes met en zonder ‘match’. Anderzijds komt door de reflectie over het geziene, ook zonder kerkgezang, een meditatieve beeldenreeks tot stand.

“Je krijgt een caleidoscopisch patroon van in elkaar over vloeiende poses of fragmenten
uit clips en songs.”

Bovendien geeft het proces van overeenkomsten zoeken ook gangbare mechanismen van bewustzijnsvorming weer, door de overlap tussen de beleefde ruimte en de virtuele ruimte. De directe waarneming van wat 
in de ruimte gebeurt, wordt niet alleen gefilterd door de individuele inzet van sociale media – ook door toeschouwers van Aggregate – maar ook door het impliciet aanzetten tot zoeken naar informatie.

Voyager Golden Record

Anders dan in Signals, waar onlinebezoekers –d ankzij speciaal ontwikkelde algoritmen door de keuze van de lichaams-‘playlist’ – als ‘users’ bijdroegen aan wat er ter plekke te zien was, hebben de digitale activiteiten van de bezoekers van Aggregate geen concrete invloed op het gebeuren. De tekst bij de tentoonstelling in het n.b.k. schrijft de keuze van het repertoire van bewegingen, gezangen en dansen veeleer toe aan de poging om de idee van een tijdcapsule kritisch na te bouwen.

‘Signals (re-enactment van Stanley Kubrick’s 2001 A Space Oddyssey)’ © Amanda Pirici

Hier lijkt Pirici’s reductionisme te zijn omgeslagen in simplificatie. Aggregate volgt het principe van de Voyager Golden Record van de NASA, die zogezegd de hoogtepunten uit de menselijke geschiedenis ter beschikking stelden van buitenaardse wezens. Al snel wordt bij een blik op Pirici’s lijst evenwel duidelijk dat ze zich verzet tegen een (‘witte’, euro- en antropocentrische) ideologie van de canonisering. Op de lijst staan naast de eerdergenoemde werken evenzeer de Mona Lisa van Da Vinci of de David van Michelangelo, net als werken of artefacten die in de Europese context niet erg bekend zijn, zoals de kubistische Lisa Mona van de Cubaanse schilder Wifredo Lam, of een ‘houten bodhisattva uit Shanghai’.

In een postkoloniale en posthumanistische lezing zou de boodschap dan ongeveer zo luiden: de ‘paling’ is evenwaardig aan de Mona Lisa en de Mona Lisa aan Lisa Mona, u-kunst aan e-kunst, het amateurkoor aan de sterzanger.

“Pirici verzet zich tegen een ‘witte’, euro- en antropocentrische ideologie van de canonisering.”

De duidelijke kritiek op het koloniaal gerichte verhaal van collecties en archieven, en de impliciete roep om een tegenverhaal, maakt daarbij slechts zeer oppervlakkig gebruik van de principes van een postkoloniaal verankerde systeemkritiek. Want een gelijke behandeling van inhouden leidt over het algemeen niet tot gedifferentieerde ervaringen, noch tot egalitaire processen. En zo stollen de lichamen in Aggregate tot een tekentaal. Hun lichamelijkheid – meestal beroofd van zintuigen en de mogelijkheid tot beleving – wordt een mimetische of melodieuze geste, het bezet houden van een plaats.

De idee van embodiment, wat bij Pirici af en toe synoniem staat voor ‘enactment’, lijkt het lichaam minder te beschouwen als een zinnelijk, sociaal-cultureel ingebed subject dan als een installatief, intelligent object.

Minder dan in andere werken overtuigt in dat geval dan ook de keuze van het referentiesysteem in zijn geheel of enkele afzonderlijke referenties op zichzelf.
 De kracht van Aggregate ligt niet zozeer in het verwijzen, dan wel in het onmiddellijke gebeuren van een onder performers telkens opnieuw bevochten ruimte, van het in- en uitfaden en het in elkaar laten overvloeien van opeenvolgende beelden. Bij mijn vertrek voel ik een soort van productieve leegte. Niet zonder bewondering. Wat Alexandra Pirici in Aggregate met de middelen van de postmoderne choreografie realiseert, is wellicht een ‘enactment’ van een abstract idee dat wellicht nooit klopte: het einde van de geschiedenis.

 

Vertaling door Els Snick

essay
Leestijd 8 — 11 minuten

Astrid Kaminski

Astrid Kaminski is freelancejournalist en publicist. Ze schrijft over dans, performance, poëzie en sociaal-politieke thema’s voor verschillende dagbladen en magazines. Voorts is ze medeoprichter van het onlineplatform Viereinhalb Sätze en is ze actief als docent, vertaler en curator.

essay