Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

David Hernandez - Sketches on Scarlatti

© Emilie Jacomet

David Hernandez - Sketches on Scarlatti

Johanna Cockx

David Hernandez - Sketches on Scarlatti

 

Sketches on Scarlatti kan je zien als een leven in hoofdstukken: plaatsen waar je toekomt en weer weggaat, wegen die samenkomen en weer scheiden; nu eens unisono, dan weer polyfoon. 

 

This is the beginning of anything you want. In witte letters staat het op de zwarte achterwand geprojecteerd: het begin van Sketches on Scarlatti, de nieuwste voorstelling van David Hernandez. Sketches zag het licht als work in progress voor het Into the Fields Festival in Bonn. Zoals je in een interview met de choreograaf kan lezen (door Annelies Van Assche, Etcetera nr. 147), werd de basis van het stuk op twee weken in elkaar gestoken. Drie weken extra productietijd moesten volstaan om op 25 en 26 januari in Belgische première te gaan in STUK te Leuven. Hernandez spreekt over Sketches als een ‘strategisch goedkope’ voorstelling. Zo kwam er heel wat inventiviteit aan te pas om met beperkte middelen, buiten het officiële subsidiesysteem, tot het huidige eindresultaat te komen. ‘Zou dit ook te merken zijn aan de voorstelling zelf?’, vraag ik mij af bij aanvang. De titel is mogelijk inzetbaar als alibi voor slordig knip- en plakwerk van onaffe stukjes. Niets is echter minder waar, zo blijkt. Sketches on Scarlatti is een zorgvuldig gecomponeerde en zeer verfrissende voorstelling, een plezier voor oor en oog van begin tot einde.

 

Zes hoofdstukken krijgen we te zien, stuk voor stuk opgebouwd rond de klavecimbelsonates van de Italiaanse barokcomponist Domenico Scarlatti. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een muurprojectie - een quote of zin die ons kijken op weg zet. Zo zet Not all those who wander are lost de toon voor hoofdstuk 1, Sonata in A Major, Kk. 208. De drie dansers verschijnen telkens in nieuwe combinaties en constellaties op het podium: een vrouw en twee mannen, waaronder Hernandez zelf. Deze kleine bezetting, op een voor de rest sobere lege scène, doet Scarlatti’s sonates alle eer aan. Qua uitvoering is er gekozen voor een opname van Johannes Maria Bogner, waarbij de ademhaling van de muzikant nu en dan hoorbaar dialogeert met die van de dansers. Dit doet denken aan vroeger werk van de choreograaf, met name Hullabaloo (2014), maar vindt hier in Sketches een veel subtielere invulling. David Hernandez genoot een opleiding in muziek, jazz en opera voor hij aan zijn danscarrière startte. Ook nu nog is hij af en toe actief als zanger, onder andere bij het vocaal ensemble Graindelavoix. Die achtergrond is merkbaar in de voorstelling, aan de intelligente wijze waarop muziek en dans met elkaar verweven zijn. De sequensen en motieven aanwezig in de muziek vinden een verdubbeling in de beweging. Haast nooit bewegen de dansers volledig samen, steeds is er één die wat afbuigt. Zowel dans als muziek ontvouwen zich als touwtjes, die nu eens scheiden, dan weer samenkomen.

 

‘Pure dans’ zou je het kunnen noemen: abstracte bewegingen worden met een relatief neutrale expressie uitgevoerd. En toch… ondanks de objectiviteit in de uitvoering flirt deze voorstelling met theatrale connotaties. Dansfrases vertellen een verhaal, duetten suggereren een ontmoeting. Steeds loert een associatie of een beeld om de hoek. Het lichtontwerp van Hans Meijer draagt daartoe bij, de verbeelding van de toeschouwer op een doordachte manier prikkelend. Eén van de associaties die zo wordt opgeroepen, is die van de stille film. Licht- en schaduweffecten evoceren een sfeer die soms doet denken aan vroege Duits expressionistische films als Metropolis of Das Cabinet des Dr. Caligari. In één opvallend filmische scène werkt Meijer met cirkelende volgspots, die slechts bij momenten het lichaam van de danseres doen oplichten. Haar zwarte jurk met diepe splitten benadrukt het fragmentarisch verschijnen van haar lichaam. De meest expliciete referentie naar cinema komt in het laatste gedeelte, waar eerst een groot en vervolgens een klein, scherp afgelijnd lichtvlak op de vloer wordt geprojecteerd. Binnen dit ‘cinemascherm’ krijgen de bewegingen iets theatraals, iets komisch. Charlie Chaplin: ‘Life is a tragedy when seen in close-up, but a comedy in long-shot’. Ook de presentatie van de tussentitels, wit op zwart, vormt een knipoog naar de pancartes uit de stille cinema.

 

In de meer egaal belichte scènes creëert een clair-obscur effect soms Caravaggio-achtige schilderijtjes. Lichamen boetseren zichzelf tot krampachtige houdingen, die evenzeer stilering als gruwel kunnen weergeven. Het zijn net opgewonden popjes, opgeslorpt in een mechanische repetitie, die af en toe dreigen stil te vallen en dan weer in gang schieten. Dit neigt soms naar drama in combinatie met de barokmuziek, maar wordt nooit melodrama. De dansers bewegen zich met een uitzonderlijke rust en beheersing. Harmonisch, delicaat en gracieus, met veel overgave. Steeds is er ook een alledaagsheid en ongedwongenheid aanwezig in de beweging. Die vormt een mooi contrast met de barokke beladenheid van de muziek. Eenzelfde tegenstelling komt terug in de kleding: casual, sportief, hedendaags, maar met hier en daar een glitterend, glamoureus item. De kleding wisselt doorheen de scènes, zodat het gaandeweg een spel wordt om te detecteren wie er nu weer een ander kledingstuk heeft aangetrokken: ‘hide and seek’; ‘do not think you will have your wicked way with me’. Esthetisch en stijlvol, maar met een fijne portie humor en zelfrelativering - zo zou je ook het hele stuk kunnen omschrijven.

 

Sketches on Scarlatti kan je zien als een leven in hoofdstukken: plaatsen waar je toekomt en weer weggaat, wegen die samenkomen en weer scheiden; nu eens unisono, dan weer polyfoon. Elke keer als een eindpunt bereikt lijkt, begint het toch weer opnieuw. Dit tot op een verzadigend punt toe, waarop je zintuigen nét niet overprikkeld geraken door de dans en muziek, die steeds maar doorgaat in een oneindige stroom… en uiteindelijk toch weer verrast. Ook al kent het opzet van Sketches een fragmentair karakter, toch is er een heldere dramaturgische opbouw aanwezig. De schetsen zijn duidelijk van één hand. De zorgvuldigheid en coherentie waarmee artistieke keuzes gemaakt zijn, doen deugd. De volgorde van de muziek- en dansstukken klopt. Elke overgang is verzorgd, met aandacht en precisie uitgevoerd, zorgvuldig getimed. Met zeer weinig middelen creëren Hernandez en zijn mededansers een voorstelling van eenvoudige maar intense schoonheid.