De redactie

Leestijd 3 — 6 minuten

Nieuw

We kondigden het voor de zomer al aan: Etcetera stapt een nieuwe fase binnen. Nieuwe redactie, nieuw jasje, nieuwe visie. Hoe je als nieuwe crew verhouden tegenover een blad met zo’n rijke geschiedenis? Kunnen we alleen maar een eigen verhaal schrijven door radicaal te breken met de traditie? Nee. Al vanaf de begindagen van ditblad ging de afstand van de criticus gepaard metde nabijheid van de kunstenaar of dramaturg. Naast een vogelperspectief op het veld was er ruimte voor ‘embedded journalism’. In tijden waarin het discours zich maar al te graagvoorhetwerkschuift, wil Etcetera zich profileren als een blad dat met beide voeten in de kunstpraktijkstaat en oog heeft voorartistieke werkvormen en -processen.

Ook in de artikels die we in dit nummer samenbrachten, is het ‘nieuwe’ een terugkerende noemer die geproblematiseerd, dan weer omarmd wordt. Freek Vielen schreef een visietekst over de Nwe Tijd, de structuurdie hij samen metSuzanne Grotenhuis en Rebekka de Wit ‘erfde’van Lucas Vander vorst. Het is een unieke overdracht in het Vlaamse theaterland waar menig regisseur zijn postje graag zo lang mogelijk warm houdt. Evelyne Coussens praatte dan weer met Stijn Devillë en Christophe Aussems, de nieuwe artistieke leiders van het nieuwstedelijk, de fusie tussen Braakland/Zhebilding en de Queeste. We vervolgden ook onze zoektocht naar een nieuw vocabularium voor de podiumkunsten en vroegen Joachim Ben Yakoub en Fabian Barba enkele ingeburgerde woorden te ‘dekoloniseren’. Binnenkort komt dan weer het langverwachte nieuwe boekvan Rudi Laermans uit. Mia Vaerman blikte met hem vooruit, én terug.

Ijverig maar met knikkende knieën schrijven wij deze dagen aan ons subsidiedossier. Het plotse nieuws over de besparingen bij de projectsubsidies plaatste onze ambitie meteen onder curatele. Nog maar goed en wel begonnen als nieuwe ploeg en de vraag diende zich al aan: is het verhaal van Etcetera, met haar wortels in de jaren tachtig, niet uitverteld? Fusioneren we niet beter om plaatste maken voor iets nieuws? Is er nog wel ruimte voor een traag, papieren, monodisciplinair tijdschrift in een ‘multidisciplinarisend’ landschap?

Dat we hier nu voor jullie liggen, is het bewijs van wel-of het bewijs dat we op z’n minst in een eigen verhaal geloven, ook al zal dat tijd nodig hebben om te groeien. Etcetera is altijd al een multidisciplinair tijdschrift geweest (‘etcetera’), met een duidelijke focus om vanuit het werk naar de wereld te kijken. Een principe datwij terugwillen opnemen, evenwel zonder de context waarin hetwerkzich bevindt, uit het oog te verliezen. Etcetera heeft de laatste dertig jaar een onschatbare rol gespeeld in de discoursvorming rond de podiumkunsten en die rol heeft ze meer dan ooit opnieuw te vervullen. Zoals uit de reportage van Peeter Aernouts over Athene blijkt, ervaren kunstenaars het gebrek aan kunstkritiek vaak als een grotere verarming dan het gebrek aan productiemiddelen. In de geest van het ‘strijdschrift’ dat Etcetera van bij het begin wou zijn, passen we voor de ‘kroniek-gedachte’, maar willen we opnieuw een actieve rol opnemen, het landschap van aan de zijlijn bevragen, ondersteunen, stimuleren – misschien zelfs veranderen?

Het nieuwe kan in die zin alleen maar bestaan in de manier waarop het zich verhoudt tot het ‘oude’ en hoe het zich toetst aan een wereld in beweging. Twee jaar na haar plotse overlijden blijven de geschriften van Marianne Van Kerkhoven voor een jonge redactie als de onze een referentiepunt, een blijvende inspiratiebron voor een mentale dialoog. We zijn dan ookbljj dat we haar via het essay van Erwin Jans over de evolutie van haar oeuvre, dat zich voor een groot deel in de schoot van dit blad ontwikkelde, kunnen levend houden. Of zoals ze zelf ooit schreef: ‘Elke dans vindt zijn bron in wat voorheen werd gedanst.’

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

De redactie

artikel