Monkey Mind – Platform K en Les Ballets C de la B

Ze staan er wat raar bij op hun kleine pedestal. Ondergoed aan, bruine zak over het hoofd. Het is een beeld dat vele associaties oproept en ons meteen nieuwsgierig maakt. We proberen uit te zoeken wie er precies staat. Kunnen we iemand herkennen? Platform K brengt in hun dansvoorstellingen mensen met een beperking samen met reguliere kunstenaars. Hier zijn het twee dansers van Les Ballets C de la B met drie dansers met een beperking. Ongewild vragen we ons misschien af of we zien wie de dansers van Les Ballets C de la B zijn en wie de dansers met een beperking zijn. De bruine zakken zijn meteen ook een statement. We worden belemmerd in onze zoektocht naar herkenning. We weten niet hoe de dansers er uitzien. Hoewel de papieren zakken ook beelden oproepen van straf en bespotting, komt vooral het egaliserende principe naar voor. Het lijkt de sleutel in deze voorstelling. We worden gevraagd te kijken naar deze mannen en vrouwen als dansers: niet meer, niet minder.

Dat Platform K bij Les Ballets C de la B aanklopt voor het maken van een voorstelling met mensen met een beperking is niet verwonderlijk. Alain Platel, oprichter van Les Ballets C de la B, heeft al vaker de kracht van mensen met een beperking benadrukt. De esthetiek van hun bewegingen inspireerde hem meermaals tot nieuwe choreografieën en tot het creëren van een eigen dansstijl, die hij benoemd als bastaarddans. Bij Platel gaat het nooit over het letterlijk imiteren of reproduceren. En dat blijkt een belangrijke keuze. Imiteren kan uitmonden in belachelijk maken en dat is net wat Platel en ook Platform K willen vermijden. Hier is het niet Platel die choreografeert, maar Lisi Estaras, vertrekkend vanuit hetzelfde uitgangspunt. Estaras danste en choreografeerde al vele malen bij Les Ballets C de la B.

Deze Monkey Mind toont de zoektocht naar het uiten van losse gedachten, flarden, en plotse ingevingen. Voor Lisi Estaras gaat het over het eindeloze gebabbel in je hoofd en dat vertaalt zich hier in een hele resem bewegingen, soms heftig, soms sierlijk. Elke danser lijkt ook een eigen dansfrase te hebben en overtuigt de anderen om ze over te nemen, hoe kortstondig ook. Het zijn die soms dwangmatige, herhaalde bewegingen die het meest intrigeren: het hard pulken aan het eigen vel als was het een onbekend object, de poëtische sierlijke handbewegingen, het schoppen als tegen een voetbal. We herkennen uiteraard ook de bewegingstaal en stijl van Estaras. Sommige fragmenten herinneren aan vorige voorstellingen: van dwangmatige bewegingen die soms compleet oncontroleerbaar zijn naar heel precieze en beheerste bewegingen. Er gaat ook altijd een soort van vervreemding en ruwheid mee gepaard, wat opnieuw refereert aan Platels bastaarddans.

In haar geheel is de choreografie grillig. Ze springt van de hak op de tak: vluchtig, wispelturig en uitbundig. Het gaat alle kanten uit, maar de herhaalde frases houden onze aandacht erbij. We blijven ook geboeid door de humor die de voorstelling van een zwaarwichtigheid ontdoet. De dansfrases die worden benoemd als “roeren, deur, …, dood” tonen de geheugensteuntjes, maar brengen ook een soort zelfrelativering. Met een kwinkslag worden we even uit de sérieux van de hedendaagse dans gehaald. Ze dansen met overgave, maar doorbreken het telkens met een vleugje ironie. Ook de korte monoloog in het Spaans is zo’n moment. Een van de dansers vraagt zich af of ze klonen zijn van het volk uit Mongolië. Ze zien er toch allemaal wat hetzelfde uit? Dezelfde ogen, lange tong… De uiterlijke gelaatskenmerken die in het begin van de voorstelling opzettelijk worden verborgen door de bruine zakken, worden hier des te meer benadrukt.

De uiterlijke verschillen tussen de dansers zijn een twistpunt. Moet je de beperking benadrukken of net zo veel mogelijk negeren? Estaras balanceert opzettelijk tussen de twee. Het lijkt een teer evenwicht en toont ook de moeilijkheid van deze voorstelling. Zoals alle voorstellingen van Platform K worden hier de grenzen tussen het zogezegde ‘normaal’ en ‘abnormaal’ opzettelijk doorbroken. Het blijft echter een Catch-22: je wil dat het publiek naar ze kijkt zoals naar elke andere professionele danser, maar tegelijkertijd is het net de esthetiek van deze dansers, van hun ‘beperking’, die als inspiratiebron dient en ook ten tonele wordt gevoerd. Estaras speelt in op deze paradox en brengt ze opzettelijk aan het licht. Het is een zoektocht die ons achterlaat met een dubbel gevoel, maar tegelijkertijd ook de kracht is van deze dansvoorstelling.

CAMPO Gent, 18 februari 2016

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Eline Van de Voorde