Michiel Soete / Globe Aroma – Capsaicin

De verbeelding aan de macht

In Capsaicin, de nieuwste voorstelling van Globe Aroma en regisseur Michiel Soete, zoekt een groep asielzoekers verwoed een nieuw beginpunt. In hun speurtocht naar geluk zijn ze op elkaar aangewezen.

De Brusselse organisatie Globe Aroma zet sinds 2010 participatieve kunstprojecten op met vluchtelingen, nieuwkomers-kunstenaars en buurtbewoners. De deelnemers werken steeds samen aan een artistieke productie onder leiding van een professioneel kunstenaar in residentie. Zo maakte Globe Aroma onder meer de korte docufilm BXL-NORD (2013)ende theatervoorstelling De brievenschrijver (2015) in een regie van Simon Allemeersch. Ook dit seizoen kregen acteurs en regisseur vier maanden tijd om een voorstelling in elkaar te puzzelen. De titel Capsaicin verwijst naar een chemische stof die de receptoren op de tong die gevoelig zijn voor hitte en pijn, stimuleert. ‘Capsaicin is wat je voelt als je pikante pepers eet’ vertelt de brochure. ‘Niet te zien en te ruiken, maar wel extreem voelbaar… net zoals herinneringen en verlangens je gedachten aan flarden blijven scheuren.’

Tweeëntwintig mensen hokken in Capsaicin samen op het toneel– naast Brusselaars ook asielaanvragers van het Klein Kasteeltje die reageerden op een uitnodiging van Globe Aroma. Uit de vrolijke chaos die dat meebrengt, de zeven talen en vele stukken hout creëren ze beelden die teruggrijpen naar mythes uit verschillende culturen: de Ark van Noah, het Trojaanse paard, het vlot van de Medusa, de toren van Babel,… Water en zee zijn alom doorheen de voorstelling. Toch verwijst Capsaicin nooit letterlijk naar de actuele bootvluchtelingen. En dat is een knappe beslissing. Er is namelijk wel meer algemeen menselijks aan de zucht om de zee over te steken. Voorbij de horizon van het open water ligt voor iedereen wel een belofte verborgen. Regisseur Michiel Soete hoedt er zich vooral voor om niet die medelijdende blik bij de toeschouwer op te wekken die de media ons zo vaak opdringt. Wat we wél zien is een bende jonge mannen en vier vrouwen die voortdurend constructies opbouwen en afbreken. Ze steken van wal met de afbraak van het Trojaanse Paard – een beeld waar ze toch liever niet mee worden geassocieerd. Met de houten resten maken ze vervolgens een vlot, een houten hoop voor een vuurtje, een kinderspeeltuin,…

Tussen het opbouwen en afbreken door wordt er verteld, gedreigd, geruzied, onderhandeld. Meestal in het Frans of Engels, met de vertaling op de wand ernaast geprojecteerd, soms in een voor ons onbegrijpelijke taal. Ze lijken elkaar te verstaan, maar doen dat in werkelijkheid vaak niet: alleen de intonaties lopen gelijk. In de introductie vertelt Soete dat hij tijdens de repetities in drie talen het woord moest voeren: elke Nederlandse zin herhaalde hij automatisch in het Frans en het Engels. En dan waren er steeds een paar die nog fluisterend door vertaalden. Die rijkdom van hun samenwerking ervaar je als publiek. De complexe maar feilloze collaboratie leidt tot een bijzonder mooie constructie op scène. Opeens zie je een universeel beeld: de losse palen en planken vormen een stevige houten steiger, precies zoals je ze overal ter wereld ziet. Meteen wordt het podium onmiskenbaar de zee – al helemaal als er mannen rond peddelen met wieltjes onder hun boten en radde benen. Het beeld duikt onverwacht op uit het niets, en voelt meteen als vanzelfsprekend. Wie van ons heeft nooit met zijn voeten in het water zitten dromen op een pier?

Michiel Soete houdt ervan om beelden traag op te bouwen. Net als in zijn vorige voorstellingen werkt hij ook hier intensief met licht, rook en decor, en speelt hij met het contrast tussen helderheid en duisternis. Vaak trekt hij een verbeeldingsvol, eigenzinnig theatraal universum op, een desolate plek waar een eigen economie kan ontstaan, bijzondere samenlevingsstrategieën. Die aanpak rijmt perfect met de missie van Globe Aroma.

Uit de groep van vooral jonge twintigers, lichten na verloop van tijd bijzondere persoonlijkheden op: de lange, smalle rastaman in salopette die de storm wil bezweren, de stilzwijgende Noord-Afrikaan die de hele tijd in de verte staart (naar ‘de toekomst’ zal hij uiteindelijk verklappen), de hinnikende jockey,… Zeker zit Soete er zelf voor iets tussen: de voorstelling is doorspekt met absurde en poëtische scènes die ook zijn vorige werk karakteriseerden. Tussendoor komt een zeer enigmatisch figuur aan het woord, de enige man op het podium van middelbare leeftijd. Je herkent Franstalige woorden en intonaties, maar zijn zinnen slaan nergens op. Toch begrijp je ze op een vreemde manier toch min of meer. Zijn présence werkt bijzonder ontwapenend. Zou die humor van hemzelf of van Soete komen?

De theatermaker vertrok voor Capsaicin vanuit improvisatie. Alle scènes werden verzonnen door de groep, vertelt hij tijdens de nabespreking. Hij stond er ook op te werken los van het feit dat het om asielzoekers ging. Soete wilde acteurs op scène, geen refugiés. Het is wel moeilijk om als toeschouwer de grote groep anders dan zo te zien: hun spel blijft hangen bij ofwel monologen, ofwel grote groepsbewegingen. Dialogen of handelingen zijn nauwelijks uitgewerkt. Een doordachte redenering of een verhaal is er niet bij. Je voelt met andere woorden dat het niet om ervaren spelers gaat. De groepsdynamiek overheerst – wellicht uit gebrek aan afzonderlijke theaterervaring. Dat dat niet per se een obstakel hoeft te zijn voor een goeie voorstelling, bewijst de scène waarin iedereen vlucht van de magnifieke steiger naar één enkele paalwoning, als de storm uitbreekt. Ze helpen en houden elkaar uit het ‘water’ en op de stellage terwijl ze er ondertussen lustig op los tetteren. Soetes beeld beklijft door het vrolijke spel en de even simpele als heldere boodschap: samenwerken is een alternatief.

Eén ingreep is daarom erg vreemd: naar het einde van de voorstelling toe wordt de bekende hacker Amir Taaki aangehaald. “They are the fascists, but we have the creativity,” legt een van de acteurs uit. Allicht zijn in Taaki’s ogen de grote bedrijven en staatsinstellingen de ‘fascisten’, en de hackers de ‘creatievelingen’. Wat doet deze harde dichotomie in de context van deze theatervoorstelling? Plaatsen Soete en co zo de asielzoekers tegenover… Wie? Europa? Het Westen? De blanke man? De scène suggereert een discours dat haaks staat op de rest van de voorstelling. Bovendien helpt wederzijdse beschuldiging ons vandaag geen stap verder. Laat het theater een plek zijn voor nuance en complexiteit, niet voor een kort-door-de-bocht-denken.

Toch slaagt deze valse noot er niet in om de pret te drukken. Michiel Soete en de ploeg participanten van Globe Aroma maakten met Capsaicin een waardevolle productie, die via improvisatie voluit ruimte geeft aan de verbeelding van de asielzoeker.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Mia Vaerman