memento park

Memento Park – Thomas Bellinck (Steigeisen/KVS)

Waar commercie floreert, delft diepgang vaak het onderspit. In Memento Park, de nieuwe voorstelling die Thomas Bellinck met zijn gezelschap Steigeisen maakte bij de KVS, is het precies dat mechanisme dat onophoudelijk aan het werk is. Op meerdere niveaus, en steeds opnieuw. Hier ontpopt het mechanisme van de herdenking zich als een spinnenweb: hoe harder je probeert er los van te komen, hoe meer je erin verstrikt geraakt.

Dat er rond de herdenking van de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen een ware industrie zou ontstaan, stond in de sterren geschreven. Alleen het feit al dat de activiteiten bedacht en op gang getrapt werden door de toeristische departementen, eerder dan vanuit cultuur of onderwijs, geeft aan wat de werkelijke agenda achter al dat herdenken is. Maar die industrie zou zodanig opgepompt worden dat ze zelfs nog vóór de start van de eigenlijke herdenking al op vele heupen begon te werken, en dat is toch redelijk ongezien. De musical ’14-’18, tientallen keren opgevoerd in de Mechelse Nekkershallen en vanaf nu ook te zien in de bioscoop, vormt het startpunt voor Memento Park. Joris Hessels, gehesen in een strak maar gedateerd pak, legt helder uit wat er op het spel staat. Historische feiten of menselijk leed krijgen in dat betoog geen plaats: we worden daarentegen om de oren geslagen met publieks- en zakencijfers die ver af staan van de realiteit van zelfs een groot stadstheater zoals de KVS. Het is, met andere woorden, big business, dat herinneren van de Grote Oorlog.

En de business is overal. Niet alleen in musicals, maar ook in, bijvoorbeeld chocola. De marketingdame die gespeeld wordt door Marjan De Schutter weet er alles van. De chocolade legerhelmpjes die ze verkoopt zijn uiteraard gepatenteerd. Op het papiertje errond staat een gedicht van war poet Wilfred Owen. Zelfs de dagelijkse Last Post onder de Menenpoort in Ieper (nog enkele maanden en hij wordt voor de dertigduizendste keer geblazen!) kan tegenwoordig rekenen op honderden bezoekers per dag. Het is niet zo lang geleden dat er behalve de blazers enkel een vrouw stond met haar hondje, en dan nog alleen toevallig. Misschien zouden we ons beter die tijd eens herinneren: het was de tijd dat een herinnering ook een persoonlijke betekenis had, de tijd dat collectieve herinneringen niet alleen dienden om gecommodificeerd te worden, opgeofferd op het altaar van een vrije markt, ingeschreven in een politieke agenda waarin het woord city-marketing gewoon voorgedrukt staat.

Wat een heerlijke paradox eigenlijk, het feit dat de herdenking van een oorlog die de wereldgeschiedenis heeft doen kantelen, op zo’n kortzichtige manier wordt georganiseerd. Alles staat in het licht van de korte termijn. Memento Park schakelt anekdotes en wetenswaardigheden aan elkaar. Het is een voorstelling vol branie, soms op het drammerige af. Er zijn momenten waarop je als toeschouwer wil vluchten van zoveel weetjes en ideeën, momenten waarop je begint te letten op details in de voorstelling, maar juist dan komt het plagerige brein van Thomas Bellinck zich pas echt moeien. Want hoe beter je begint te kijken naar deze voorstelling over herinneringen en re-enactments, hoe meer het duidelijk wordt dat de voorstelling ook zelf een soort re-enactment is. De acteurs spelen geen personages: ze spelen personages die andere mensen nadoen.

Memento Park is zélf een soort herinnering, en laat je zo niet alleen zien, maar ook voelen wat het betekent om niet de werkelijkheid te zien of voelen, maar een residu van de werkelijkheid. Vandaar het bevreemdende Engels van Karlijn Sileghem, die praat als een gehypnotiseerde Japanse toeristengids, of de gestotterde pogingen van Mark Verstraete om zijn omstaanders en het publiek aan te manen tot een minuut stilte voor de slachtoffers van de oorlog. Die minuut stilte komt er nauwelijks, want ook daarover wordt weer gereflecteerd, door Jeroen Van der Ven deze keer, die de symbolische stilte keer op keer doorbreekt om de oprechtheid ervan te bevragen.

Wat is herdenken? Wat herdenken we precies? Het schier eindeloze gepalaver met de IJzertoren (is het een vredesmonument? Is het een symbool voor de Vlaamse beweging? Voor welke Vlaamse beweging?) is een heel goed gekozen voorbeeld van hoe niets is wat het lijkt, als het op herdenken aankomt. Ieder zijn waarheid, recuperatie is het codewoord, en toch probeert de herdenkingsindustrie juist van zoiets persoonlijks een massaproduct te maken. Pardoes valt een maquette van de IJzertoren op de grond. Het is niet erg: het is maar namaak. Alles is namaak, het is vaak maar om te lachen, en in het beste geval is het indrukwekkend.

Dat moet toch ook de bedoeling geweest zijn van de pontonbrug over de Schelde in Antwerpen: dat een wandeling over die brug indrukwekkend was geweest, letterlijk een indruk had gegeven van hoe het honderd jaar geleden geweest moest zijn. Helaas, de pontonbrug bezweek onder de macht van het getal. Het siert Bellinck dat hij de waargebeurde en tóch karikaturale episode met de pontonbrug links liet liggen. Humor is in Memento Park nooit ver weg, maar in satire is Bellinck niet geïnteresseerd. Daarvoor vindt hij zijn boodschap veel te waardevol, en dat is meer dan terecht.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Tom Rummens

Tom Rummens writes for various media. Until September 2013 he was the performing-arts programmer at the Brakke Grond. He now is artistic coordinator at HETPALEIS.