© Arjan Benning

Ciska Hoet & Elke Huybrechts

Leestijd 4 — 7 minuten

De man is lam – Stage-Z i.s.m. Het Zuidelijk Toneel & St. Nwe Helden

Research rendeert? Lucas De Man onderzoekt de mannelijke identiteit

Is het nu een conference, een lezing, een preek of een theatervoorstelling? In De Man is Lam lijkt theatermaker Lucas De Man het noorden kwijt. De vraag naar wat het vandaag betekent om man te zijn, leidt alleszins noch tot spannende theatrale momenten, noch tot scherpe inzichten.

Lucas De Man liet zich eerder opmerken met inventieve voorstellingen rond onder meer Europa, varkensboeren en begeerte bij bejaarden. De naar Nederland uitgeweken Belg staat daarnaast zeker bij onze noorderburen bekend als ad rem televisiepresentator, artistiek leider van Stichting Nieuwe Helden, energieke duivel-doet-al en gewiekst cultureel ondernemer. Wat dat laatste betreft is het niet toevallig dat De Man is Lam geen alleenstaande voorstelling is, maar deel uitmaakt van een totaalconcept. De multimediale samenwerking tussen Het Zuidelijk Toneel, Stichting Nieuwe Helden en Stage-Z bestaat uit een reeks podcasts van Rashif El Kaoui, een fototentoonstelling van Ahmed Polat en de voorstelling zelf. Bovendien kan je de makers ook boeken voor een zogenaamde inspiratie talk, getiteld The Man Squad. Het mag duidelijk zijn dat de research en de vele interviews die de heren ter voorbereiding van het project deden, moeten renderen. Alleen lijkt er iets mank (of lam) te lopen in de vertaalslag naar de scène.

In De Man is Lam brengt Lucas De Man een monoloog die wordt onderbroken door fragmenten uit de podcast-afleveringen over de mannelijke identiteit die El Kaoui in elkaar stak. Terwijl we luisteren naar die audio-fragmenten, worden de foto’s van Polat op centraal opgestelde schermen geprojecteerd. Op die manier krijgt het publiek – het moet gezegd: esthetisch geslaagde – portretten te zien van mannen tijdens hun dagelijkse bezigheden. Als een vertraagde film passeren ze de revue. De Man vertelt op zijn beurt twee bildungsverhalen: dat van ‘Lucas De Man’ en van ‘Mo’, mogelijk een pseudoniem van Ahmed Polat. Daarbij gaat het onder meer over wat voor een man ze als kind wilden worden, hoe ze zich leerden verhouden tot vrouwen, maar evengoed over hoe een vaderfiguur een rol kan spelen in de ontwikkeling van mannen of welk effect een migratie-achtergrond kan hebben op de mannelijke identiteit.

Dat mondt uit in een soort van monoloog annex stand-upcomedyshow annex populariserende lezing met Lucas De Man als praatgraag middelpunt. De Man spekt zijn verhalen met allerhande feiten, weetjes en cijfermateriaal over sekse, gender en seksualiteit. Zo weet hij onder meer dat vrouwen doorgaans het slachtoffer zijn van partnergeweld, maar ook dat ze steeds vaker als dader opduiken in de statistieken. Of dat het merendeel van de berichtgeving in de media over mannen negatief gekleurd is, en ga zo maar door. Evengoed schiet hij een spervuur van goed voorbereide vragen en mopjes over mannen en vrouwen af op het publiek, dat hij duidelijk graag bespeelt.

Maar zelfs podiumbeest en spraakwaterval De Man kan niet verhullen dat de voorstelling dramaturgie ontbeert. Zo problematisch als de vraag naar mannelijke identiteit is, zo wankel is het resultaat op het podium. Dat identiteiten fluïde constructies zijn en niet louter gebaseerd zijn op genderverschillen (maar ook dat bijvoorbeeld niet alle mannen op vrouwen vallen), lijken de makers de helft van de tijd voor het gemak immers te vergeten. Ze blijven met hun veldonderzoek dan ook in de modder ploeteren. Op die manier mondt het al enigszins reactionaire uitgangspunt – sinds vrouwen zich massaal emanciperen, bevindt de man zich in een existentiële crisis – niet in het minst via de interviewfragmenten uit in een reeks clichés en platitudes. Een tenenkrullend dieptepunt is onder meer een audio-fragment van een psychologe die beweert dat mannen zich omwille van een hoge bloeddruk niet goed kunnen uitdrukken tijdens een hoogoplopende discussie, net als een interviewee die beweert dat mannen een soort van oer-apen zijn aan wie zachtheid en communicatie niet besteed zijn.

“Dat identiteiten fluïde constructies zijn en niet louter gebaseerd zijn op genderverschillen (maar ook dat bijvoorbeeld niet alle mannen op vrouwen vallen), lijken de makers de helft van de tijd voor het gemak immers te vergeten.”

De personages Lucas De Man en Mo hebben er daarentegen alles voor over om een ‘goede man’ te zijn (iets wat zich makkelijk laat vertalen in ‘goed mens’, maar dat terzijde) en zeker niet ‘zo’n man’ te worden. De Man lijkt met zijn verhalen weldegelijk een eerder genuanceerde blik op de mannelijke staat te willen werpen. Zo haalt hij op een zeker moment de mannenparadox onderuit: de vraag naar gelijkwaardigheid tussen man en vrouw hoeft niet noodzakelijkerwijs uit  te monden in overdreven hoffelijke seks. De begripvolle en respectvolle man kan dus gerust een beest in bed zijn. Tijdens zijn redevoering schudt De Man nog meer handige wetenswaardigheden uit zijn mouw. Alleen laat hij zijn eigen inzichten op geen enkel moment snerpend schuren of in dialoog gaan met de interviews en de foto’s die het publiek te zien en te horen krijg. Het audiovisuele materiaal draagt met andere woorden niks wezenlijks bij aan wat er op de vloer gebeurt, noch omgekeerd. Dat levert een eerder statische afwisseling op tussen De Man versus het oninteressante gebabbel in de podcasts en de willekeurige beelden van allerlei mannen.

De Man is een man van de realiteit. Daarvan getuigen zowel het cijfermateriaal waar hij mee komt aanzetten tijdens zijn betoog, als de registratie van de werkelijkheid met de podcasts (old school Man Bijt Hond). Op het einde culmineert dat realiteitsfetisjisme ultiem in het moment waarop hij het vierdewandstheater definitief vermorzelt. Hij deelt het publiek letterlijk mee welke boodschap hij precies komt brengen met De Man is Lam. Alle mannen zijn anders en zorgzaamheid is ook mannelijk, dixit De Man. Kortom, mannen zijn complexe wezens. Vervolgens geeft hij te kennen niet te willen eindigen met een inzicht dat iedereen bij aanvang al had en sluit hij af met een warme oproep tot actieve empathie. Maar wie is die De Man, die onze empathie komt opeisen? Comedian? Pastoor? Masculinist? Of wil hij toch het liefst van al acteur zijn? Wat dat betreft is het een zwaktebod dat hij tot twee keer toe moet stipuleren dat de monologen van ‘Mo’ en ‘Lucas De Man’ fictief zijn. “Het is tenslotte theater”. Het lijkt alsof De Man de fictie moet opvissen uit zijn dominant realistische kader. Op het podium spelen met genres en rollen, fictie en non-fictie: het kan allemaal en kan zeker ook potten breken. Jammer dat het deze voorstelling, ondanks de illustere boodschap, ontbreekt aan complexe ideeën en dito vormen.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Ciska Hoet & Elke Huybrechts

recensie