Kate McIntosh: All Ears

Van opleiding is Kate McIntosh een klassieke danseres. Maar honger naar kennis en inzicht, en zin voor humor en absurde situaties dreven haar naar performances die veel weg hebben van experimenten in een laboratorium. In All Ears werkt ze rond geluid: elke avond worden fragmenten van de voorstelling nauwkeurig opgenomen en weer teruggespeeld, waarbij steeds een unieke soundscape ontstaat.

Van achter haar tafel in de Kaaistudio’s monstert Kate McIntosh het publiek als een wetenschapper die zijn studieobject observeert. Schriftje, pen, micro, geduld tot elkeen gezeten is. Dan start het vragen. De lichten blijven aan, ieder kan zien wie bij welke vraag de hand opsteekt, gaat staan of juist blijft zitten. ‘Zijn er fluiters in de zaal? Wie is punctueel? Wie komt altijd te laat? Wie is hier solo? Wie at de laatste vijf dagen een maaltijd alleen?’ Ondeugende, onschuldige vragen. ‘Hoeveel mensen weten waar het zuiden ligt, vanuit de zaal?’ Tien mannen steken de hand op. ‘Kun je het aanduiden?’ Vijf ervan wijzen telkens een andere richting uit. Hilariteit. McIntosh noteert, vinkt af, streept door. Ze zit er als haar eigen, gewone zelf: broek, trui, onopvallend gekleed. Maar met een opvallend open blik en een aanstekelijke, wat tartende glimlach. Een présence waarvan ze handig gebruikmaakt in het spel dat ze goed anderhalf uur met het publiek zal spelen.

Dan worden de vragen intiemer en directer. ‘Wie heeft ooit gestolen? Wie stal iets dat ie nu bij zich heeft, hier in de zaal? Wie ruikt de toeschouwer naast zich? Wie liegt makkelijk? Met hoeveel mensen heb je al geslapen?’ Die vraag hoeft niet luidop beantwoord. Wel de volgende: ‘Wie is nieuwsgierig om dat te weten over iemand die hier in de zaal zit?’ Zes durven de vinger in de lucht houden.

Handen gaan op en neer, er wordt gelachen, her en der ontstaat rebellie: iemand weigert te gaan staan, een andere talmt om te gaan zitten. ‘Wie denkt dat ie over tien jaar nog leeft? Wie over vijfenveertig jaar?’ De meesten vallen neer op hun stoel. ‘Over negentig?’ Je hoort het publiek beseffen: over honderd jaar zijn wij hier allemaal dood. ‘Wat vormt een paar bij de volgende drie items: koe, kip, hooi?’ Je keuze blijkt je aard te verraden. Groepen tekenen zich af, worden gevormd en ontbinden weer. Identiteiten lijken zich te profileren, maar echt vastleggen kun je ze niet: elke toeschouwer ziet van op zijn plaats slechts een deel van het publiek. Al suggereert de onderzoekster vooraan op het podium om ook achterom te kijken.

Na de zoveelste vraag weet je niet meer of Kate McIntosh ook zinnen zonder vragen had. Grappige voorstelling, maar is ze ook meer dan grappig? Net dan is het echter ook voor McIntosh tijd voor een andere (in)greep op het publiek. Haar hele enscenering is minutieus uitgewerkt en al loopt ze vlot over de scène te kletsen, niets is aan improvisatie overgelaten. Niet de vragen, niet de interactie met de toeschouwers. Zelfs niet het lachje bij de plots scherpe reflectie: ‘You look like birds, sitting there quietly, waiting for something to happen.’ Het is natuurlijk omdat ze zelf de zaal perfect zo orkestreerde dat ze tot die vaststelling kon komen.

Of moeten we veeleer spreken van manipuleren? In Du musst dein Leben ändern schrijft Peter Sloterdijk dat de kunstenaar de laatste figuur in onze samenleving is met een vanzelfsprekende autoriteit. McIntosh buit dat idee alvast meesterlijk uit. Al wil ze het publiek er allerminst in luizen. Je kunt altijd weigeren om het spel mee te spelen, meent ze. Wat ook vaak gebeurt tijdens de performance. Enkele jaren geleden volgde McIntosh een masteropleiding aan de Academy of Arts in Londen. Haar doel als studente was te achterhalen hoe sterk je een publiek kan orkestreren zonder afbreuk te doen aan het ‘theatercontract’ – de ‘afspraken’ tussen speler en toeschouwer waarop een theaterervaring steunt. Haar eindproject werd de installatie Worktable, waarin ze het publiek laat experimenteren met huishoudelijk gereedschap en ze hun passiviteit uittest. In All Ears zet ze dat onderzoek verder: op een testpubliek probeerde ze daartoe vooraf elke mogelijke situatie uit. Als een echte wetenschapster.

Halverwege de voorstelling trekt de performer/onderzoekster conclusies: over de mentale groepsprocessen, over het collectief denken en de brute opsplitsingen (tussen wie graag antwoordt en wie het haat, tussen leugenaars en waarheidszweerders, rebellen en gehoorzamen, rijken en armen). Ze gaat voor het publiek staan als voor een koor of orkest en laat het geluiden produceren. Gedwee doen de toeschouwers wat McIntosh hun vraagt: knippen met de vingers, wrijven, slaan, stampen op de grond. Zacht, luider, hard, weer zacht. In canon. Ook wanneer ze het publiek ten slotte even alleen laat, is het met duidelijke richtlijnen: voor een nauwkeurig in scène gezette chaos dit keer, versterkt met wel tien microfoons. Het publiek gaat gewillig door het lint.

Als ze terug opkomt in een kostuum dat glitter mixt met een outfit voor veldonderzoek, wordt de zaal muisstil: de pluizen microfoon voor haar suggereert een opname. Als dan ook nog het licht uitgaat en absoluut niks meer te onderscheiden valt, dringt het besef door: groepen, teams, individuen, elke notie van identiteit – ze bestaan enkel bij gratie van onderscheid, auditief of visueel. In het pikkedonker valt er niks meer te onderscheiden, in doodse stilte rijzen geen tegengestelden op en verdwijnt elke eigenheid. McIntosh laat het publiek die fundamentele waarheid lijfelijk ervaren. Simpelweg. ‘In het theater voel je jezelf niet als een gemeenschap, als een groep. En toch ben je samen, en verschil je allicht minder van elkaar dan op vele andere plekken’, zal ze later toelichten in de nabespreking. ‘I can talk you together’, verzekert ze nog. En: ‘Misschien kunnen we dat buiten, in de echte wereld, ook wel doen. Misschien ook kunnen we evengoed samenleven met al die verschillen.’ In de performance zelf had McIntosh die bevlogen ideeën woordeloos mee weten te geven in een onverwacht poëtisch einde. Proefondervindelijk heet dat dan.

Gezien op 24 oktober 2013 in de Kaaistudio’s. De voorstelling toert nog tot maart door Europa. In België is ze te zien op 12 en 13 februari in Vooruit.

www.spinspin.be

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Mia Vaerman