© FC Bergman

Evelyne Coussens

Leestijd 3 — 6 minuten

JR – FC Bergman

Netflixtoneel

“Indrukwekkend’, zegt de man op de rij achter ons wanneer het applaus is uitgestorven. “Echt een belevenis”, knikt zijn gezelschap. Ze hebben gelijk. De voorstelling JR van FC Bergman beloofde het theaterevenement van het jaar te worden en maakte die belofte waar. Maar of dat genoeg is? Wij zouden zeggen: het is te weinig.

FC Bergman denkt groots, dat weten we al langer dan vandaag. Dat heeft voor het gezelschap rond Stef Aerts en Marie Vinck niet alleen te maken met de financiële mogelijkheden die broodheer Toneelhuis biedt, maar vooral met de eigen verbeelding. Al van bij hun eerste, op eigen kracht gemaakte creaties neigen de Bergmannen naar het technisch en productioneel onmogelijke, precies omdat ze het over dat onmogelijke willen hebben: de strijd van de kleine, kwetsbare mens tegen de krachten die hem overstijgen. Misschien zal die strijd nooit mooier gevat worden dan in een beeld uit het vroege Wandelen op de Champs-Elysées… (2009): Stef Aerts die vastgehaakt aan een wankel gebricoleerde windmolen letterlijk vliegt, en zo, voor even, de zwaartekracht verslaat.

De eenzame strijd tussen de mens en zijn lot staat tien jaar en een terechte professionalisering van het gezelschap later nog steeds centraal, ook in JR, gebaseerd op de gelijknamige cultroman van William Gaddis (1922-1998). Gaddis fileert de Amerikaanse samenleving medio de jaren 1970 – greed is good – waarin het kapitalisme de humuslaag vormt voor de hebzucht, onmacht, lust en rancune van zijn spartelende personages. In die wereld van beursmagnaten, traders en familie-empires verschijnt een elfjarige jongen die het beursspel consequenter en radicaler speelt dan wie dan ook, en zo het systeem aan het wankelen brengt. JR is een fantoom, een allegorisch personage, niet meer dan de motor voor de neergang van de mensen van vlees en bloed die hem omringen. De ultieme ontregeling schuilt in zijn moraalloze kinderspel: “Alles maak jij kapot.”

Gaddis’ roman is een verknoping van zakelijke, familiale, relationele, politieke en imperialistische subplots die bij FC Bergman allemaal hun plaats krijgen in ‘the building’, een enorme constructie van vier verdiepingen hoog, waarrond het publiek aan vier zijden op tribunes zit. Op elke verdieping spelen zich gelijktijdig verschillende verhalen af: sommige kan je rechtstreeks volgen via de acteurs, andere, die zich aan een andere zijde afspelen, worden door camera-Bergmannen Joé Agemans en Thomas Verstraeten gefilmd en live geprojecteerd op de gesloten blinden van de verdiepingen. Er gebeurt veel tegelijk, op vele niveaus, en dat zowel ruimtelijk als inhoudelijk – het is voor de toeschouwer werken geblazen. Maar wie in hoofdzaak ‘de film’ volgt, krijgt de grote lijnen van de plot mee.

In deze monsterproductie (een samenwerking tussen Toneelhuis, KVS en NTGent) hoeft het niet te verbazen dat een aantal van Vlaanderens beste acteurs te zien zijn.  Een grote en gelaagde rol is weggelegd voor Jan Bijvoet en Stijn Van Opstal als de getormenteerde schrijversvrienden Jack Gibbs en Tom Eigen, maar het is Oscar Van Rompay die als de naïeve componist en JR-vertrouweling Edward Bast de sterkste indruk nalaat. Hij lijkt geen enkele controle te hebben over het systeem waarin JR hem dwingt – de manier waarop hij in de openingsscène zachtjes-gelukkig meezingt met Wagners Das Rheingold verraadt alles over zijn verlangen naar schoonheid, naar betekenis buiten het materiële.

Het is pas wanneer deze Bast, uitgeput en kapot, aan het eind ontsnapt uit ‘the building’ – er wordt slechts heel zelden buiten de torenconstructie gespeeld – en in een prachtige pietà neerzijgt voor een toeschouwerstribune, dat het knagende gemis van voorgaande uren een naam krijgt. We hebben de hele tijd naar een uptempo-film zitten kijken die vooral plot-driven was (kan ook niet anders, met 800 pagina’s te vertellen) maar waar was het lijf? Theater is een medium dat ideeën belichaamt – dat ze door de lijven van de makers trekt, waardoor zij er hun eigen betekenis aan toevoegen. Het is maar in het samenzijn tussen publiek en speler dat die dimensie kan gevoeld worden, dat duidelijk wordt hoe de mensen op scène zich de ideeën van anderen hebben toegeëigend om er hun eigen menselijkheid aan toe te voegen. Wat heeft FC Bergman toegevoegd aan de ideeënrijkdom van Gaddis’ boek?

We voelen het niet, omdat er gewoonweg geen performatieve ruimte is. De overweldigende aanwezigheid van beeld zorgt voor een filmisch realisme – op zijn best hyperrealisme – dat weinig meer vertelt dan wat het vertelt: het verhaal. JR is niet de verbeelding maar de uitbeelding van een boek, op een technisch en productioneel verbluffende manier, en ongetwijfeld met de inzet van enorm veel zorg, liefde en hard werk. Maar het is niet genoeg. Het blijft, zoals iemand zei, als een perfect afgewerkte parketvloer: erg knap vakmanschap, maar is het ook kunst?

Het staat de enorme populariteit van dit soort toneel overigens niet in de weg. We zagen het vorig seizoen nog in Nederland met de theatersoap Borgen van Ola Mafalaani (2016, geselecteerd voor het Theaterfestival), dit seizoen met The Nation van Eric de Vroedt: de ultieme formattering van theater tot een episodisch of filmisch event, waarin geen tijd of ruimte is voor echte intimiteit met de toeschouwer. Entertainend, maar wat ons betreft vervalt daarmee elke reden om uit ons kot te komen. Dit Netflixtoneel kunnen we ook thuis voor het kastje consumeren.

 

Een kortere versie van deze recensie verscheen op 23 maart 2018 in De Morgen.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie