Simon Baetens

Leestijd 6 — 9 minuten

Jong werk op TAZ#2018: Maja Westerveld en Florian Myjer

Florian Myjer en Maja Westerveld hebben op het eerste gezicht veel gemeen. Beide jonge makers staan immers op Theater Aan Zee met een solovoorstelling over hun zoektocht naar hun identiteit als maker, als speler en als mens. Maar ondanks die overeenkomsten, getuigen ‘Oliver’ en ‘Drek’ vooral van een zeer eigen esthetiek en dramaturgie.

Oliver (Florian Myjer)

Florian Myjer studeerde vorig jaar af aan de opleiding performance van Toneelacademie Maastricht. Tijdens zijn studie maakte hij verschillende voorstellingen bij en met Frascati en De Warme Winkel. Ook ‘Oliver’ kwam met die partners tot stand. Myjer gaat erin op zoek naar hoe hij zijn relatie met zijn vader kan vertalen naar een theatrale vorm die hem de complexiteit en spelmogelijkheden biedt om het louter autobiografische te overstijgen.

‘Oliver’ is sober vormgegeven met enkel een pupiter, een schooluniform aan een kleerhanger en twee spots die de doorheen de voorstelling voor een helder, functioneel licht zorgen. In de openingsscène leest Myjer een fictief interview met zichzelf voor uit De Groene Amsterdammer. Daarin blikt hij vanuit de toekomst terug op zijn parcours als theatermaker. Ironisch en niet zonder enig ego zorgt hij er op die manier voor – schatplichtig als hij is aan De Warme Winkel – dat zijn identiteit als kunstenaar wezenlijk onderdeel wordt van de voorstelling. In het interview vertelt hij niet toevallig geïnteresseerd te zijn in het opzetten van maskers en het aannemen van meerdere persoonlijkheden. Daarmee beschrijft hij zowel zijn artistieke praktijk als de dramaturgie van zijn voorstelling. Als speler verhoudt Myjer zich immers vanuit het standpunt van verschillende personages tegenover de vragen die hij als maker heeft over opvoeding, Bildung en de algemene verarming van onze cultuur. Het effect van deze scène is ambigu: Myjer voegt complexiteit toe aan zijn spreekperspectief door een anachronisme in te bouwen en daarmee afstand te nemen van zichzelf. Het interview, dat overigens net als de rest van ‘Oliver’ schitterend geschreven en gespeeld is, neigt tegelijkertijd naar ironie die het kijken van het publiek naar de rest van de voorstelling kleurt. Doorheen het stuk balanceert Myjer dan ook tussen oprechtheid en tongue-in-cheek statements. Beide vormen werken elkaar helaas niet altijd in de hand. De doorleefde stelligheid waarmee Myjer sommige uitspraken doet, contrasteert zodanig met de knipogen van andere momenten dat de twee elkaar opheffen en ons het raden geven naar wat zijn standpunt nu eigenlijk is.

Wanneer Myjer opnieuw vanuit de toekomst de vader speelt van zijn fictieve zoon Oliver, fulmineert zijn personage tegen hedendaagse opvoedingsnormen vanuit een frustratie over zijn eigen jeugd. Hij wil voor zijn kind geen lelijk plastic speelgoed dat in China wordt gemaakt maar een mooi houten poppenhuis, geen moeder die op je zit te wachten na school om te vragen hoe je dag was maar een moeder die carrière maakt. Daarnaast mag een vader niet als een vriend voor je zijn maar moet je naar hem opkijken en zelfs ontzag voor hem hebben. De tirade eindigt bij de conclusie dat alle jongeren vandaag als een gevolg van hun opvoeding ‘een beetje de weg lijken kwijt te zijn, omdat er niks meer is’. De babyboomers zijn de mist in gegaan, de millennials dragen de gevolgen: het is een these die we al vaker hebben gehoord. Myjer dreigt er dan ook een open deur mee in te trappen. Het is erg hoog gegrepen om als maker een boeiend antwoord te willen formuleren op een probleem dat al door velen besproken is. Het voorstel dat Myjer doet als alternatief voor de culturele kaalslag waar we volgens hem allemaal onder lijden, is een degelijke, strenge opvoeding op een Engelse kostschool. Hij verlangt naar inspirerende docenten, uniformen en het vertalen van oude Griekse teksten. In een even hilarische als pijnlijke scène, waarin hij door middel van Engelse cartoon-stemmetjes Oliver speelt die als nieuwe leerling wordt verkracht door een docent, laat hij ook de fascistoïde kant van dit soort onderwijssysteem zien. Via de Griekse mythe van Zeus die als stier Europa verleidt, mondt het stuk uit in een climax: een geniaal vertolkt moment. Enerzijds problematiseert Myjer hiermee zijn tegenvoorstel en dreigt het daarmee ook onderuit te halen. Anderzijds kan je vermoeden dat Myjer hiermee net wil zeggen dat hij niet gelooft in het doemdenken van onze tijd en bijgevolg ook niet in het zoeken van alternatieven in traditionele waarden. Het feit dat je hier als toeschouwer het raden naar hebt, voelt als een onopgeloste lijn in het samenbrengen van materiaal, die eerder voor ruis dan voor spanning zorgt.

In de slotscène vertelt het personage Oliver over zijn vader als de geniale theatermaker waar hij zo naar opkijkt. Vader Florian speelt Thomas Mann in een voorstelling over diens leven en zegt daarin tegen Mann’s zoon Klaus dat hij van hem houdt nadat Klaus vraagt of zijn vader hem haat. Daarmee lijkt cirkel rond. Via Thomas en Klaus Mann besluit Myjer dat vader Florian zoon Oliver de best mogelijke opvoeding geniet. De verkrachtingsscène, de vaak ironische toon van het interview en de tirade doen echter vermoeden dat Myjer zelf hier anders over denkt. Wil hij misschien zeggen dat zijn eigen band met zijn vader complex is en dat hij niet eenduidig kan zeggen hoe zijn vader het anders had moeten doen? Dat Myjer al deze rollen, die allemaal een ander deel van zichzelf belichten, goed speelt, staat alleszins buiten kijf. Dat het onderhoudend, intelligent en humoristisch theater oplevert, ook. Wat de slotconclusie betreft, blijft het echter een beetje tasten in het duister. Wellicht had Myjers vertelling nog een laatste stap kunnen gebruiken die de aha-erlebnis die hij zelf lijkt te ervaren ook bij het publiek doet plaatsvinden.

Drek (Maja Westerveld)

Jonge maker Maja Westerveld studeerde toneelschrijven en regie en is sinds 2017 verbonden aan de artistieke kern van Abattoir Fermé. Daar schreef en maakte ze haar eerste solovoorstelling ‘Drek’ over identiteit, naïviteit en de absurditeit van het bestaan.

In ‘Drek’ is de wereld vormgegeven als een telefooncel in een stukje woestijn: dit decor vormt letterlijk Westervelds speeltuin. Haar personage is een vrouw die haar zaakjes heel goed op orde lijkt te hebben. Zo beschikt ze bijvoorbeeld over een handige app die koffie en ontbijt klaarmaakt en werkt ze bovendien aan een document waarin ze ‘alles over alles’ schrijft. Maar het gaat al snel mis. De app zorgt voor een zachtjes gezegde rampzalige ochtend (denk: drijvend meubilair en gordijnen die vuur vatten). Als ze ‘s avonds na een meer dan bewogen dag eindelijk thuiskomt – ze probeert heel de dag tevergeefs om haar document af te leveren – ziet ze zichzelf aan de keukentafel zitten. Er lijkt sprake te zijn van een wel zeer vergaande vorm van identity theft: een andere vrouw, die als twee druppels water op haar lijkt, heeft haar leven overgenomen. Tot grote frustratie van het ‘echte’ hoofdpersonage is haar dubbelganger ook nog net iets knapper dan zij. Wat volgt is een queeste van een vrouw die niet meer lijkt te bestaan maar wel nog van alles meemaakt en die zoekt naar manieren doen om haar leven terug in eigen handen te krijgen. Westervelds personage belandt uiteindelijk, na vele gedachtenkronkels, lichtwissels, popliedjes en omzwervingen in Australië. Daar moet ze een reeks Sisyphus-achtige tests doorstaan en verandert ze zelfs in een struisvogel en vliegt ze weg – tot ze beseft dat struisvogels niet kunnen vliegen. Volgt u nog? Wij wel. Westerveld heeft haar ingewikkelde tekst immers perfect in de hand en weet zelfs het vreemdste zijspoor weer naar de rode draad te laten leiden.

Als auteur laat deze jonge maker onze wereld in sneltempo over het toneel razen in een virtuoze monoloog. Westerveld lijkt verloren te lopen in de vele opties die deze tijd ons biedt. Daarbij is ze op zoek naar wat het betekent om een goed mens te zijn. Opvallend is dat ze waarden lijkt voor te spiegelen die het neoliberalisme representeren: leg je nooit neer bij het idee dat je een speelbal van het lot bent, hoe onwaarschijnlijk de dingen die je overkomen ook zijn. Je kan altijd zelf je situatie veranderen, als je maar hard genoeg presteert kom je er uiteindelijk wel. Het leven hier op aarde is in ‘Drek’ slechts een soort absurde grap ter voorbereiding op het hiernamaals. Hoewel Westerveld bij momenten net die neoliberale levensvisie van zelfontplooiing op de korrel lijkt te willen nemen, bouwt ze haar hele vertelling precies rond dit systeem op. Haar narratief biedt er bovendien geen alternatief voor. Ook in de scènes waarin ze de geschiedenis overloopt door voor te lezen uit haar document (dat overigens bestaat uit zeer spits en grappig geschreven stukjes tekst) lijkt Westerveld te benadrukken: dit is nu eenmaal hoe het leven werkt. Daarbij getuigt ze van een onvoorspelbare en eigenzinnige verbeelding die vol zit met slimme referenties en veel humor. Westerveld gaat de spelmogelijkheden die haar tekst biedt voorts stuk voor stuk aan met een indrukwekkende energie. Tegelijkertijd komt ze telkens weer uit bij de weinig opbeurende en zelfs nihilistische conclusie dat wat we als mens doen eigenlijk geen zin heeft. In ‘Drek’ toont Westerveld zich op alle vlakken als een grote belofte. Wel is het zo dat zowel de vertelling, de vormgeving als de spelkeuzes van ‘Drek’ perfect kaderen in de Abattoir-traditie: gekleurde spots en rookmachines, over-the-top personages, met schmink besmeurde gezichten en vooral ook de fascinatie voor de rafelranden van het leven. De vraag is of Westerveld zich hier in de toekomst van wil onderscheiden en een eigen artistieke signatuur wil ontwikkelen of dat ze precies in deze stijl net haar roeping denkt te hebben gevonden.

In zowel ‘Drek’ van Maja Westerveld als ‘Oliver’ van Florian Myjer staan identiteit en de vormgeving van het eigen leven centraal. De strategieën die beide makers/spelers gebruiken om dit theatraal vorm te geven, getuigen echter gelukkig van een grillige eigenheid. Beiden laten ze zich zien als getrainde, onvoorspelbare spelers met eindeloze energie en als makers met een eigenzinnige verbeelding. Beiden zoeken ze actief naar hun stem binnen het theaterlandschap. Met ‘Drek’ en ‘Oliver’ zetten ze daarin alvast waardevolle stappen.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

Simon Baetens

Simon Baetens is masterstudent Drama op KASK School Of Arts en is lid van de Grote Redactie van Etcetera.

recensie