Interieur van Covent Garden Theatre tijdens het eerste brandalarm tijdens een gemaskerd bal. © E. Pugh (kunstenaar), James Fittler (graveur), via Wikimedia Commons

Is het muziektheater de toekomst van de opera?

Tijd voor een revolutie? Een statement over de toekomst van opera.

Operahuizen staan alsmaar meer onder druk. Hun relevantie in de huidige maatschappij wordt in vraag gesteld en ook op artistiek vlak zijn er veel spanningen tussen aanhangers van een behoudsgezind parcours en voorstanders van vernieuwing. Hoe kan opera zijn betekenis behouden en weer een centrale positie innemen in de samenleving? Krystian Lada, jarenlang verbonden aan de Koninklijke Muntschouwburg, en Guy Coolen van Muziektheater Transparant delen hun visie over de toekomst van opera.

Het alternatieve muziektheaterveld in Vlaanderen ontstond eind jaren 1980 als reactie op het starre, geïnstitutionaliseerde model van de opera. Het brak met klassieke manieren van componeren, de vastgeroeste werkverhoudingen in de sector, de dwang van het ijzeren repertoire, de verbeeldingsprincipes van het traditionele dramatische teksttheater enzovoort. De kleinschaligheid waarmee de aanduiding ‘muziektheater’ zich doorgaans onderscheidt van de grootschalige ‘opera’, hielp daarbij. In tegenstelling tot de opera, waar producties jaren van tevoren worden gepland, konden muziektheatergezelschappen vlotter inspelen op de maatschappelijke actualiteit en de artistieke noodzaken van hun auteurs, componisten en regisseurs.

Ondertussen groeide de schaal en de afgelopen vijftien jaar begonnen de Vlaamse muziektheaters en de operahuizen regelmatiger samen te werken. Die alliantie zal in de toekomst nog sterker worden, ondanks de tegenstand van een harde kern die vindt dat opera ‘opera’ moet blijven. Daar heerst een terechte angst omtrent het toekomstige publiek, subsidies en privédonatie, maar juist daarom moet die openheid worden bepleit. Het operahuis moet voor iedereen toegankelijk zijn en ook openstaan voor avontuurlijker soorten muziektheater en niet-westerse opera.

Opera kan nog meer artistieke vrijdenkers en experimenteerdrang gebruiken. Op het vlak van enscenering zijn er de laatste jaren veel interessante ontwikkelingen geweest, maar het repertoire zelf blijft meestal heilig. Hoewel we binnen het theater al lang de dramaturgie naar onze hand kunnen zetten, blijft dat binnen de operawereld een heikele kwestie. Veel opera’s uit het repertoire zijn, ondanks de sterke muzikale kwaliteit, dramaturgisch zwak. Toch durven slechts enkele regisseurs en componisten het aan om operarepertoirestukken aan te pakken: Johan Simons en Paul Koek monteerden aria’s uit verschillende opera’s van Verdi tot het indrukwekkende Sentimenti, componist Wim Henderickx gooide in Een totale Entführung de hele structuur van Mozarts opera om en componist Annelies Van Parys voegde onlangs een eigen compositie toe aan de liedcyclus Dagboek van een verdwenene van Leoš Janáček. Het wordt dan ook een grote uitdaging om het genre meer zo te benaderen, naast de traditionele uitvoeringen.

Steeds meer componisten wagen zich daarnaast aan de creatie van nieuwe, eigenzinnige opera’s. Zij verwerken hierin allerhande andere, recentere vormen van muziek en zien in de multidisciplinariteit van de opera heel wat mogelijkheden voor experiment. Eenentwintigste-eeuwse opera vraagt daarom een geheel nieuw spectrum van werkmodellen. Vroeger werd een opdracht aan een librettist gegeven, die daar vervolgens op eigen houtje mee aan de slag ging. Daarna ging het libretto naar de componist. Waarna de regisseur kwam, die de enscenering verzorgde.

“Veel opera’s uit het repertoire zijn dramaturgisch zwak. Toch durven slechts enkele regisseurs en componisten het aan om operarepertoirestukken aan te pakken.”

Binnen het alternatieve muziektheater wordt doorgaans vanaf het begin in team gewerkt. Er bestaat bovendien een grotere vrijheid om op maat van elke productie te zien welke werkverhoudingen en methodologieën precies nodig zijn. Ondertussen is deze manier van werken gelukkig ook binnen de operawereld steeds gangbaarder geworden.

Tijdens een recente bijeenkomst in het bekende Londense operahuis Covent Garden werd beweerd dat er over vijftig jaar nog maar een tiental grote operahuizen in Europa zullen bestaan die zich alleen op het standaardrepertoire concentreren. Het aantal klassiekers waar die grote huizen mee kunnen worden gevuld, werd ooit geschat op honderd stukken, maar volgens de directeur van Covent Garden bestaan er nu nog slechts tien werken die voor volle zalen kunnen zorgen. De rest van de bestaande operahuizen zal zich radicaal moeten afkeren van de business as usual en zich veel meer moeten openstellen. Naast een beperkt aanbod uit het repertoire, zullen ze ook gastproducties moeten programmeren en bovenal sterker moeten inzetten op maatschappelijk engagement. Doorgaans is een operahuis de grootste culturele instelling in een stad en de overheden zullen de huizen dan ook verplichten die rol op te nemen en uit hun vertrouwde cocon te komen. Dat is nu al duidelijk in België, waar Opera Ballet Vlaanderen sinds de laatste subsidieronde heel wat extra opdrachten heeft gekregen.

“Het alternatieve muziektheater zal de opera niet overnemen, maar het arsenaal aan ervaring dat daar is opgebouwd met nieuwe werkmodellen, kunstpraktijken en muzikale idiomen, zal de operahuizen wel grondig veranderen.”

In de zoektocht naar het opengooien van het genre en het stimuleren van gedurfde keuzes, zullen naast de operahuizen vooral de festivals een grote rol blijven spelen. Festivals gaan vaak anders om met het medium opera. Ze zijn meestal niet zo gebonden aan de restricties van traditionele operahuizen en zijn zodoende makkelijker in staat om allerlei vormschakeringen tussen opera en alternatief muziektheater te laten zien. Ze fungeren als echte bruggenbouwers. Dat geldt niet alleen voor specifieke operafestivals als Operadagen Rotterdam, Opera 21 of de Ruhrtriennale, maar zo zie je bijvoorbeeld op de Zomer van Antwerpen of Theater aan Zee dat die fascinatie voor producties met de menselijke operastem en het genre opera wel degelijk bij het grotere publiek bestaat.

Het alternatieve muziektheater zal de opera niet overnemen, maar het arsenaal aan ervaring dat daar is opgebouwd met nieuwe werkmodellen, kunstpraktijken en muzikale idiomen, zal de operahuizen wel grondig veranderen. Grootschalige opera hoeft niet te verdwijnen en het zou zelfs heel jammer zijn als dat zou gebeuren, want de totaalervaring die een toeschouwer bij een geslaagde operaopvoering meemaakt, is uniek als beleving. In het ideale geval krijgt het operahuis met zijn vele mogelijke facetten, waaronder het muziektheater, terug een centrale plek in het kunstenlandschap. En misschien verandert de term ‘operahuis’ wel in ‘muziektheaterhuis’, waar opera en meer experimentele vormen van muziektheater broederlijk naast elkaar kunnen staan. Dat is de gedroomde toekomst.

statement
Leestijd 4 — 7 minuten

Guy Coolen i.s.m. Pieter Verstraete

Guy Coolen is algemeen en artistiek directeur bij Muziektheater Transparant en artistiek leider van Operadagen Rotterdam. Hij is voorzitter van het Music Theatre Committee van ITI en cureert vanaf 2018 in Shanghai een nieuw muziektheaterfestival.