‘Rare Birds’ © Slimane Brahimi

Bauke Lievens

Leestijd 8 — 11 minuten

Het mensbeeld van de acrobaat

Het kleine oeuvre van het Franse circusgezelschap Cie Un loup pour l’homme

Etcetera vroeg circusdramaturge Bauke Lievens om een portret te schrijven van het Franse circusgezelschap Cie Un loup pour l’homme. Bauke was als dramaturge betrokken bij twee creaties van het gezelschap: Face Nord (2011) en Rare Birds (2017).

Acrobaten Alexandre Fray (FR) en Frédéric Arsenault (CAN) ontmoeten elkaar in 2004 in de schoot van Cie Hendrick van der Zee (HVDZ), het Franse gezelschap van en rond theatermaker Guy Alloucherie. Een jaar later richten ze hun eigen circusgezelschap op onder de naam Cie Un loup pour l’homme, refererend aan het gezegde dat de mens, au nal, steeds een wolf is voor zijn medemens. In 2007 maken ze Appris par Corps, een adembenemend duet over broederschap, blind vertrouwen en wederzijdse afhankelijkheid waarmee ze ruim zeven jaar toeren.
Een jaar later werkt het duo als performers in Warm (2008) van de Franse choreograaf David Bobée, een voorstelling met tekst van Ronan Chéneau. Op de scène van Warm staan twee muren met rijen pars (lampen) 
en een spiegelende achterwand. Na 10 minuten is het
 er ruim 40°C. In die warmte vechten de jongens met de aartsvijand van elke circusartiest: zweet. Het resultaat 
is een homo-erotisch portret van twee glibberende en gespierde lijven, omkaderd door een suggestieve tekst waarin een actrice de fantasieën van Chéneau vertolkt. Fray en Arsenault verlaten de tournee van Warm vrij snel en worden vervangen door twee andere acrobaten.

In 2011 volgt hun tweede creatie Face Nord, een bokskwartet voor vier mannelijke acrobaten. De première wordt opnieuw gevolgd door een stevige tournee, die tot op vandaag voortduurt. In 2016 valt het acrobatische en artistieke duo uiteen en gaat Arsenault zijn eigen weg. Sindsdien bestaat Cie Un loup pour l’homme uit een hele ploeg mannen én vrouwen met porteur – de drager in een acroduo – Alexandre Fray als artistiek leider. In 2017 tekent hij met deze ploeg voor Rare Birds, de eerste tentvoorstelling van het gezelschap in een eindregie van Floor van Leeuwen (Schwalbe, NL).

Onzichtbare tegenstander

Het werk van Cie Un loup pour l’homme kadert binnen een bredere, zij het vrij onsamenhangende (westerse) tendens van ‘arm’ circus. Zoals in het werk van Acrobat (AUS) en Ivan Mosjoukine (FR) wordt het circus er gestript tot zijn ‘essentie’. In het geval van voorgenoemden blijft het exhibitionisme van de circusnummerstructuur over (een focus op spektakel door middel van een structuur van opeenvolgende acts), bij Cie Un loup pour l’homme is dat de circustechniek zelf. Zo knipt het duo in Appris par Corps alle franjes weg die de partneracrobatie als circustechniek omringen (muziek, lichtshow, decoratieve bewegingen). In die relatieve leegte gaan ze op zoek naar de menselijke relaties die reeds verscholen liggen in de circusdiscipline zelf. Wat overblijft zijn twee jonge mannenlichamen in trainingspak en sportschoenen die met elkaar strijden in een witte cirkelvormige arena; ze lijken zich te oefenen in wederzijds (blind) vertrouwen. Ze proberen de afstand die hen scheidt zo klein mogelijk te maken om samen een onzichtbare tegenstander te verslaan.

“Het werk van Cie Un loup pour l’homme kadert binnen een bredere tendens van ‘arm’ circus, dat wordt gestript tot zijn ‘essentie’.”

In een persoonlijk gesprek in 2010 vertelt Alexandre Fray: ‘Voor Appris par Corps zijn we vertrokken van wat we kennen: onze techniek en de menselijke relatie die daaruit ontstaat. Ook sport is een grote inspiratiebron, en dan vooral als plek van tragiek: er is altijd iemand die de wedstrijd verliest. Een beetje zoals de Griekse tragedie, waar de held een strijd voert met zijn lot. Of zoals de leeuwentemmer in het circus. Die notie van strijd is essentieel (…), niet in de zin van concurrentie, maar wel in hoe we kunnen samenwerken om de strijd tegen de natuurwetten niet te verliezen.’ Zo beschouwd is circus niet de glorificatie van de solo-overwinning van een superheld op zijn omgeving. De acrobaat is volgens Cie Un loup pour l’homme veeleer een tragische held. Iemand die, samen met iemand anders, probeert om een doel te bereiken dat zichzelf constant verplaatst.

‘Appris par corps’ © Riccardo Musacchio & Flavio Ianniello

Het enige wat deze acrobaten (kunnen) doen, is proberen om niet te verliezen. Circus wordt zo één grote ode aan de vergeefs pogende mens. Bijgevolg bestaat er voor hen niet zoiets als evenwicht, datgene waarnaar de meeste klassieke en ‘statische’ figuren uit de partneracrobatie zoeken. Voor Fray is er enkel een momentane opheffing van de staat van onevenwicht. Het onderzoek van het gezelschap richt zich dus niet op het leren beheersen van reeds bestaande figuren, maar eerder op het deconstrueren van partneracrobatie en het trachten te ‘reveleren’ van de menselijke relaties die daarin besloten liggen.

Centraal staat het onderzoek naar de onderliggende basisprincipes van partnering, zoals het geven van tegengewicht aan het lichaam van de ander (le contre-poids), de fluctuerende machtsverhouding tussen een actief en een passief lichaam (le mou) en stepping on the body. Of anders gezegd: de deconstructie van de acrobatische figuur is eigenlijk een soort archeologische beweging die de menselijke relaties blootlegt of ‘opgraaft’ die inherent vervat zitten in de gekozen circustechniek. Deze manier van trainen en onderzoeken is vrij uniek in een veld dat nog steeds hoofdzakelijk focust op de beheersing van een reeds bestaand technisch repertoire.

De regels van het spel

Het resultaat van dat artistieke onderzoek is een uitgepuurde bewegingstaal die verankerd is in de praktijk
 van het ‘circus doen’. Zo staat ‘circus maken’ bij Cie Un loup pour l’homme nagenoeg gelijk met ‘circus doen’. Het artistieke onderzoek is geworteld in zelfontwikkelde manieren van trainen, en rond die training wordt vervolgens een bepaald kader getrokken. Dat is wat de toeschouwer te zien krijgt, niet meer en niet minder. De fysieke taal van Cie Un loup pour l’homme herinnert
 aan die van de (vecht)sport en is steeds opgebouwd aan de hand van een aantal eenvoudige spelregels. Fray, in een vorig leven judoka, legt uit: ‘We proberen steeds
 om spelregels te schrijven die onze techniek moeilijker maken. Het is fascinerend om te zien hoe die zelfgekozen beperkingen ervoor zorgen dat de techniek plots betekenis krijgt, zoals Fred die geblinddoekt is en dus op mij moet vertrouwen om niet te vallen. Zo vertellen onze lichamen plots iets universeel menselijks.’

Wat de regels van het spel juist zijn, blijft meestal verborgen voor een publiek. Ze zorgen er wel voor dat er iets op het spel komt te staan. Zo gaat het ook in het kleine zijproject van de ‘grand-mères’, een sociaal-artistieke zijsprong waarin Fray een paar dagen op rij verblijft in een rusthuis, waar hij ‘traint’ met bejaarde vrouwen. Hij draagt hen en laat hen balanceren op zijn knie. Samen doen ze evenwichtsoefeningen, die vaak ook oefeningen in loslaten blijken te zijn. Aan het einde van de korte residentie tonen de vrouwen aan een besloten publiek wat ze ontwikkeld hebben.

“Het enige wat de acrobaten doen, is proberen om niet te verliezen. Circus wordt zo één grote ode aan de vergeefs pogende mens.”

Met Face Nord (2011), een boksmatch voor vier mannelijke lijven op een spelvierkant van groene tatami’s, gaat Cie Un loup pour l’homme dieper in op die zoektocht naar een specifieke manier om circusvoorstellingen te ‘schrijven’. Ecriture circassienne heet dat in het Frans.Terwijl de structuur van Appris par Corps duidelijk nog die van een vertelling is, bestaande uit een raamwerk van verschillende scènes, verdwijnt die narratieve lijn grotendeels uit het latere werk. Het resultaat van dat ‘schrijven’ met spelregels is een open partituur met veel ruimte voor improvisatie en spelplezier. In 2011 geeft 
het gezelschap een klein boekje uit waarin de spelregels van Face Nord beschreven staan, suggererend dat je
de voorstelling kunt naspelen als je de spelregels volgt. Voorts herneemt Face Nord een aantal motieven uit het debuut, zoals de blinddoek, het jongensachtige spelplezier en de menselijke verhoudingen die reeds verscholen liggen in een krachtige fysieke intimiteit.

‘Face Nord’ © Vincent Muteau

De deconstructie van Appris par Corps heeft echter plaatsgemaakt voor een volgende stap: die van het samen bouwen. Gefascineerd door architecturale vormen en de bijbehorende fysische principes van zwaartekracht en druk, maken de vier lijven bruggen, waaiers en torens. Toch zijn het steeds onaffe vormen, en gaat de meeste aandacht naar het bouwen zelf, in plaats van naar het resultaat van hun gedeelde inspanningen.

Le jeu d’acteur

Deze manier van werken is ook deels een antwoord op een andere, terugkerende vraag in het onderzoek van Cie Un loup pour l’homme: die van het innerlijke leven van de acteur. Fray: “Voor mij is het belangrijk om ‘circus’ te maken, wat vooral betekent dat je ‘doet’ en ‘gezien wordt’ en niet dat je toont of doet alsof. Wij zoeken constant naar het echte, naar de reële actie en niet naar een personage of een verhaal. Ik ben heel sterk beïnvloed door wat Grotowski, Artaud en Brook geschreven hebben over het theater en de aanwezigheid van de acteur. Een circusartiest vóór zijn publiek, dat is en blijft de essentie van wat wij doen.”

“De deconstructie van Appris
 par Corps heeft in Face Nord plaatsgemaakt voor een volgende stap: die van het samen bouwen.”

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het gezelschap met Rare Birds (2017) explicieter inzet op het onderzoek van de verantwoordelijkheid van de performer. Floor van Leeuwen, die tekende voor de eindregie van de voorstelling, zet sterk in op het ‘doen van een actie in het hier en nu’. Zo wordt elke avond waarop de voorstelling gespeeld wordt eigenlijk een kleine ‘creatie’ of première, want de performer bouwt elke keer opnieuw een specifieke relatie op met zijn of haar materiaal. Ook deze eerder technisch-ambachtelijke lijn wordt, net zoals dat gebeurt met de circustechniek van de hand-op-handacrobatie, inhoudelijk gemaakt. Zo zoekt Rare Birds naar hoe circustechniek gepresenteerd kan worden als één lang, collectief proces: een cirkelvormige evolutie van liggen, op elkaars lichaam stappen, haasje-over springen, rennen, over en op elkaar klimmen, een colonne à deux (een toren waarin de vlieger op de drager staat, een basisfiguur van klassieke partneracro), springen met momentum en bounce, om uiteindelijk terug op de grond te eindigen in een einde dat een nieuw begin is, doordat iemand anders op je lichaam komt stappen. Ook hier is hand-op-handacrobatie (of wat daar nog van overblijft) de drager van een hele waaier aan verhoudingen tussen mensen.

‘Face Nord’ © Milan Szypura

De strijd van Appris par Corps en Face Nord heeft echter plaatsgemaakt voor de zoektocht naar een fysiek en menselijk meer duurzame manier van ‘circus doen’. De acrobaat, die in het werk van Cie Un loup pour l’homme steeds de belichaming is van een specifiek mensbeeld, is hier niet langer verwikkeld in een tragisch gevecht met de ander en met zijn omgeving. In de plaats daarvan verschijnt een mens die enkel bestaat bij de gratie van zijn of haar positie in een netwerk van actoren. Terwijl Face Nord vierkant, mineraal en hoekig was, een winterse beklimming over de noordzijde van een berg, is Rare Birds rond, evolutief en speels.

Het onderzoeksproces van de voorstelling werd 
ook sterk beïnvloed door ideeën uit de ecologie en de biologie. Maar Rare Birds is ook een experiment in sociale duurzaamheid: alle leden van het gezelschap wonen in caravans, en de voorstelling speelt in een zelf gekochte
 én zelf opgebouwde circustent. Het publiek komt dus letterlijk ‘op bezoek’ bij het gezelschap thuis en installeert zich in cirkelvorm, wat van oudsher een bepaald gevoel van gemeenschappelijkheid creëert. Die gemeenschap ligt ook bij de acrobaten zelf: hun blikken wijzen op een groot vertrouwen, een gedeelde verantwoordelijkheidszin en een sterk verbindend arbeidsethos.

Rare Birds is een experiment
in sociale duurzaamheid: alle leden van het gezelschap wonen in caravans en de voorstelling
speelt in een zelf gekochte én
zelf opgebouwde circustent.”

Grote erfenis van een klein oeuvre

Het kleine oeuvre van Cie Un loup pour l’homme heeft de circuswereld de voorbije tien jaar stevig beïnvloed. Niet zelden zien we bewegingsmateriaal dat door
 het gezelschap werd ontwikkeld opduiken in andere circusvoorstellingen. Sommigen gaan daar best ver in. Een voorstelling als Post (2011) van Cirque Bang Bang herneemt letterlijk een aantal iconische elementen uit Appris par Corps: trainingspakken als kostuum, het blinddoeken van de ander, een spel van gewicht en tegengewicht door aan elkaars kleren te hangen,
de witte dansvloer.

Maar de aanpak van Cie Un loup pour l’homme
 heeft toch vooral sporen nagelaten in de manier waarop (Franse) hand-op-handduo’s vandaag hun techniek ‘schrijven’ en ensceneren: op zoek naar de confrontatie met een zelfgekozen regel en weg van de kleffe theatraliteit. Dat leentjebuur spelen bij de performancekunst kadert op zijn beurt binnen een bredere evolutie waarin het circus, na een periode van schreeuwerige multidisciplinariteit in het nouveau cirque (eind jaren 1970 in Frankrijk), sinds een tiental jaar op zoek lijkt naar wat het nu juist tot circus maakt. Het herinnert aan een citaat van Sidi Larbi Cherkaoui dat vaak opdook tijdens de creatie van Face Nord in 2010: ‘Il faut apprendre à ne pas construire autour du vide, mais à l’intérieur de cet espace.11Cherkaoui, S.L. (2006). Pèlerinage sur soi. Arles: Actes Sud.

artikel
Leestijd 8 — 11 minuten

Bauke Lievens

Bauke Lievens werkt als dramaturge voor diverse circus-, dans- en theatergezelschappen. Sinds 2015 maakt ze ook eigen werk. Bauke is als docent en onderzoeker verbonden aan de dramaopleiding van KASK School of Arts (Gent).

artikel