Hannah De Meyer – Vast glowing empty page

Rouwen tussen pose en poëzie

Hannah De Meyer studeerde in 2015 af als performer aan de Toneelacademie van Maastricht, en zat sindsdien niet stil. Nadat ze met haar geprezen afstudeerproject Solace de ARTES-Jong Theaterschrijfprijs in de wacht sleepte, creëerde ze in samenwerking met Frascati en Jesse Vandamme ÜBERDRAMATIK, een kwetsbare ode aan de leegte die ons overvalt, wanneer de dood plots het leven infiltreertOf ook wel: “een multidisciplinaire soiree van de slapeloosheid.” Eenzelfde aandacht voor verlies ontvouwt zich in haar voorstelling Vast glowing empty page, zij het in een volledig ander jasje. Ditmaal geen ritualistische performance, maar een intiem en gestileerd familiedrama – verbeeld door Luca Szymkowiak en Daan Couzijn.

Wanneer we de zaal binnenwandelen, verkeren Szymkowiak en Couzijn reeds in opperste concentratie. Op scène staat een lange houten constructie, die met haar ongelijke afmetingen doet denken aan een eettafel uit evenwicht. Rondom die sobere opstelling bewegen de performers. Beurtelings kijken ze naar elkaar, naar de grond of naar ons. In eerste instantie ogen ze weifelend en schichtig, maar na enkele minuten wordt hun dynamiek zekerder. De Meyer geeft Szymkowiak en Couzijn uitgebreid de tijd om een abstracte en intieme sfeer te creëren, en daagt de toeschouwer uit samen met hen geduld te oefenen. Minutenlang aanschouwen we hoe de performers zich in gestileerde poses verhouden tot de ruimte, tot het decor, tot zichzelf.

Een ogenblik vrees ik dat het hierbij zal blijven – dat Vast glowing empty page zal verzanden in esthetische, maar vrijblijvende bewegingen. Maar dan weerklinkt plots een stem. Vanuit een geluidsbox rolt het narratief de zaal in. We vernemen hoe een familie iedere zomer bijeenkomt op een landgoed, om vervolgens die feestelijke samenkomst af te sluiten met een komische toneelopvoering. Deze zomer is er echter geen plaats voor luchtig plezier. Integendeel, sinds de dood van neefje Lazarus, afgelopen herfst, verwijlt de familie in ongemakkelijke stiltes en gedeeld verdriet. Daarom zal er dit jaar geen hoopvolle klucht, maar een donkere tragedie opgevoerd worden. Wat we vervolgens te horen krijgen, is een momentopname van deze beladen bijeenkomst. Aan de hand van poëtische zinnen loodst een onzichtbare De Meyer ons door dit familiegebeuren – van aankomst, tot opvoering.

De introductie van dit narratief creëert een interessante kentering in de voorstelling, en voorziet de lichamen op scène van taal en betekenis. Plots worden we uitgedaagd om de abstracte houdingen van Szymkowiak en Couzijn te lezen als concrete uitingen van een complex en intens familieverdriet. En hoewel De Meyer deze ‘opdracht’ allesbehalve gemakkelijk maakt, ontwaar je na verloop van tijd inderdaad een fijnzinnige link tussen beweging en tekst. Op subtiele wijze wordt duidelijk hoe de performers al die tijd gestalte gaven aan het netelige werkwoord ‘rouwen’, variërend van ongemakkelijk kindergeschuifel tot volwassen en verdoken verdriet.

De manier waarop pose en poëzie in Vast glowing empty page met elkaar rijmen, verschilt evenwel van moment tot moment en dat bepaalt in belangrijke mate het gelaagde karakter van de voorstelling. De meest expliciete verhouding tussen beiden treffen we aan in de scène waarin Szymkowiak de gebroken moeder van Lazarus belichaamt, die zich tijdens het familiefeest in een veilige kamer heeft teruggetrokken. Terwijl de woorden “de moeder was gestopt met huilen, en hijgde nu alleen nog maar als een vermoeide hond” weerklinken, zien we hoe ze zich op de houten constructie nestelt en vervolgens als een dolle hond begint te puffen, waarna ze wederom in huilen uitbarst. Het zijn echter niet die grootse tranen die raken, maar wel de wrange manier waarop Szymkowiak na deze scène plots opstaat en zich met een uitgestreken gelaat in een volgende houding plaatst – zich ogenschijnlijk niet bewust van het rauwe verdriet dat ze zojuist verbeeldde.

Vast glowing empty page is dan ook op zijn best wanneer het inzet op de ambigue relatie tussen tekst en lichaamshouding. Wanneer het onduidelijk is of Szymkowiak en Couzijn op scène staan als zichzelf, als verscheurde vader en moeder, dan wel als de metaforische belichaming van een complex verwerkingsproces. Wanneer de toeschouwer zich niet langer kan vastklampen aan hermeneutisch comfort, maar zich gedwongen moet overgeven aan het intieme universum dat De Meyer creëert, en aan de onverhoedse ontroering die daarmee gepaard gaat.

Gezien op 18 september 2016 in DE Studio, Antwerpen – Love at First Sight Festival

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Lieze Roels

Lieze Roels studeerde in 2016 af als master in de theater- en filmwetenschap (UA), en volgt momenteel een avondprogramma Wijsbegeerte (UA). Dit artikel
 is een herwerkte versie van haar masterproef over de dialectische impuls in het utopische theatergebouw van de moderniteit.