Faire le Gilles – Robert Cantarella

Vive Le Schizo  

Ik wil beginnen met een bekentenis die vele ogen zullen doen rollen. De eerste keer dat ik de naam ‘Deleuze’ hoorde vallen in mijn studentenjaren moest ik steevast denken aan Olivier Deleuze: voormalig Brussels Ecolo-boegbeeld getooid met een snor waarmee je in een paar strijken een muur wit kon schilderen. Niet veel later kwam ik er achter dat de man een naamgenoot in Frankrijk had rondlopen die is uitgegroeid tot één van de belangrijkste en meest geciteerde filosofen van de tweede helft van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Vanaf dat moment zag ik niet langer de imposante snor opdoemen telkens de naam ‘Deleuze’ viel. Gilles Deleuze schreef een indrukwekkend oeuvre dat een unieke blik werpt op de fundamentele problemen uit zijn en onze tijd en wist hiermee ontelbare, kunstenaars en hedendaagse denkers te begeesteren.

De Franse schrijver, acteur en regisseur Robert Cantarella gaat al een aantal jaar de baan op met Faire Le Gilles, een re-enactment van een aantal spraakmakende colleges die Deleuze gaf aan de gerenommeerde Université Paris VIII (Vincennes). Op een bijna obsessieve manier geeft Cantarella gestalte én stem aan de figuur en het denken van de Franse filosoof. Het theatrale is in de re-enactment gereduceerd tot het minimum. Buiten de mededeling dat wie zijn inschrijvingsformulier nog niet had binnen gebracht in het secretariaat, doet er voor de rest weinig denken aan een duf auditorium waar Deleuze zijn colleges gaf. Cantarella doet het op scene enkel met een stoel en de zichtbaar aanwezige oortjes waarlangs de filosoof hem de tekst influistert. Elk moment waarop Deleuze’s stem stokt, aarzelt of zelfverzekerd klinkt, wordt door de kunstenaar geproduceerd.

Cantarella wil naar eigen zeggen geen exacte kopie van Deleuze op scene brengen. Hij is er eerder op uit om zijn eigen fysieke reactie op de stem van de filosoof te tonen. Zijn lichaam beweegt op het ritme en tempo van het twee uur durende college. Deleuze’s denken stroomt door zijn eigen lichaam en stem. De kunstenaar omschrijft het zelf als Deleuze, une expérience par la voix. De wijze waarop hij de tics en de onrust in Deleuze’s houding weet gestalte te geven zorgt voor een kopie van de Franse filosoof, die schippert tussen vertrouwdheid en bevreemding. Zijn uiteenzetting is een sneltrein die bijna twee uur lang langs concepten, reflecties, inzichten en de vragen van zijn studenten heen raast. De monoloog die Deleuze bijna in trance opvoert, wordt af en toe onderbroken door een vraag uit de collegebanken. Door de erbarmelijke kwaliteit van vele opnames zijn de vragen van de studenten vervaagd tot een onverstaanbare mix van klanken, een ongemak die de acteur die de student re-enact, ook vertolkt. Cantarella/Deleuze knikt goedkeurend, en dient de student vervolgens van een repliek waarmee zijn vraag na twintig minuten nog onbeantwoord blijft.

Net zoals ik had Cantarella nauwelijks een idee van hoe Deleuze er uit zag of hoe hij sprak. Zoals de meesten raakte hij in aanraking met zijn filosofie door te lezen. Maar wie Deleuze wil begrijpen, doet dit volgens Cantarella beter door naar hem te luisteren. Pas door te luisteren wordt het plezier en de intensiteit waarmee de filosoof spreekt duidelijk, maar ook de strijd die hij met de taal voert om zijn ideeën uitgelegd te krijgen. In vergelijking tot zijn collega Michel Foucault weigerde Deleuze resoluut om zijn hoorcolleges te publiceren in boekvorm. Het geschreven woord verschilt fundamenteel van het gesproken woord. Een schriftelijke neerslag van een hoorcollege doet enkel afbreuk aan wat het gesproken woord uniek maakt: de twijfel in de stem, de adempauzes, de passie en de overtuigingskracht. De bevreemdende kopie die Cantarella van Deleuze neerzet doet een publiek voortdurend balanceren tussen de twee personae, tussen heden en verleden. Het opmerkelijke bewijs hiervan was het dozijn toeschouwers dat tijdens de voorstelling duchtig zat te noteren alsof het de filosoof zelf was die vooraan het woord nam. Cantarella’s lichaam als toegangspoort om Deleuze aan het woord te laten tijdens een hoorcollege in de Kaaistudio’s. Faire le Gilles is poging om een beeld te tonen van de man die we kennen van concepten als corps-sans-organes, rhizome of image-mouvement.

Voor Deleuze is een analyse geen interpretatie maar het in kaart brengen van een probleem of een stelling. Die cartografische oefening staat centraal in de re-enactment van het hoorcollege: Anti-Oedipe et autre réflexions, het openingscollege van het nieuwe academiejaar waarin hij terugblikt op het afgelopen academiejaar en zijn samenwerking met psychoanalyticus Felix Guattari. Faire Le Gilles transformeert de toeschouwer tot een student op de Parijse collegebanken en neemt die mee op een filosofische trip langs de psychoanalyse, het fascisme, de literatuur en de antropologie. In zijn college Anti-Oedipe et autre réflexions vat Deleuze samen waar het in zijn denken om gaat. Het gaat er niet om de verborgen betekenissen bloot te leggen of de waarheid te ontmaskeren. Deleuze’s filosofische project is gebouwd rond wat er gebeurt, en de explosie aan intensiteiten waarmee dit gepaard gaat. Een vitalisme dat aanstekelijk werkt en dwingt tot het volgen van de gekke bokkenspringen die Deleuze’s denken – en dat van ons tijdens het luisteren – maakt.

Theater en het theatrale waren van wezenlijk belang in Deleuze’s oeuvre. Hij zag de geschiedenis van de filosofie zelf als een dramatische ontwikkeling van concepten. Filosofie is een voortdurende strijd met, in en door concepten, die in wezen altijd verankerd zitten in een bepaalde context en een specifiek lichaam. Die strijd brengt Faire Le Gilles ten tonele en maakt er ons van bewust dat ideeën en denkbeelden over de wereld een lange weg hebben afgelegd. Dat pad gaat niet van punt A naar punt B. Het is een netwerk van wegen dat ons denken kan bewandelen. Bij elke afslag stelt het vragen bij het eigen handelen. Wanneer we gemakzuchtig de hoofdbaan nemen komen we snel aan op onze bestemming maar missen we veel. Pas wanneer we de kleine zijstraten inslaan wordt het spannend. Soms botsen we op een doodlopende weg en worden we gedwongen rechtsomkeer te maken. Soms brengt de meest onbegaanbare weg ons tot op de mooiste plekken. Cantarella maakt met Faire Le Gilles dit ‘zoekend denken’ en ‘denkend zoeken’ tastbaar door Deleuze’s eigen twijfels en zekerheden in zijn uiteenzetting te tonen. Het toont hoe een zoektocht naar nieuwe inzichten of ideeën vaak mislukt, maar evengoed kan resulteren in nieuwe manieren om onze werkelijkheid mee vorm te geven. De re-enactment van Deleuze’s college is een archeologische denkoefening waarbij de condities worden gecreëerd om zijn denken-in-actie van toen in ons bestaan vandaag te injecteren. Het toont de kronkelende en vaak onlogische wandel van ons denken. Een denken dat volgens Deleuze én Cantarella niet vooruit wordt gestuwd door een bepaald doel maar door vibraties, rotaties, wervelingen, aanrakingen, dansen of sprongen die de geest raken. Het laat ons toe een weg in de omgekeerde of de verkeerde richting af te leggen. Faire Le Gilles is een ode aan een denken dat vol barsten, scheuren en gaten zit. Vive Le Schizo.

gezien op 11 maart 2016, Kaaistudio’s Brussel

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Jasper Delbecke