© Fred Debrock

Europa in de herfst – Piet Arfeuille / Theater Malpertuis

In Piet Arfeuilles Europa in de herfst zijn het menselijke en het politieke drama in een houdgreep verstrengeld zoals twee tragische sumoworstelaars – nu eens ligt de een bovenaan, dan weer de ander. Terwijl we kijken naar de match zoemt op de achtergrond de actualiteit, niet opdringeriger dan een discreet afgestelde airco.

Als de vraag zou worden gesteld welke regisseurs in Vlaanderen momenteel ‘politiek’ theater maken, is het weinig waarschijnlijk dat de naam van Piet Arfeuille als eerste valt. Arfeuille, artistiek leider van Theater Malpertuis in Tielt, heeft de reputatie vooral trage, vaak literair getinte en vormelijk doorwrochte producties te creëren (Droomspel, Lenz, De Zaak, …) – ‘moeilijk’ werk ook, volgens sommigen. Hoewel het ‘politieke’ van een voorstelling in meer aspecten kan schuilen dan in het onderwerp pakte Arfeuille vóór Europa in de herfst maar enkele keren zo’n onderwerp vast. Eén keer maakte hij bijvoorbeeld met Recht zal zijn wat ik zeg! (2013) een voorstelling over retorisch populisme, zich bedienend van een oud-Grieks geschil tussen de retoren Demosthenes en Aischines.

Ook nu gebruikt Arfeuille de Grieken om de herfst van het hedendaagse Europa te schetsen. Met een jonge, achtkoppige acteursploeg bewerkte hij Sophoklès’ Oidipous in Kolonos en Antigone, twee van de drie tragedies uit de Thebaanse cyclus. Repertoire dat zijn onverwoestbaarheid al bewees – maar nog nooit werd opgegeten, verteerd en uitgespuwd door precies deze samenstelling van mensen, in precies deze tijd. Dat Arfeuille zocht naar jonge acteurs van diverse roots (hoe ver gaan die dan terug?) en dat er tijdens het repetitieproces kranten op tafel lagen wordt in de communicatie over de voorstelling sterk benadrukt, maar is in wezen irrelevante informatie. Europa in de herfst hoeft niet expliciet te bewijzen dat het zich verhoudt tot deze tijd, zoals dat tegenwoordig bijna hysterisch geëist wordt van elk kunstwerk. Het is nu gemaakt door mensen van nu, ik heb het nu gezien en elke gedachte die ik had tijdens dat kijken is geïnspireerd door het nu. Dat volstaat.

Arfeuille en zijn ploeg hebben de tragedies uitgekleed tot hun essentie, waardoor er veel ruimte en tijd vrijkomt voor die eigentijdse gedachten. Oidipous in Kolonos gaat over een man die als smekeling aankomt in Athene maar daar politieke en emotionele spelletjes gaat spelen, terwijl ook zijn ‘openminded’ gastheer niet vrij is van opportunisme. Antigone vertelt het verhaal van een meisje dat vindt dat haar persoonlijke plicht zwaarder weegt dan het staatsbelang. Rode draad door beide is de bijna niet te onderscheiden grens tussen het persoonlijke en het politieke, of: tussen persoonlijke verantwoordelijkheid (individuele ethiek) en die voor het grotere geheel (politieke ethos). Sophoklès laat je voortdurend over die stippellijn heenwippen, door de beweegredenen van zijn personages in beide richtingen onveranderlijk sterk te motiveren. Over dit basisconflict heen kan je, als je dat wilt, een netwerk van actuele begrippen leggen: globalisering, vluchtelingenvraagstuk, nationalisme, terrorisme, neoliberaal beleid, … Gelukkig vallen deze termen hoogst zelden. Daardoor kan ik ze denken. De verbinding tussen wat op scène wordt getoond en wat in de wereld gebeurt ontstaat ter hoogte van het achterhoofd, waar de parallel gaat zoemen als een verre echo, een vervelende vlieg. Dat heet, dan toch: politiek theater.

“Arfeuille en zijn ploeg hebben de tragedies uitgekleed tot hun essentie, waardoor er veel ruimte en tijd vrijkomt voor die eigentijdse gedachten.”

Het speelvlak dat Amber Vandenhoeck ontwierp is een schansachtige constructie op houten balken, een rudimentair vlot vervaardigd van restmateriaal, met in het midden een put – of is het een graf? Rechts een metalen plaat, aanvankelijk fel en kil wit belicht, tot het licht na een inleidende, doodstille tableau de la troupe (maar ook: portret van een acteursgeneratie, van een veranderende samenleving) verzacht naar het roze van de opkomende zon. Een van Arfeuilles grote kwaliteiten is zijn talent voor acteursregie: de lichamen van de acht acteurs zijn met uiterste precisie verspreid in de ruimte. Sommige zitten, sommige staan, hoog op de schans of diep in de put, en het zijn de details die ertoe doen. De koppige Antigone hurkt als een wild dier, klaar voor de sprong. Zonder een woord te zeggen geeft ze zo veel prijs over wie ze is. Het ongemakkelijke tasten van de blinde Oidipous naar het gezicht van Theseus, zijn ontsteltenis wanneer hij voelt dat zijn jonge Atheense beschermer nog nauwelijks een baard heeft – wondermooi. Arfeuille weet, als een van de weinige regisseurs in Vlaanderen, de ruimte te bespelen zoals een schilder dat doet met zijn canvas.

De stilte regeert, zeker bij aanvang. En wanneer de woorden langzaam op gang komen zijn ze niet archaïsch of verheven – integendeel, het vocabularium is vrij alledaags – maar wel geladen met onuitgesproken boodschappen. Neem nu de manier waarop Oidipous Theseus benadert: “Ik wil u bedanken dat u mij zo weinig vragen stelt.” De vraag is eigenlijk een waarschuwing in de vorm van een compliment – “u bent zo fijngevoelig” betekent eigenlijk “stel mij geen vragen”– maar Oidipous vraagt tevergeefs, want even later zal hij tijdens zijn asielprocedure opnieuw en opnieuw het pijnlijke verhaal van zijn verleden moeten doen. Of neem de onvolwassen, huilerige Polyneikes die zijn vader toeschreeuwt “Kunnen we niet voor één keer gewoon familie zijn?” maar onder zijn emotionele chantage een militair opportunisme verbergt. Dit soort retoriek vergt een verfijnde acteerkunst die tegelijkertijd ingetogen en expressief is. Arfeuilles jonge acteurs moeten de dubbelheid van wat ze aan het doen zijn uitschreeuwen met hun lichaam, niet met hun mond – dat lukt de een beter dan de ander. Er zijn uitschieters: Gorges Ocloo schittert als de koppige machtspoliticus Kreon, de expressieve bewegingstaal van Loes Swaenepoel als de ziener Tereisias zuigt zich vast aan je ogen.

Waar schuilt in deze productie de melancholie van de herfst? Of voorspelt de opgaande zon van de eerste scène toch een nieuwe lente? Arfeuille liet in een interview weten dat hij hoop ontwaart in de kleine, revolutionaire daad van Antigone (ze legt een laken over het lijk van haar broer), een teken dat het verzet tegen het systeem begint bij het individu, eerder dan bij de collectieve bewegingen. Ook kunstenaar Benjamin Verdonck sprak zich onlangs in De Morgen in die zin uit: het leek hem dat de grote gebaren vandaag pathetisch zijn geworden, te makkelijk gerecupereerd door politieke of commerciële belangen. Ik weet het niet. Ik vind het moeilijk om Arfeuilles geloof in het kleine gebaar te delen. Vooral door de manier waarop Arfeuille zelf bij monde van Tereisias deze Europa in de herfst beëindigt: met een resem anekdotes die de lachwekkende banaliteit van elk menselijk streven in de verf zet. Life is hard and then you die. Dat is misschien wel de enige waarheid.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.