Ecobularium: Woorden tussen kunst en ecologie – ‘Symbiose’

Symbiose, tussen hemel en aarde

Voor ons komende nummer, vroegen we aan een aantal mensen om de implicaties van een woord uit de sfeer van de ecologie voor de podiumkunsten uit te denken. Naar aanleiding van de COP21 in Parijs posten we er al drie online. Nummer 2: ‘Symbiose’ door Barbara Van Dyck.

De lithosfeer of onderlaag, en de atmosfeer, of hemel, zijn in onze verhalen strikt gescheiden van dat stukje horizon waar we zelf het meest vertoeven. Sterker: leven lijkt zich te beperken tot de ruimte die we zien. De hemel en de onderlaag zijn plekken voor na de dood.

De bodems onder onze voeten denken en zien we als een inert substraat. Gewapend met de idee van bodems als reservoirs om ‘grondstoffen’ uit te halen en om gif en chemicaliën in te pompen, gaan we de wereld rond. Om onze honger naar steeds meer te vervullen, veranderen we levende bodems letterlijk in dood substraat.

Een schril contrast met gezonde bodems waar bacteriën, schimmels, algen, protozoën, aaltjes en andere creaturen leven. Bodemecologen berekenden dat een theelepel gezonde bodem meer micro-organismen bevat dan dat er mensen op aarde zijn. Die microwezens maken een vruchtbare toplaag en zorgen er mee voor dat bodems structuur hebben. Ze werken samen met planten zodat die water en nutriënten kunnen opnemen. Ook een immens ondergronds communicatienetwerk bestaat dankzij het samenleven van planten en micro-organismen. Deze symbiotische relaties vormen de in onze ogen onzichtbare link tussen hemel en aarde.

Symbiose belichaamt wederzijdse afhankelijkheid en ís verbondenheid. Naast de kracht van symbiose is competitie een schijntje, peanuts.

Waar we geleerd hebben om te scheiden en te fragmenteren, verplicht symbiose ons te denken over hereniging en defragmentatie. Net daarom zou symbiose een baken kunnen zijn om de normalisering van het economisch marktdenken eindelijk te durven achterlaten. Misschien kan symbiose een antigif zijn tegen de mantra van the survival of the fittest en de kunstensector helpen om diverse en solidaire kunsteconomieën in te beelden. Misschien biedt symbiose concrete handvaten om achterhaalde ideeën gebaseerd op het boosten van competitiviteit met winnaars en verliezers los te laten; kan het helpen om verhalen te vertellen die de weg markeren naar collectief welzijn; laat het toe toekomstbeelden zoals buen vivir te omhelzen; om samenwerking en afhankelijkheid niet langer uit te hollen, maar invulling te geven. Misschien dat collega-kunstenaars dan niet langer concurrenten zijn, maar we in staat zijn te zien dat het welzijn van elkeen noodzakelijk is voor het voortbestaan en bloeien van de hele sector.

Misschien dat symbiose zelfs een venster biedt op die wereld waar we net aangekomen migranten als mede-mensen zien. Een wereld waarin onkruid weer planten zijn, en samen met het bodemleven ook onze humus.

Barbara Van Dyck, Tegenframen | Herframen, okt 2015

column
Leestijd 2 — 5 minuten

Barbara Van Dyck