Sébastien Hendrickx

Leestijd 3 — 6 minuten

Drarrie in de nacht – KVS

In 2016 dropte het artistieke driemanschap Fikry El Azzouzi (tekst), Junior Mthombeni (regie) en Cesar Janssens (muziek) met Malcolm X een bommetje in theaterland. Hun voorstelling gaat vandaag nog steeds over de tongen. Opvolger Drarrie in de nacht, een toneelbewerking van El Azzouzi’s roman over het leven van migrantenjongeren in een fictief Vlaams dorp, blijft onder de verwachtingen.

Kritiek leveren op deze ene productie doet niets af aan de urgentie om op onze theaterpodia plaats te ruimen voor verhalen en vertelwijzen waar de witte, hoogopgeleide, heteroseksuele, cisgender man met een overwegend Westers cultureel en historisch referentiekader zich niet altijd even gemakkelijk in herkent.

Het verhaal van Ayoub en zijn drie drarries (Arabisch voor ‘kleine kinderen’ en een straatterm voor ‘vrienden’) is er zo één. De jongemannen brengen vele lange uren samen door op de straat, wat een soort niemandsland lijkt te zijn tussen een moeilijke familiesituatie thuis en een maatschappij vol impliciete en expliciete uitsluitingsmechanismen. El Azzouzi toont een aantal van hun innerlijke contradicties, zoals de emotionele kwetsbaarheid die ze met hun drammerige vuilbekkerij trachten te camoufleren, of de aantrekkingskracht van een losbandig leven vol drugs en vrije seks (waar ze eerder over opscheppen en fantaseren dan dat ze het echt beleven) en de morele plicht om een ‘goed moslim’ te zijn. Ondanks hun vele onderlinge gespot en geplaag zijn de vier onafscheidelijk. Vriendschap vormt een antidotum tegen een vijandige samenleving die de drarries maar weinig toekomstperspectieven kan bieden.

Voor de theaterbewerking van Drarrie in de nacht zette El Azzouzi de schaar in zijn eigen roman. Het goede nieuws is dat het doorgedreven fragmentarische resultaat van die operatie, die de aandacht van de vertelling naar het taalgebruik en de sociale gedragsvormen verschuift, mogelijkheden blijkt te scheppen voor spannende experimenten op de grens tussen taal, muziek en geluidskunst. De aanwezigheid van Nederlands, Frans, Engels, Arabisch, van verschillende accenten, een stortvloed van scheldwoorden en slang (flous staat voor ‘geld’, zo leer je, een shmeta is een ‘lafaard’, enzovoort), het gebruik van een voice over, van slam poetry, beat boxing, soulvolle background vocals, rappende spreekkoren, vooraf opgenomen flarden jazz en dreigend-industriële geluidstapijten, live percussie en het ritmische pulken aan een reusachtig snaarinstrument – in de combinatie van al deze elementen schuilt bijzonder veel potentieel.

Het minder goede nieuws is dat de concrete uitwerking van die mogelijkheden te wensen overlaat. De tekstmontage zouden we kunnen omschrijven als een rwina (‘chaos’). Voor de toehoorder die het boek niet las, komen een aantal gebeurtenissen nu uit de lucht gevallen. (Een moord? Wacht even, wie vermoordde wie?) Mogelijks had El Azzouzi scherper moeten kiezen: ofwel voor een bewerking die het narratieve verloop van de roman helderder uittekent, ofwel voor een schetsmatig, non-lineair groepsportret dat focust op het taalgebruik, de omgangsvormen, de gevoels- en gedachtenwerelden van de vier drarries.

Daarnaast stelt de uitvoering op de planken teleur. Zo gaat het auditieve patchwork ritmisch regelmatig uit de bocht. De vijf spelers en de muzikant (Cesar Janssens) willen snedig zijn, in your face, vliegensvlug schakelen en reageren op elkaar, maar blijven te vaak steken in die wens. De keuze om Ayoub, een personage dat terugkeert in meerdere van El Azzouzi’s romans, door zijn eigen schepper te laten vertolken, blijkt ook niet de meest gelukkige: als acteur mist de schrijver – zelfs in de gedaante van antiheld – de nodige street en stage credibility die Rashif El Kaoui, Junior Akwety en al zeker de charismatische Said Boumazoughe op overschot hebben. Tot slot regende het nog maar zelden zo ongeloofwaardig op een podium. De voornaamste scenografische ingreep van Eugenio Szwarcer begint op ongeveer een derde van de voorstelling het hele podium onder water te zetten, maar de druppels spuiten zo onevenwijdig uit het rijtje sproeikoppen dat ze amper aan regen doen denken. Nu zo neergeschreven leest dit als complete muggenzifterij, maar de wat knullige uitvoering staat de eventuele affectieve en metaforische kwaliteiten van Szwarcers idee toch serieus in de weg, en dat tweederde van de voorstelling lang.

Wat moet je bovendien aanvangen met de onophoudelijke stroom misogyne uitspraken à la “de sletten zeggen nooit nee” of “ze verdient een pak rammel met de vlakke hand”? Uiteraard zou het een misvatting zijn om in de nasleep van #metoo elke expressie van vrouwonvriendelijkheid van het podium te bannen – don’t get me wrong: in de zin dat die dan niet meer ter discussie kan worden gesteld. Maar willen El Azzouzi, Mthombeni en Janssens werkelijk de misogynie van een paar jonge gasten aanklagen? Waarschijnlijk niet. Schemeren door de verwrongen relaties van de drarries tot het andere geslacht moeilijke vader-zoon- of moeder-zoon-banden heen, of moeizame verhoudingen tot macht tout court? Rondom de meerwaarde van het ironische spel dat Drarrie in de nacht speelt met stereotypes – de vijfde acteur Sabri Saad El Hamus komt nu eens opdraven als een wulpse barvrouw met een platinablonde pruik en nepborsten, dan weer als een Jood met en keppeltje en pijpenkrullen – blijf je als toeschouwer toch net iets teveel in het duister tasten.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx is lid van de kleine redactie van Etcetera, doceert in het KASK en werkt daarnaast als schrijver en dramaturg.
 

recensie