Closer

Closer – SKaGeN & Mathijs F. Scheepers

Acteurs 1, technologie 0.

Brengt technologie ons werkelijk ‘closer’? De vraag geldt evenzeer in de wereld buiten het theater als in de voorstelling van Mathijs Scheepers (SKaGeN) waarin de scène zijn verlengde vindt in een app op de smartphone van de toeschouwer. 

Closer, een theatertekst van Patrick Marber uit 1997 handelt over de liefdesperikelen van Alice, Dan, Larry en Anna. Ze worden verliefd, hebben passionele seks, bedriegen elkaar met elkaar, steken een mes in de rug en draaien het nog eens goed rond om er zeker van te zijn dat van de illusie van de mooie liefde weinig overblijft. Een dergelijke pessimistische visie op relaties en liefde zou doen vermoeden dat het hanteren van technologie in eenzelfde lijn ligt. Dat is in SKaGeNs versie van Closer niet het geval. Regisseur Mathijs Scheepers kiest ervoor om de technologie in te zetten om de intimiteit tussen de personages ook te laten ontstaan met het publiek. Op onze smartphone krijgen we foto’s te zien die op scène genomen worden, een chatsessie tussen twee personages en ook een aantal informerende boodschappen zoals ‘zes maanden later’. Creëren de extra’s via de smartphone daadwerkelijk een intimiteit met het liefdesspel op scène? Een relevante vraag in tijden van Tinder, Grindr en andere sociale media.

In 2006 schreef Henry Jenkins het boek Convergence Culture. Where Old and New Media collide dat bulkte van het optimisme over nieuwe media en het internet. Een interessante case in Convergence Culture was die van The Matrix. Naast de filmtrilogie bracht de Wachowski tweeling ook een game, een anime-film en stripboeken uit waarin het verhaal van The Matrix uitgebreid en verdiept werd. Dit deden ze steeds in een wederzijdse verhouding tussen film en game, animatie en strip, zodat het een verrijking was voor de verschillende media waarover het narratief zich verspreidde. Het gebruik van de Closer-app is echter meestal redelijk willekeurig en hoewel het niet afleidt van wat er op het podium gebeurt, is de meerwaarde eerder klein. Enkel in een aantal scènes, waarondereen chatsessie op ‘Snappeurn/Snapporn’, een pornovariant van Whatsapp Snapchat, voegt de applicatie toe aan de manier waarop het verhaal verteld wordt. De impact van technologie op relaties is geen onderwerp in de originele tekst en Mathijs Scheepers slaagt er slechts in beperkte mate in het snufje inhoudelijk mee te verwerken. Oude en nieuwe media lijken elkaar te ontmoeten, maar het is één is eerder een zwakke spin-off van het ander. Als Closer al iets zegt over liefde in snapchat-tijden, dan is het wel dat het even wreed blijft en toch vooral een zaak van mensen is.

Desalniettemin zou het oneerlijk zijn deze voorstelling omwille van de ‘gefaalde’ inzet van technologie weg te zetten als mislukt in het algemeen. Welhaast gelukkig neemt de technologie niet de centrale plaats in die ze in de communicatie van SKaGeN en in de mediaberichtgeving over Closer toebedeeld krijgt. De minder interessante toepassing van de technologie heeft daardoor weinig impact op de andere kwaliteiten van de voorstelling. Het is sterk teksttheater en dat is te danken aan de ingenieuze tekstbewerking van Valentijn Dhaenens en de kwaliteiten van de vier acteurs (Louis van der Waal, Barbara Sarafian, Tom Vermeir en Anne-Laure Vandeputte). De dramatische plotwendingen in Closer geven de acteur alle ruimte om alles uit de kast te halen, de tekstbewerking vermijdt dat het een hollywoodiaanse soap wordt. Dhaenens bewerkte Marbers tekst in het Nederlands en creëerde een fictieve taal met elementen uit de Vlaamse dialecten, Duits, Frans, Engels en de Scandinavische ‘sound’. Dit creools taaltje is vaak grappig en op geregelde momenten ook inhoudelijk interessant, wanneer het bepaalde gebeurtenissen versterkt. Sterven wordt zo ‘kapot kreperen’ en kinderen ‘petoeters’. Bovendien geeft deze sappige, fictieve taal de acteurs ruimte om een speelse verhouding tot de tekst aan te nemen en meer te focussen op non-verbale elementen. Er wordt groot gespeeld, met veel intonatie, gestes en dramatische gebaren. Het kan er allemaal mee door, want hoewel er boventiteling is, blijft een fysieke communicatie van wat gebeurt belangrijk, misschien wel noodzakelijk om het stuk te volgen. Het acteerwerk bereikt hierdoor een grote intensiteit en bij momenten spat het spelplezier van het podium, op het randje van de slapstick. Hoewel het inhoudelijk aan de magere kant is, blijft Closer dankzij het gemak waarmee het emotionele gevecht gespeeld wordt, onderhoudend en humoristisch van begin tot eind. Er is dan wel geen echte intimiteit noch empathie met de personages, de spelers nemen het publiek zodanig mee in hun wrede liefdestrip dat we hartelijk delen in vreugde: het is lachen om niet te huilen en af en toe kan dat helemaal geen kwaad.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle is verbonden aan de Universiteit Gent, waar hij zijn doctoraat schrijft over het posthumanisme in de podiumkunsten. Hij is ook werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck 
(A Two Dogs Company) en deel van de kleine redactie van Etcetera.