#Negrophobia © Dajana Lothert

Blanke blik, zwarte dood

Jaamil Olawale Kosoko en Tunde Adefioye in gesprek

De Nigeriaans-Amerikaanse performancekunstenaar, dichter en curator Jaamil Olawale Kosoko opende dit seizoen van de Beursschouwburg met #Negrophobia, een performance rond zwarte identiteit en de historische en actuele verhalen van slavernij, racisme en onderdrukking die daaraan verbonden zijn. Naar aanleiding van deze voorstelling ging Kosoko in gesprek met Tunde Adefioye, stadsdramaturg bij de KVS, over het zwarte lichaam en de blanke blik. Hier leest u een verkorte versie.  

Tunde Adefioye: Poëzie is een belangrijk vertrekpunt voor jou. Je bent er al lang mee bezig en je poëzie is ook erg persoonlijk.

Jaamil Olawale Kosoko: Ja, het zijn confessionele teksten. Gedichten waren mijn eerste wapenfeiten als kunstenaar, en een oefening in performen voor een publiek. Zo heb ik mijn stem leren kennen. Het was een manier om bepaalde waarheden over mezelf te ontdekken. Op dit moment werk ik aan een nieuwe collectie, Black Body Amnesia. Ik denk veel na over verlies, de ontologische crisis van het zwarte lichaam, specifiek in een Amerikaanse context. Als iemand zo makkelijk uit een samenleving verwijderd kan worden, met zo weinig gevolgen, dan stel ik mezelf de vraag: doet die persoon ertoe? Was die persoon hier? Hoe herinneren we ons hem in de wereld? Op die manier zijn we allemaal betrokken bij dat geheugenverlies.

T.A. Wat helpt jou om je poëzie te vertalen naar performance of theater?

J.O.K. Om heel eerlijk te zijn: ik denk niet dat ik al aan theater ben toegekomen. Ik ben nog steeds erg ingebed in de performancekunst, die geprogrammeerd wordt in een theatraal kader of op een theatrale plek. Aan Bennington College in Vermont ben ik mijn stem als maker beginnen te ontdekken. Dat is een erg blanke plek, en blankheid kan overweldigend zijn – vooral als je van Detroit, Michigan komt, dat bijzonder zwart en gekleurd is. Ik herinner me dat ik in Vermont begon te werken aan een project dat ik The Night Dances noemde. Wat ik in essentie deed, was de studio ingaan, alle lichten uitdoen, de camera aan op infraroodstand, zodat je een soort nachtvisie of gloed krijgt. Ik oefende dan mijn bewegingen, en hoe ik mezelf kon aanvoelen. Het werd een document waarnaar ik altijd kon teruggrijpen.

Als ik erop terugkijk, was ik een toevluchtsoord voor mezelf aan het maken. Hoe voer ik een verscheidenheid aan zwarte identiteiten op in deze gehomogeniseerde plek? Toen wist ik nog niet wat ik aan het doen was, maar nu snap ik waarom die praktijk op dat punt zo belangrijk voor me was. Sindsdien probeer ik werk te maken rond het thema van verscheidenheid aan identiteiten, en probeer ik een perspectief op zwartheid te eren dat maar zelden belicht wordt, zeker in het kader van westers theater.

T.A. Wanneer je spreekt over geheugenverlies en documenteren, dan gaat het ook over het archief. Welke rol speelt het archief in het werk dat je maakt, zowel dat van jou als andere archieven?

J.O.K. Als je dat niet zelf doet, zal niemand het doen, denk ik. Dat komt voor een deel door mijn training als curator: ik kan de mogelijkheden van een archief zien en snappen dat veel afhangt van perspectief, gelijkaardig aan de manier waarop we voor de scène cureren. Iemands perspectief brengt in essentie een serie vergankelijke visies – ephemera – voort, klaar om ontdekt en herontdekt te worden in de toekomst, in performancekunst of wat je discipline ook mag zijn.

“Ik moet nederig blijven, zoals Kendrick Lamar zegt: nuchter blijven. Je kunt jezelf makkelijk verliezen in zichtbaarheid. Maar ik weet beter.”

Als iemand die zichzelf als dichter ziet, als denker, en als iemand die probeert cultureel geheugenverlies tegen te gaan, moet ik ernaar blijven teruggrijpen. Het is bijna alsof die roots iets zijn waarnaar ik kan blijven terugkeren, om op die manier niet te whitewashed of te makkelijk representeerbaar te worden. Is dat een te sterk statement? Ik weet het niet.

T.A. Het Chimurenga-collectief uit Johannesburg had vorig jaar een project over het belang van het creëren van onze eigen archieven – een idee dat veel weerklank vindt. In Nederland bijvoorbeeld, waar Gloria Wekker werkt rond de archieven van de Afro-Amerikaanse feministische dichter en intellectueel Audre Lorde. Er zijn ook instituties als de Huntington-bibliotheek in Pasadena, voor wie het werk van Octavia Butler erg belangrijk is. Daar is een fantastisch archief, dat de nadruk legt op de verschillende perspectieven die we zien. Je sprak over hoe een perspectief het archief vormgeeft. Deze voorbeelden zijn een erkenning van het feit dat bepaalde verhalen en histories niet gearchiveerd worden.

J.O.K. Ze worden niet alleen vergeten, maar ook doelbewust weggelaten. Of we het nu willen erkennen of niet, dat is de realiteit. De rol van de curator, de programmator is om deze weglatingen bloot te leggen. Ik denk dat we specifiek nu moeten nadenken over hoe we een historisch onrecht, waar onze canon op zijn zachtst gezegd van doordrongen is, kunnen goedmaken.

T.A. Je komt uit Detroit, een plek met een rijke geschiedenis, die in recentere tijden vooral problematisch en conflictrijk is. En nu word jij, een jongen van Detroit, met je performances gezien in Europa.

J.O.K. Zichtbaarheid is belangrijk voor mij. Specifieker: zichtbaar worden nadat ik voor een groot deel van mijn professionele, creatieve leven onzichtbaar gemaakt ben. Dat is een besef waarmee ik de confrontatie aanga. Als je begint, en mensen zien je meer en meer, beginnen hun perspectieven te beïnvloeden hoe jij jezelf ziet. Ik moet nederig blijven, zoals Kendrick Lamar zegt: nuchter blijven. Je kunt jezelf makkelijk verliezen in zichtbaarheid. Maar ik weet beter. Ik weet dat dat de kunstwereld erg wispelturig is. Het ene moment word je gezien, en het volgende weet niemand nog wie je bent. Cultureel geheugenverlies is een realiteit, daar ben ik me erg bewust van. We nemen onze fifteen minutes of fame en gaan voort. Maar het werk stopt niet omdat de blik of de interesse is veranderd. En ik probeer ervoor te zorgen dat ik op verschillende manieren geëngageerd blijf. Als er iets gebeurt met het theatrale werk, kan ik nog steeds schrijven. Ik kan nog steeds het gesprek aangaan, lesgeven, deelnemen aan een internationaal discours. Dat is altijd mijn doel geweest. Ik wilde nooit een artiest an sich zijn, maar me engageren in een discours, een dieper gesprek over wat er gaande is in verband met blackness en de wereld.

T.A. Als we spreken over kunst maken, samenhangend met die zichtbaarheid, zijn middelen erg belangrijk – of het gebrek eraan. Hoe blijf je je werk maken als er geen zichtbaarheid is?

J.O.K. Ik denk dat er in de VS een soort paradigmaverschuiving geweest is, specifiek in verband met financiering. Ik geloof dat geldschieters aandacht beginnen te hebben voor een aantal kwesties die in het culturele debat erg problematisch zijn geweest. Recentelijk hebben we gezien dat een aantal stichtingen ofwel hun financieringsmechanismen corrigeren, ofwel inclusiever worden in de manier waarop ze de parameters voor het verkrijgen van financiering formuleren. Ik heb het gevoel dat ik mijn voordeel heb kunnen doen met de culturele verschuiving die gaande is.

#Negrophobia © Dajana Lothert

T.A. #Negrophobia speel je nu al twee jaar. Kon jij je voorstellen dat het zolang zou blijven lopen?

J.O.K. Nee, niet echt. Weet je, we buigen niet na #Negrophobia. Het voelde gewoon niet juist aan. Want dan denken mensen: ‘O, dat was maar fictie. Het gebeurt niet echt.’ Ik kreeg feedback van curatoren en andere mensen die dat erg problematisch vonden. Alsof het onbeleefd was. Maar je kunt klappen zoveel je wilt, we komen niet terug.

Op dit moment zijn we in transitie naar een nieuw werk, Scéancers, een soort afgeleide of voortzetting. Met dat stuk heb ik het gevoel dat we kunnen buigen. #Negrophobia eindigt op een bepaalde manier met een cliffhanger. Dat is waar Scéancers op probeert voort te gaan, een conversatie starten over hoe we het zelf en de ander kunnen herstellen en aandacht vestigen op wat we gemeenschappelijk hebben.

T.A. Als je zegt dat mensen dat onbeleefd vinden, moet ik denken aan Miles Davis, die met zijn rug naar het publiek speelde in zijn Kind of Blue-periode.

J.O.K. Maar als Trisha Brown het doet, is het postmodern.

T.A. Hoe beïnvloedt denken over compromisloos zijn het type werk dat je doet? Je kreeg kritiek, maar veranderde niets.

J.O.K. Ik waardeer het erg. Ik heb erg diepgaande kritiek gekregen, geloof me. Maar het is belangrijk voor mij om te weten hoe mensen kijken. Het is een manier van erkennen dat twee mensen in een ruimte kunnen komen, hetzelfde zien en twee totaal verschillende ervaringen hebben. Men vertelt me dat ik bepaalde dingen moet corrigeren. Maar ik zie het als een bewijs of erkenning, van hun kant, dat zij met bepaalde kwesties in het reine moeten komen. Want er zijn veel verschillende manieren om een perspectief te brengen, een lichaam te tonen of een verhaal te vertellen.

“Het is niet omdat ik over het publiek nadenk, dat de kijkers zich goed gaan voelen. Ik wil wel rekening houden met hun gevoelens, maar dat is niet mijn verantwoordelijkheid.”

T.A. Het idee van een publiek heeft twee kanten. In hoeverre kun je als artiest alleen werk voor jezelf maken, zonder aan je publiek te denken? Je sprak over het creëren van een toevluchtsoord. Maar ik zag het stuk niet als een toevluchtsoord. Ik ervoer het als een daad van geweld.

J.O.K. Ik denk veel na over de rol van het publiek. Over hun ervaring, onze ervaring, hoe ze de ruimte betreden. Waarom betreden ze de ruimte? Dat is de eerste vraag. Wat doe ik dat belangrijk genoeg is dat iemand er daadwerkelijk 20 euro voor betaalt, uit zijn bed komt, Netflix afzet, om te komen zien wat er in deze ruimte gebeurt? Ik ben me er sterk van bewust dat er een heel specifieke configuratie van mensen ontstaat in een theatraal kader, die nooit meer hetzelfde zal zijn. Dat is prachtig, een briljant idee. Maar het is niet omdat ik de hele tijd over het publiek nadenk, dat de kijkers zich goed gaan voelen. Ik wil wel rekening houden met hun gevoelens, maar tegelijkertijd is dat niet mijn verantwoordelijkheid. Ik verstrek een ervaring, of je nu wilt of niet.

T.A. De realiteit is dat je altijd aan het publiek denkt. Maar soms ben je je van een bepaald publiek niet eens bewust, dus worden die mensen op voorhand uitgewist.

J.O.K. Wat betekent het om werk te maken van het centraal stellen van een zwarte identiteit als je in een hoofdzakelijk blanke ruimte bent? Dat is de essentiële vraag, daar ben ik mee bezig. Bryan Wagner, een blanke academicus, heeft een belangrijk boek, waaruit ik een citaat haal: ‘To be black means to exist inside of a state that cannot, that does not know your mind.’ In essentie zegt hij dat zwarte inbeelding niet makkelijk te begrijpen is. Het is niet leesbaar, niet makkelijk te reproduceren.

Wat ik doe, is niet nieuw. #Negrophobia is in essentie een performance-lecture. Ik heb een aantal teksten van intellectuelen, schrijvers en denkers samengebracht. Dus als je een probleem hebt met wat uit mijn werk naar voren komt, moet je de confrontatie aangaan met James Baldwin, Audre Lorde, Maya Angelou, Bell Hooks, en al die mensen wier geest ik oproep in deze ruimte. In essentie heb ik die informatie gestructureerd.

“De performance-artieste IMMA, met wie ik werk, is een gekleurde transvrouw. Mensen zijn niet klaar om zo iemand in al haar kracht te zien.”

T.A. Je gebruik een intersectioneel standpunt in je werk. Kun je meer zeggen over die intersectionaliteit? Waarom is dat belangrijk voor jou?

J.O.K. Ik geloof dat ik intersectionaliteit op een aantal manieren kan omschrijven. Toen ik #Negrophobia aan het maken was, dacht ik veel na over hoe het werk op een as gebeurt. Calvin Warren heeft een tekst, Onticide. Hij denkt kritisch over wat hij de ‘fatale as’ van queer en zwarte identiteit noemt. Hij zegt dat het moment waarop deze assen elkaar snijden in essentie fataal is. Of er wordt zo zelden mee naar buiten gekomen dat het zichzelf in essentie uitwist. Het idee van intersectionaliteit is dus erg belangrijk voor onze conversatie op dit moment. Het gaat over het punt waar een aantal culturele kenmerken overlappen en op elkaar inspelen. Je moet je ervan bewust zijn wie het hardst geraakt wordt.

Er is deze metafoor. Stel dat het patriarchaat, ras, gender en klasse elk in een auto rijden. Wie wordt het hardst getroffen als al deze auto’s met elkaar botsen? Hoe stel je diegene centraal die het hardst getroffen worden als al deze voertuigen langs elkaar scheren en elkaar raken? Als een zwarte man – die zich als queer identificeert, arm voor het grootste deel van mijn leven – ben ik lange tijd hard getroffen in een aantal van die intersectionele identiteiten. Maar transvrouwen worden  aan een duizelingwekkend tempo vermoord in de VS, meer bepaald: gekleurde transvrouwen. Dat is reëel geweld. De fatale as is een reële kwestie om over te praten.

De performance-artieste IMMA, met wie ik in #Negrophobia werk, is een gekleurde transvrouw. Mensen zijn niet klaar om zo iemand in al haar kracht te zien. Als zij op de scène komt, levert dat veel scheve blikken op. Maar ze duwt meteen terug, komt recht op je af. ‘Zie je mij? Wel, ik zie jou ook. En dan?’ Ze is het eerste voorstel in de ruimte en dwingt je de confrontatie aan te gaan met je aantrekking, afkeer, welk gevoel die vrouw ook bij je oproept. Ze is een fantastische performer, want het is niet makkelijk. Ze speelt met een prachtige psychologische choreografie.

#Negrophobia © Dajana Lothert

T.A. Als je vermeldt hoe transvrouwen de blik manipuleren, moet ik meteen aan Saartjie Baartman denken, die  ontvoerd werd uit haar stam in Zuid-Afrika, in het begin van de negentiende eeuw, omdat ze een groot achterste had.
Ze werd in een kooi gestopt en bekeken door meestal blanke Europese mannen, maar ook blanke Europese vrouwen, als voorbeeld van wat niet te zijn, om te zeggen: ‘Dit is abnormaal, we gaan haar tentoonstellen.’ Indertijd waren menselijke zoo’s nog een reëel gegeven. Zelfs nadat ze overleden was – wederom die blik – werden haar overblijfselen in een museum in Parijs gehouden. De Londense schrijfster Bolu Babalola zegt dat, als je nadenkt over iemand als Saartjie Baartman, het duidelijk is dat de blanke blik stevig wat heeft aangericht aan het zwarte lichaam. Dus als je praat over transvrouwen die de blik manipuleren, moet ik daarnaar terugkeren, maar ook naar Beyoncé en Nicki Minaj en de momenteel meer neoliberale blik.

J.O.K. Ik heb vaak gezegd, en erover geschreven, hoe de blanke blik gelijk is aan zwarte dood. En ik weet dat dit een uitspraak is waar sommige mensen het moeilijk mee hebben. Ik spreek ook in een specifiek Amerikaanse context, waar lynchpartijen publieke evenementen waren. Een spektakel, een performance. Allemaal blanke mensen die kijken hoe een lichaam gelyncht wordt, dat was het event. Er is dus een directe relatie tussen zwarte performativiteit en de blanke blik. En Beyoncé, Nicki Minaj en een aantal andere zwarte vrouwen hebben, in deze specifieke context, geleerd het domein van het blonde, de blanke blik, te gebruiken om hun marktwaarde te vergroten.

#Negrophobia © Dajana Lothert

T.A. En Josephine Baker in Parijs.

J.O.K. Inderdaad. Performatief gesproken hebben zwarte mensen – zwarte vrouwen specifiek – een aantal performancestrategieën gebruikt om beter in de markt te liggen. Ik weet niet of dat hen noodzakelijk minder zwart maakt.

Ik geloof wel dat ze zeer sterk de scheppers van hun eigen imago zijn. En dat manipuleren ze op een bepaalde manier. Ik denk dat ze erg slim zijn. Je hebt een sketch van Saturday Night Live waarin Beyoncé zich out als zwart. ‘Beyoncé turned black.’ Alsof de Apocalyps in aantocht was. Hilarisch.

Maar die blik grijpen en manipuleren was erg belangrijk voor mij. Als ik over performance nadenk, reflecteer ik over de samenleving, over het recreëren van kleine samenlevingen. We moeten nadenken over hoe we mensen uitnodigen in een ruimte. In déze wereld denk ik dat déze persoon een specifieke kracht heeft die de manier waarop we kijken werkelijk kan manipuleren. En wat betekent het om door dit perspectief gefilterd te worden? Misschien kunnen we een vorm van empathie creëren.

T.A. Een verschuiving in de machtsdynamiek.

J.O.K. Inderdaad. De hiërarchie veranderen, ze op haar kop zetten en zien wat er gebeurt. It’s fucking people up. Daar denk ik veel over na. Ik zeg het waarschijnlijk beter niet, maar dat is een van de redenen waarom ik een zonnebril draag in mijn performances. Omdat de gloed van die blik zo fel is. Ik moet hem dimmen, iets donkerder maken.

gesprek
Leestijd 10 — 13 minuten

Tunde Adefioye & Jaamil Olawale Kosoko, red. Daan Nicolay

Jaamil Olawale Kosoko is een Nigeraans-Amerikaanse performancekunstenaar, choreograaf, dichter en curator.

Tunde Adefioye is stadsdramaturg van de KVS.