‘Apollon’, Florentina Holzinger / Campo © Rado Vandrang

Edith Cassiers

Leestijd 2 — 5 minuten

Beeldrubriek: seksisme voor het voetlicht (3)

Naar een feministisch ballet

Dit is (g)een seksistisch beeld. Poedelnaakte vrouwen dansen op pointes voor een decordoek van pastelkleurig wolkendek. Het zijn muzen die door het tonen van hun talenten hopen te worden verkozen tot favoriete van de god Apollo: George Balanchines Apollon Musagète.

‘Ballet is woman’, luidt een van Balanchines bekendste citaten, maar dan wel hoe deze vrouw door de man wordt gezien en vormgegeven. Het ‘corps’ – zowel het koor achtergronddanseressen als het zorgvuldig getrainde lichaam – dient uniform, en dus anoniem en vervangbaar te zijn. Het is een harem van gelijk uitziende vrouwen: lang, slank, bleek, prepuberaal, zonder heupen of buste. Delicate wezens, die de dominante mannelijke dansers liefde beloven in ruil voor redding.

Florentina Holzinger wil met haar adaptatie van Balanchines bekende ballet de vrouwelijke lichamen opnieuw opeisen. De door deze danstraditie en haar (vooral mannelijke) choreografen gerepresenteerde genderrollen noemt ze pervers en artificieel, tegelijkertijd aantrekkelijk en afstotelijk. Holzinger zet daarom verschillende vrouwenvormen op haar scène. Zij dagen de Mythe van de Muze uit, de illusie van het gesublimeerde schoonheidsideaal, de dwang van het lichaam als kunst- en lustobject. Zij trekken het frêle, ijle balletlichaam hardhandig naar de grond. Naast zachte en lichte dansbewegingen laten ze ook hun spieren rollen tijdens gewichtheffen, touwklimmen en loopbandrennen – in een versmelting van vrouwelijke en mannelijke verwachtingspatronen.

Het vluchtige wordt ook opnieuw vleselijk, als de performers nagels met hamers in hun neuzen kloppen, naalden door vel prikken, in een bokaal plassen en kakken, en dildo’s voorbinden en inbrengen. Met brutale trots stellen ze zich voor als acts in een freakshow. Hier geen opgelegde onderwerping en zwakke slachtofferrol. Zij zijn de meesteressen van hun lot en lendenen.

Maar waarom zijn de vrouwen in Holzingers stuk dan continu naakt? Schrijft de Oostenrijkse choreografe zich zo niet net in in die traditie van seksistische en stereotiepe genderrepresentatie? Worden haar naakte en dus kwetsbare dansers op die manier niet geëxploiteerd ten voordele van spektakel en provocatie?

Holzinger plaatst zich inderdaad midden in de male gaze – om die vervolgens naar haar hand te zetten. Haar extreme exhibitionisme en perverse pornografie maken ons oncomfortabel – niet omdat het zich voor ons, live, in levenden lijve afspeelt, maar omdat wij er stiekem graag, gretig zelfs, naar blijven kijken – in een pijnlijke dans van lust en weerzin. Ze maakt ons ervan bewust dat wij met een mannelijke blik kijken en holt die van binnenuit uit. Ze stript en stroopt ons van onze geautomatiseerde blik en drapeert die rond haar naakte lijf – als een harnas, als een lauwerenkrans, als een jachttrofee.

De choreografe stelt zo enkele spanningen in de podiumkunsten scherp.Theater en (vooral) dans impliceren het cultiveren, disciplineren en controleren van lichamen en bewegingen. Er wordt bevraagd hoe een choreograaf manipuleert en dirigeert, hoe de dansstiel berust op het vormgeven en (ver)kopen van lijven. Zeker bij de radicaalste rol die het lichaam van de performer kan innemen: als er echt bloed, zweet en tranen worden verspild en verspeeld.

Holzinger maakt zo een van de meest patriarchale dansvormen feministisch. Niet door het te verwerpen, maar door het kritisch te bevragen en te dekoloniseren. Een mechanische stier, symbool voor het patriarchaat en zijn machozonen, wordt wijdbeens bereden en uiteindelijk (met slijpschijf) ontmanteld. De muzen bestijgen in dit beeld de toegetakelde troon. Ze vieren hun seksualiteit, zonder zelf geseksualiseerd te worden. Deze vrouwen bepalen onze blik. Hun magnifiek-menselijke lichamelijkheid wordt een wapen, dat zij vrij, vastberaden richten. Onze ogen branden en bloeden.

special
Leestijd 2 — 5 minuten

Edith Cassiers

Edith Cassiers werkt als theaterwetenschapper aan de Universiteit Antwerpen, waar ze lesgeeft en de laatste hand legt aan een doctoraat over creatieprocessen van theaterregisseurs. Daarnaast werkt ze als dramaturg, onder meer voor Jan Fabre.

special