‘De meiden’, Toneelgroep Amsterdam © JanVersweyveld & Ward Heirwegh

de kleine redactie

Leestijd 4 — 7 minuten

Beeldrubriek: seksisme voor het voetlicht (intro)

Normbevestigende strategieën op het podium

Seksisme speelt zich niet alleen af achter de schermen, maar ook op het podium. Etcetera vroeg aan enkele gastschrijvers om in hun persoonlijke kijkgeschiedenis te graven, op zoek naar een scène die zij aanstootgevend vinden of die een stereotiepe visie op seksualiteit verraadt die op geen enkele manier gecounterd wordt in de voorstelling. Hoe zit het met het esthetische seksisme?                                                   Deze week publiceren we naar aanleiding van vrouwendag (8 maart) elke dag een bijdrage aan deze rubriek, samengesteld door de kleine redactie — met Wouter Hillaert, Barbara Van Lindt, Edith Cassiers, Gorges Ocloo, Ilse Ghekiere en de kleine redactie. Hieronder lees je alvast de introductie door de kleine redactie (Charlotte De Somviele, Elke Huybrechts, Michiel Vandevelde, Kristof van Baarle, Sébastien Hendrickx, Ciska Hoet en Natalie Gielen)

Niet alleen de showbizzwereld daverde de voorbije maanden op zijn grondvesten na de getuigenissen in het kader van #MeToo. Ook de podiumsector bleef niet gespaard. Enkele maanden geleden verscheen op de website van collega-cultuurtijdschrift rekto:verso een artikel waarin een aantal vrouwelijke dansers anoniem getuigen over het seksueel grensoverschrijdende gedrag waaraan zij achter de coulissen blootgesteld worden.11Ghekiere, I. (2017, 10 november). ‘#Wetoo: Waar dansers over spreken wanneer ze spreken over seksisme’. rekto:verso. https://www.rektoverso. be/artikel/wetoo-waar-dansers-over- spreken- wanneer-ze-spreken-over- seksisme Een jaar eerder liet rekto:verso al meer dan zestig vrouwen, en in mindere mate ook mannen, aan het woord over seksisme in de brede culturele sector.22Redactie rekto:verso (2016, 8 oktober). ‘Culturele vrouwen getuigen.’ rekto:verso. https://www.rektoverso.be/artikel/culturele-vrouwen-getuigen Beide artikels maakten duidelijk dat ook de kunstwereld niet ontsnapt aan diepgeworteld machtsmisbruik.

De gevolgen bleven gelukkig niet uit: tijdens debatten en infosessies werd ingezet op sensibilisering, denk maar aan de recente campagne #Engagement die op Vrouwendag werd gelanceerd. Maar ook op structureel, institutioneel niveau is er heel wat werk aan de winkel. Het is geen toeval dat grensoverschrijdend gedrag vaak welig tiert binnen een hiërarchische werkcultuur waarin performers geconfronteerd worden met slechte arbeidsvoorwaarden, autoritair leiderschap en interne competitie. Die humus wegnemen is de verantwoordelijkheid van (de leidinggevenden van) elk huis en gezelschap.

Moralistische kitsch

Wat echter vaak onderbelicht blijft, is dat seksisme achter de schermen wel degelijk esthetische sporen nalaat op de scène. Hóé je werk maakt, bepaalt tot op zekere hoogte ook wát je maakt. Die sporen zijn niet altijd eenvoudig te meten en dat maakt dit probleem ook moeilijk te tackelen. In haar artikel in rekto:verso beschreef onderzoekster Ilse Ghekiere al hoe vage grenzen inherent zijn aan een creatieve werkcontext.
Die grenzen zijn nog veel vager als we het over het artistieke product zelf hebben. Of zoals publicist Ian Buruma onlangs in een opinie in De Standaard schreef: ‘Kunst is vaak bewust uitdagend. In de verbeelding worden grenzen overschreden die de kunstenaar in het echte leven in acht zou nemen. […] Zo moet het ook. Als we ons in kunst zouden beperken tot wat doorgaat voor burgerlijk fatsoen, eindigen we snel met de moralistische kitsch die autoritaire leiders graag verbreiden om zichzelf dingen te permitteren die de verbeelding van de meeste kunstenaars te boven zou gaan.’33Buruma, I. (2018, 10 februari). ‘Moeten verderfelijke kunstenaars het magazijn in?’. De Standaard. http://www.standaard.be/cnt/dmf20180209_03349507

Buruma verdedigt met recht het transgressieve potentieel van kunst. Tegelijk is het opvallend hoe snel het bevragen van die ‘onaantastbaar bevonden verbeelding’ wordt gelijkgeschakeld met moralisme, politieke inmenging of censuur. Precies die clichés zorgen voor een status quo en ridiculiseren het probleem. We geloven graag dat kunst als onafhankelijke ruimte resistent is tegen maatschappelijke conditionering of stereotiepe beeldvorming. Zodra we een te ‘wereldse’ of ‘sociale’ bril opzetten om naar kunst te kijken, schieten we in de verdediging. Deels is dat natuurlijk terecht. Kunst is geen louter representatieve aangelegenheid en dat bepaalt juist haar kracht. Maar ze kan ook niet verabsoluteerd worden tot haar vrije of zogenaamd waardenneutrale verbeelding. Kunst speelt zich af in een maatschappelijk domein, en de verbeelding van de kunstenaar wordt daar onvermijdelijk door gevoed. Punt, andere lijn. Precies dat immer kantelende evenwicht tussen de autonome en representatieve functie van kunst maakt deze discussie over esthetisch seksisme zo complex, maar ook zo noodzakelijk.

‘De meiden’, Toneelgroep Amsterdam © Jan Versweyveld

Normbevestigende strategieën

Laten we het dus even concreet maken. Waarin zien we dat seksisme in de podiumkunsten soms opduiken?

1. Laten we alvast een mythe doorprikken: theatermakers ontsnappen, net als schrijvers en beeldend kunstenaars, niet zonder meer aan stereotiepe denkbeelden over sekse en bij uitbreiding over leeftijd, etniciteit en klasse. Soms reproduceren ze ze onbewust, aangezien ze alomtegenwoordig zijn in de beeldvorming die ons in het dagelijks leven omringt. Soms herhalen ze stereotypen bij wijze van kritiek, maar slagen ze er niet in om die te ontmantelen en bevestigen ze dus alleen maar de norm. Denk bijvoorbeeld aan hoe we in het theater nog vaak figuren tegenkomen zoals de heroïsche oerman, de femme fatale, de irrationele oosterse vrouw, de seksueel vitale lolita, de oermoeder, de hysterica, de erotische ‘vreemde’, de passieve (huis) vrouw, de mannelijke ondernemer, de donjuan enzovoort. Zelden worden die stereotypen tegen zichzelf uitgespeeld om aan systeemkritiek te doen. Het gaat hierbij niet alleen om de objectivering van vrouwen, maar zeker ook over de stereotiepe beeldvorming van mannelijke personages. Het zijn terugkerende topoi uit de westerse kunstgeschiedenis die we diep geïnternaliseerd hebben en die dus een soort blinde vlek zijn geworden.

2. De podiumkunsten bestaan bij gratie van de aanwezigheid van lichamen. De voorbije dertig jaar is er geen enkel fysiek taboe meer waar het theater nog voor terugdeinst en dat kunnen we gerust een enorme emancipatie noemen. Maar de omgekeerde vraag dient zich inmiddels aan: hoe kritisch is lichamelijke transgressie nog? Is seksuele provocatie in onze huidige spektakelcultuur niet vooral conformisme geworden, tegemoetkomend aan de belevingshonger van het publiek? Vaak worden naakte lichamen op de scène geobjectiveerd en gepornificeerd louter ter vermaak. De grens met kritische appropriatie is dun en slaat vaak om in haar tegendeel, omdat er niets nieuws geïnjecteerd wordt in de geciteerde beelden. Het effect is het omgekeerde van die emancipatie die zich sinds de jaren tachtig heeft doorgezet: theater wordt normbevestigend entertainment.

3. Ook canonieke teksten worden nog steeds vaak beschouwd als onaantastbaar, tijdloos en universeel. Vanuit de drang om een goed verhaal te vertellen, en in veel gevallen énkel een goed verhaal, nemen theatermakers vaak bepaalde machtsrelaties tussen personages of tussen mannen en vrouwen klakkeloos over. Het punt is hier niet zozeer dat elk repertoirestuk gecorrigeerd moet worden vanuit een egalitaire blik of dat we vanaf nu enkel vrouwelijk of genderbewust repertoire mogen spelen, wel dat een adaptatie een bewustwording veronderstelt van de (historische) ideologie van een tekst, hoe impliciet of expliciet die daarna ook in de enscenering wordt verwerkt. Niet zelden ontbreekt precies dat perspectief. Theatermakers focussen op één thema uit een tekst en dekken zich zo in tegen de kritiek die buiten dat frame valt.

In wat volgt staan we samen met enkele diverse stemmen uit het kunstenveld stil bij de (verborgen) stereotypering in voorstellingen van Jan Fabre, Ivo van Hove, Samira Elagoz, Needcompany en het klassieke westerse repertoire tout court, terwijl Florentina Holzinger als good practice wordt besproken. De inzet van deze beeldrubriek is niet zozeer veroordelend, als wel bewustmakend: als kunst geacht wordt om nieuwe beelden en verhalen te creëren, mag de vraag ook gesteld worden hoe we oude denkbeelden beter kunnen ontmantelen.

special
Leestijd 4 — 7 minuten

de kleine redactie

De kleine redactie van Etcetera bestaat uit Kristof van Baarle, Charlotte De Somviele, Michiel Vandevelde, Sébastien Hendrickx, Ciska Hoet, Elke Huybrechts (stage) en Natalie Gielen.

special