Wouter Hillaert

Leestijd 2 — 5 minuten

Beeldrubriek: seksisme voor het voetlicht (4)

Pijp de diva

Ramsey Nasr schreef in 2016 De andere stem zoals Simone de Beauvoir in 1949 Le deuxième sexe moet hebben geschreven: vanuit een diepe tweede-plan-ervaring ten opzichte van het andere geslacht. Nasr wilde de stem opeisen voor de man. Die had dat nodig.

Want zeven jaar eerder had Halina Reijn bij Toneelgroep Amsterdam eens te meer mooie sier gemaakt met La voix humaine. Je weet wel, dat bekende stuk van Jean Cocteau uit 1928, waarin een vrouw over de telefoon eenstemmig dialogeert met haar man, die haar net heeft laten zitten voor een ander. Bij Cocteau kreeg je alleen haar kant. Van de man geen stem. De man kwam op het tweede plan. En dat kon toch niet, vond Ramsey Nasr. Hij pende zijn partij erbij. Een verdediging. Een e-man-citatie. Getiteld: De andere stem.

Op scène, opnieuw in regie van Ivo van Hove, deed Nasr het weergaloos. In mijn recensie voor De Standaard heette het dat hij acteerde als op de notenbalk van een grillige symfonie. ‘Warm, ijskoud, hete tranen, ijsberen, kop in kas, gestaald, gebroken, zacht de brokken lijmend. “Pa-the-tisch!”, schreeuwt hij tegen zijn telefoon. Bij elke andere acteur was het er inderdaad over gegaan.’ Kortom, Ramsey Nasr speelde Halina Reijn, maar dan nog beter. Doorgaans onovertroffen in emotionele stuipen, had zijzelf het in haar eigen versie trouwens verrassend ingetogen gehouden. Nasr speelde de diva.

Wat daarbij reuze hielp, was de tweede sekse in De andere stem: de nieuwe vriendin van de eerste-planman. Djamila Landbrug, een jonge actrice van kleur, kreeg best wel speelminuten, maar amper stem. Haar rol beperkte zich tot af en toe schaars gekleed van bovenaan de trap op hoge benen door de at te komen paraderen: als het nodige nieuwe speeltje dat er eigenlijk te veel aan is. Landbrug speelde ‘s mans afleiding. Zijn poppetje én zijn frustratieboei. Zijn stem liet ze stralen door er zelf het zwijgen toe te doen. Zo gaat dat wellicht in de liefde?

Die ene pijpscène ging de fictie voorbij. Je zag enkel Nasr vanop de rug, uitgezakt op de bank, genietend van zijn beurt. Zij daar ergens diep achter, diep onder, op de knieën gedwongen op de grond. Zwarte vrouw herleid tot mond. Niet om te spreken, maar om te slikken. In mijn herinnering bleef Nasr intussen bellen met zijn ex, stem opeisend voor de onzichtbaar gemaakte man. Je moet Ivo van Hove heten om dat te etaleren als een blijk van liefde. Van ironie leek er weinig sprake. Van heel wat foute -ismen des te meer. In volle glorie.

special
Leestijd 2 — 5 minuten

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is cultuurjournalist en kernredacteur van rekto:verso. Hij werkte vijftien jaar als freelance theatercriticus voor achtereenvolgens De Morgen en De Standaard en is betrokken bij de burgerbeweging Hart boven Hard.

special