‘Oorlog en terpentijn’, Needcompany © Maarten Vanden Abeele

Barbara Van Lindt

Leestijd 2 — 5 minuten

Beeldrubriek: seksisme voor het voetlicht (2)

Een detail

In het theater – en zeker als het geregisseerd is – is het bij alles wat getoond wordt, de bedoeling dat het getoond wordt. Hoe dat wordt gelezen, hoe daar bedoelingen in gelegd worden, daar heeft men geen volledige controle over.

December 2017, het tweede balkon van de Bourla. Oorlog en terpentijn van Needcompany wordt verteld vanaf een voortoneel. Op de grote scène, de achtergrond, daar voorzien muzikanten en dansers de vertelling van een evocatieve context. Ze roepen een tijdsbeeld op van, onder andere, chaos en oorlogsgeweld.

Eerder waren de net-niet-doorzichtige kostuums van de danseressen mij al opgevallen. In de oorlogsscène dragen ze, net als de dansers, een blauwgrijze combatbroek, maar hun broek is op shortlengte doorgeknipt, waarbij de pijpen en het shortje bij elkaar worden gehouden door jarretelles. Het is een ontwerp dat, in combinatie met de bewegingen, de worstelingen, de danseressen erotiseert, de aandacht trekt naar hun lichamen als lichamen, en ze dus objectiveert. Het leidt me af, het stoort me, want ik snap het niet. Ik vermoed de verbeelding van de male gaze. Het niet kunnen laten liggen van een kans om het erotisch potentieel van deze lichamen te benutten.

Ik denk niet meteen ‘seksistisch!’, maar eerder ‘lelijk en lichtjes ridicuul’. Ik vraag mezelf ook af of het geen detail is, of ik niet overdrijf, of het geen moeilijkdoenerij is van iemand die wellicht jaloers is op die jonge, mooie lichamen. Ik besef dat ook deze gedachten deel zijn van een complex cultureel archief, dat niet enkel bestaat uit het wijdverbreide en diepgewortelde seksisme
in de samenleving. Minstens even aanwezig zijn de (zelf)reflexen naar aanleiding van het benoemen van seksisme: ‘we zijn hier toch al aan voorbij, het is je eigen projectie, …’ Een mechanisme van zelfrelativering ‘because so much of what we experience as sexism is dismissed as just what we experience’ (Sara Ahmed). Het gaat bovendien gepaard met een hardnekkige, aangeleerde behaagzucht – je eigenwaarde afmeten aan de mate waarin je vooral mannen behaagt – die volgens mij ook ten grondslag ligt aan bepaalde verwrongen reacties van vrouwen op #metoo: ‘Ik ben nooit lastiggevallen omdat ik niet aantrekkelijk genoeg was.’ Franse schrijfster Virginie Despentes getuigt hoe ze in één klap verlost was van die permanente behaagzucht toen ze lesbienne werd. ‘Libérée de la séduction hétérosexuelle et de ses diktats!’

Petra Van Brabandt stelt – ik steel deze parafrase uit een radio-interview met Heleen Debruyne: ‘In bed wil ik best geobjectiveerd worden, maar niet daarbuiten.’ Akkoord.

En op het podium? Daar mag ik schaamteloos naar mensen kijken en door welke pose, welke beweging, welk lichaam dan ook, erotisch geprikkeld worden. Of door de manier waarop iemand gekleed is, of een accent. Daar kan ik tegelijk verleid worden en aan het denken gezet worden over de seksindustrie en over gender – denk aan Eisa Jocson in Macho Dancer. Daar kan een gewelddadige erotische scène het spectrum van consent bevragen – denk aan Halina Reijn en Ramsey Nasr in The Fountainhead van Ivo Van Hove. Het podium kan een wezenlijke plek zijn voor seksuele sensibilisering.

 

Lees hier de reactie van Jan Lauwers (Needcompany) in een ‘Open brief aan Barbara Van Lindt’.

special
Leestijd 2 — 5 minuten

Barbara Van Lindt

Barbara Van Lindt richtte zich de voorbije jaren zowel op de begeleiding en ontwikkeling van jonge makers, als op de praktijk van internationaal werken in de podiumkunsten. Dat deed ze als artistiek leider van werkplaatsen (Gasthuis Amsterdam, wp Zimmer), als programmator bij Kunstenfestivaldesarts en sinds 2009 als hoofd van DAS Theatre.

special