© Kurt van der Elst

Rosa Lambert

Leestijd 4 — 7 minuten

Bangerik – Abattoir Fermé & Het Paleis

Een straffe remedie tegen angst voor het vreemde

Met Bangerik brengen Abattoir Fermé en Het Paleis een jeugdvoorstelling die een metaforische tegenwind biedt aan de xenofobe uitingen die vandaag alomtegenwoordig zijn in het publiek debat. Dat doen ze bovendien zonder moraliserend vingertje. Doorheen het fantasievolle universum dat op scène gecreëerd wordt, maken Stef Lernous en de zijnen niet alleen duidelijk waar onze angsten vandaan komen, maar ook hoe we ze kunnen overwinnen.

Het jongetje Bangerik, tevens het hoofdpersonage, kruipt uit een rokerige, stoffige piano (wat overigens een prachtig beeld oplevert) en stelt zichzelf voor aan het publiek. Hij woont in een huis waar muizen en wormen wonen, waar de muren kraken en waar allerlei vreemde mensen verblijven. Moedig als hij is, verkondigt hij, is hij daar allemaal niet bang van. Want Bangerik is niet bang, behalve dan van buiten.

Angsten maken een fundamenteel deel uit van het werk van Abbatoir Fermé. De voorstellingen van het gezelschap gaan, zoals ze zelf op hun website schrijven, dikwijls over de “wortels van onze collectieve angsten”. De kiemen van die angsten worden vaak al op vroege leeftijd gezaaid. Een stuk voor kinderen over bang zijn is daarom een evidente keuze. De angst in dit stuk is tweeledig: Bangerik is bang voor buiten, en voor een meisje dat van buiten komt. Hij is kortom bang voor het onbekende, iets waarin ook de volwassen toeschouwer zich makkelijk kan herkennen. Op een dieper niveau verwijst het subtiel naar de zeer actuele westerse angst voor vluchtelingen en nieuwkomers.

Op het speelvlak zijn meerdere wanden achter elkaar opgesteld. Achter elke wand bevindt zich een volgende kamer. De prentenboek-achtige panelen kunnen opgetild worden, en zo wandelt Bangerik handig de ene kamer buiten, en de andere binnen. In die verschillende vertrekken bevinden zich telkens nieuwe personages. Binnen een revue-achtige structuur (de figuren doen één voor één hun zegje over ‘buiten’, en worden hierin ondersteund door muziek) komen de verschillende personages aan bod. Ze lijken allemaal uit een slapstick/mime universum te komen. Grotesk zijn de gebaren en expressies waarmee ze het met Bangerik over dat ‘buiten’ hebben. Sommigen moedigen hem aan de stap te wagen en erop uit te trekken. Anderen raden het hem ten zeerste af.

Wanneer Annabell-e binnenstormt, snijdt ze de voorstelling in twee. Dit knettergek meisje, dat bijna alle trucjes kan, die vol energie zit en waar Bangerik door gefascineerd raakt, daagt hem uit naar buiten te gaan. Hij weigert, maar wanneer ze weer vertrekt, blijft hij gedesoriënteerd achter. Voordien was hij erg tevreden met zijn leven binnen, maar nu hij haar heeft ontmoet, heeft zijn angst voor buiten plaats gemaakt voor nieuwe angsten. “Wat als Annabell-e van de rand van de wereld valt, wat als ik haar nooit meer terug zou zien, wat als ze een andere jongen zou leren kennen?”. Nonkel Vlees probeert hem goede raad te geven door met hem over meisjes te praten. Het cliché dat mannen vrouwen nooit zullen begrijpen, wordt hier aangehaald als reden om net niet bang te zijn voor haar. De angst voor het onbekende wordt hier handig ingewisseld voor een fascinatie voor wat nog onontdekt is.  Daarna zingt zijn nonkel over “fobieën”: over onredelijke angsten. Bangerik heeft volgens zijn nonkel xenofobie (daar valt het woord voor angst voor vreemdelingen letterlijk). “Kunt ge dood gaan van binnenblijven?” blijft Bangerik zich afvragen. En dan beslist hij toch om die grote sprong naar buiten te wagen. Erg heroïsch zwaait hij zijn volwassen wereld vaarwel, vol verlangen om te gaan ontdekken wat hij niet kent.

“De kracht van de voorstelling is dat de dramaturgische focus niet ligt op ‘de juiste manier van omgaan met angst’, maar eerder op het tonen van de oorsprong en werking van angsten.”

De ongeremde speelstijl, in combinatie met de onsmakelijke figuren die passeren (zo maken we bijvoorbeeld kennis met een vrouw die in het afvoerputje van een bad woont) en de horrorverhalen die ze vertellen, doen dit stuk in een voortdurend akelige sfeer baden. Bovendien wordt er vaak gebruik gemaakt van een dreigende voice-over. Die niet-belichaamde stem lijkt van overal te komen en maakt het geheel extra onheilspellend. Een hoogtepunt is de visite aan de gezusters tante. Hun stemmen klinken schril en piepend, en hun betoog om niet naar buiten te gaan, vloeit langzaam maar zeker over in de voice-over. Ze schakelen vervolgens hun stem uit, terwijl de externe stem het van hen overneemt. Hun lichaam en gelaat blijven de stem echter actief ondersteunen. De afsplitsing van stem en lichaam voelt bevreemdend aan. Het resulteert in de meest griezelige scène uit het stuk. Samen met Bangerik, wordt ook de toeschouwer de schrik op het lijf gejaagd. De vele muzikale momenten die worden ingelast, zorgen gelukkig voor verlichting. Zij tonen helder hoe muziek (en misschien zelfs, bij uitbereiding, kunst) een kans biedt om angsten te ventileren, te filteren of te overwinnen.

De verschillende figuren portretteren allemaal uiteenlopende manieren waarop mensen met angst omgaan. Het wordt duidelijk dat volwassenen een significante rol spelen bij angsten. Zij kunnen ze namelijk beïnvloeden, bevestigen of zelfs uitvergroten. Bovendien zou de jonge toeschouwer waarschijnlijk zelf wél bang zijn in het huis van Bangerik, en niet per se van de buitenwereld. Dit alles legt bloot hoe angsten soms willekeurig en geconstrueerd zijn, en daarom misschien zelfs overkomelijk. De kracht van de voorstelling is dat de dramaturgische focus niet ligt op ‘de juiste manier van omgaan met angst’, maar eerder op het tonen van de oorsprong en werking van angsten. Daarmee omzeilt Abbatoir Fermé handig het gevaar om een moraliserende voorstelling te maken.

Het lied met als slagzin “een fobie dat is een moeilijk woord voor onredelijke angst” blijft na de voorstelling hangen. Het maakt duidelijk dat angsten uitgesproken, besproken, en (zelfs) bezongen moeten worden. Elk kind hoort wel eens van – op hun beurt bange – volwassenen dat er buiten vieze mensen met slechte bedoelingen zitten te wachten. De kunst is om desalniettemin toch op ontdekkingstocht te gaan en te proeven van wat je niet kent. Want bang zijn, is vaak gewoon een constructie die op zich weinig oplevert. Met kippenvel en een glimlach wandelt daarom ook de volwassene na de voorstelling buiten. Niemand is ooit te oud voor een besef als dit.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Rosa Lambert

Rosa Lambert is theaterwetenschapster. 

recensie